‘Politieman schuldig aan dood 18-jarige’

Een lid van een arrestatieteam dat in 2013 een 18-jarige scooterrijdster doodreed, is veroordeeld voor dood door schuld. De rechtbank in Den Bosch legde de man een half jaar voorwaardelijke rijontzegging op. Het OM had vrijspraak gevraagd.

In een colonne van vijf politieauto’s reed de politieman twee jaar geleden met zwaailicht en sirenes door Eindhoven. Hij was met collega’s op weg naar een verwarde man met pistool. Hij reed ongeveer 90 kilometer per uur en door rood. De maximale snelheid was 50 kilometer per uur.

Volgens de rechter heeft de agent zich verwijtbaar onvoorzichtig gedragen, door de verkeersveiligheid van andere verkeersdeelnemers te weinig in acht te nemen, en onvoldoende rekening te houden met mogelijke reacties van andere weggebruikers.

‘Onvoldoende rekening verkeersveiligheid’

Het gebeurt niet vaak dat de rechtbank tot een straf komt terwijl het OM vrijspraak bepleit. Deze zaak draaide om de vraag of er sprake was van aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag, legt een persrechter uit.

“Volgens de officier van justitie was dat niet het geval en valt meneer niks te verwijten. Maar de rechtbank redeneert anders. Hij was werkzaam als AT’er, had sirenes en zwaailicht aan - dan gelden niet de gewone regels. In die zien hoefde hij zich daar dus niet aan te houden. Heeft hij dan toch voldoende rekening gehouden met het feit dat andere mensen, die niet op de situatie bedacht zouden zijn, ook nog van dat kruispunt gebruik maakten?

“De man heeft zelf verklaard dat hij op het moment dat hij de drukke kruising opreed, binnen de bebouwde kom, niet heeft gezien dat hij door rood reed. En dat hij zich niet bewust was van op welke snelheid hij reed. Dus die omstandigheden tonen volgens de rechter dat hij niet goed heeft kunnen anticiperen in het verkeer. Daarbij staat ook nog vast, op basis van getuigenverklaringen, dat het slachtoffer groen licht had. Dat alles bij elkaar maakt dat hij volgens de rechter onvoldoende rekening heeft gehouden met de verkeersveiligheid.”

Binnen twee weken kan hoger beroep worden aangetekend.