Ontwikkelingswerker op noppen

Stanley Brard leidde veel talenten op bij Feyenoord, nu werkt hij in Azerbeidzjan aan een nieuw project.

Stanley Brard met jeugdspelers van de Azerbeidzjaanse club PFK Qäbälä. De directeur van de jeugdopleiding was met de ploeg op Texel voor een trainingskamp. Foto Kees van de Veen

Stanley Brard trapt op een Gazelle over de landweggetjes van Texel. Achttien jeugdspelers van de Azerbeidzjaanse voetbalclub PFK Qäbälä fietsen als een horde bijen om hem heen. Met wat staccatokreten probeert Brard de jongens veilig van vakantiepark De Krim in De Cocksdorp naar een veldje verderop te loodsen. Sagda roept Brard in zijn beste Azerbeidzjaans – rechts blijven. Achterop bij hem zit de kleinste speler in de snijdende wind te lachen onder zijn rode muts.

Bij basisschool Durperhonk stappen ze af, verstopt achter het schoolgebouw ligt een verloren voetbalveld zonder kleedkamers. De fietsen worden aan de rand van het ongemaaide veld neergezet. De ventjes pakken hun voetbalschoenen en scheenbeschermers van de bagagedrager en stellen zich op in een kring rond Brard.

„Jullie moeten goed luisteren”, zegt Brard geprikkeld in het Engels, vertaalt door zijn tolk. „Stop wanneer ik zeg dat je moet stoppen en blijf rechts fietsen als ik dat vraag.” Braaf geknik.

Anderhalf jaar geleden vertrok Stanley Brard (56) naar Azerbeidzjan, waar hij directeur werd van de jeugdopleiding van het vermogende Qäbälä. Nu is hij even terug in Nederland voor een trainingskamp met de selectie van spelers onder veertien jaar.

Jordy Clasie

Brard is een van Nederlands beste talentopleiders. Acht jaar lang was hij hoofd jeugdopleiding bij Feyenoord. Jordy Clasie, Bruno Martins Indi, Stefan de Vrij – het zijn enkele namen uit de grote groep talenten die Brard op Varkenoord klaarstoomde voor het eerste elftal. Onder zijn leiding werd de Feyenoord Academy vijf jaar op rij verkozen tot beste van Nederland.

Hij had een baan voor het leven op Rotterdam-Zuid. Tot het aanbod van Qäbälä kwam. Het hoge salaris prikkelde. De goede trainingsaccommodatie en het avontuur in een onbekend land overtuigde hem uiteindelijk. „De faciliteiten zijn vele malen beter dan op Varkenoord.”

Brard heeft een vaste chauffeur en een fulltime tolk. Hij woont dicht tegen de Russische grens, in het provinciestadje Qäbälä (15.000 inwoners). „Ik heb al vijf keer geskied, heerlijk. Tien minuten rijden, dan zit ik in de bergen.” Hij verblijft er samen met zijn vrouw in een huis op een resort.

Zijn opdracht is duidelijk: bouw een jeugdacademie die net zo succesvol is als die van Feyenoord. Honderd jongens zitten op het voetbalinternaat, Qäbälä steekt jaarlijks enkele miljoenen in de opleiding. Brard heeft nog veel werk te verzetten: momenteel speelt niet één jeugdspeler in het eerste. Bij Feyenoord haalden onder zijn leiding zo’n 30 talenten de selectie.

Zijn oog valt even op de lange spits die afwerkoefeningen doet. De jongen komt uit een onrustig gebied dat bezet is door Armenië. „Zijn administratie is verbrand door de Armeniërs. Daardoor kunnen we zijn leeftijd niet verifiëren.” Dat probleem heeft hij bij meer jongens uit de betwiste regio Nagorno-Karabach. De club stelt dan een onderzoek in naar de leeftijd, zodat ze kunnen bepalen in welke jeugdcategorie de speler mag uitkomen.

‘Academy Director’ Brard heeft vooral een sturende mentorrol voor de coaches. Zijn komst naar Azerbeidzjan past binnen de torenhoge sportambities van het olierijke land (ruim 9 miljoen inwoners). Het ene na het andere sportevenement wordt binnengehaald. In juni worden in hoofdstad Bakoe de Europese Spelen georganiseerd – een geheel nieuw toernooi met 23 sporten. Volgend jaar racen de Formule 1 bolides voor het eerst door het stratencircuit van de miljoenenstad. En in 2020 is Bakoe een van de dertien speelsteden tijdens het EK voetbal.

Het land sluit internationale sponsordeals af. Op het shirt van de Spaanse kampioen Atlético Madrid pronkt de slogan Land of Fire. Afzender: hoofdsponsor Azerbeidzjan. Kosten: 12 miljoen euro voor de eerste anderhalf jaar. En het staatsoliebedrijf van Azerbeidzjan, Socar, is sponsor van de Europese voetbalbond UEFA.

Het land in de Kaukasus wil aansluiting krijgen met Europa. Sport en cultuur worden ingezet om het land te profileren, zei de minister van jeugd en sport vorig jaar tegen The Guardian. Brard ziet het van dichtbij gebeuren. In Qäbälä probeert de invloedrijke familie Heydarov de voetbalclub en de regio een boost te geven. De club bestaat pas tien jaar en is vanuit het niets opgebouwd. Naast voetbal investeert de familie in toerisme – hotels, een pretpark, waterpark en golfbaan.

Onlangs stond in een rapport van Amnesty International dat de mensenrechtensituatie desastreus is in Azerbeidzjan. Zeker 22 mensen zouden onterecht vastzitten. Heeft Brard zijn morele bedenkingen gehad bij zijn komst naar het land? „Nee. Je hoort wel dingen. Daar ga ik me niet mee bemoeien.”

Hij lijkt zelf een Azerbeidzjaan

Volgens Brard leeft voetbal in het land – 126ste op de FIFA-ranglijst. Al vallen de toeschouwersaantallen nog tegen. Bij Qäbälä – vierde in de competitie en vorig jaar bekerfinalist – zitten zo’n 2.000 mensen op de tribune.

Met zijn pikzwarte haren lijkt Brard zelf een Azerbeidzjaan. Hij is moeilijk te plaatsen: geboren in Jakarta, zijn vader is van Franse afkomst en zijn moeder is Nederlands. Brard werkte in het verleden in Japan. „Daar zeiden ze: je lijkt net een Japanner.”

Anderhalve week geleden zat hij in de Kuip bij Feyenoord tegen PSV. Zijn oude club eindigde het duel winnend, met acht spelers uit de eigen jeugd. Jongens die hij opleidde. Het was Brard die de huidige aanvoerder Clasie het vertrouwen gaf, nadat de middenvelder was afgeschreven: de vorige hoofd jeugdopleiding Henk van Stee vond hem te klein.

Zijn contract in Azerbeidzjan loopt nog anderhalf jaar door. Zou Brard ooit terug willen keren naar Feyenoord? „Natuurlijk”, zegt hij. Maar voorlopig zit hij goed bij Qäbälä.

De training is klaar. Een jeugdige teamkreet klinkt over het veldje. Dan stappen de spelers op de fiets. Brard gaat voorop in de straatjes van De Cocksdorp, met hetzelfde ventje achterop. Een ferme zwaai en weg is hij.