Niet steeds op de knop drukken

In Photographer’s Sketchbooks maken fotografen goed duidelijk wat hen onderscheidt van amateurfotografen: een intensief proces van voorbereiding en research, en artistieke strengheid.

Jim Goldberg combineert in het fotoboekCandy familiefoto’s, collages, beelden uit super-8-filmpjes en handgeschreven teksten.

‘Ik heb altijd een schetsboek bij me als ik op reis ben en aan een project werk. Ik kan er mijn gedachten, mijn ideeën, mijn nachtelijke dromen in kwijt. De schetsen helpen me mijn gedachten te ordenen en dingen te visualiseren die ik niet kan fotograferen.’ De Nederlandse fotografe Viviane Sassen vertelt in het onlangs verschenen Photographer’s Sketchbooks over hoe ze te werk ging bij haar series ‘Flamboya’ en ‘Parasomnia’. Over de spirituele wereld van de mensen die ze in Zambia fotografeerde, waar hekserij en het geloof in geesten diepe indruk op haar maakten.

In Photographer’s Sketchbooks geven 43 fotografen – onder wie Jim Goldberg, Roger Ballen, Susan Meiselas, Anouk Kruithof en Rob Hornstra – een inkijkje in hun werkproces. Daarbij verwijst de term ‘sketchbooks’ niet per se naar traditionele schetsboeken – al zijn er voldoende fotografen die intensief gebruik maken van papieren notitie- en tekenboeken. In ruimere zin behelst de term al het voorbereidende werk op weg naar het definitieve kunstwerk; teksten, dagboeknotities, schetsen, maquettes, polaroidstudies, smartphone-foto’s, fotoblogs of online platforms waarop foto’s worden gedeeld. Zo wordt het mysterie van het creatieve proces ontrafeld.

Het bijzondere is dat dit materiaal niet gemaakt is om gezien en beoordeeld te worden. Het gaat om probeersels, ideeën, onderzoek naar vorm, kleur en presentatie. Een fase waarin het niet-weten net zoveel kan opleveren als het wel-weten.

Magnum-fotograaf Peter van Agtmael, die naam maakte met zijn series over Afghanistan en Irak, vertelt bijvoorbeeld dat hij drie jaar deed over zijn boek Disco Night Sept 11: ‘Elke keer als ik vastliep besloot ik om het proces niet te forceren en ging ik gewoon wat anders doen. Het kwam vanzelf weer op mijn pad, en dan wist ik welke keuzes ik moest maken.’

Interessant zijn ook de bijdragen van fotografen die de zoekende en experimenterende fase tot onderdeel van het eindproduct hebben gemaakt. Zoals de Amerikaanse fotograaf Jim Goldberg die in het fotoboek Candy familiefoto’s, collages, beelden uit oude super-8-filmpjes en handgeschreven teksten combineert. Zo loodst Goldberg ons zijn persoonlijke wereld binnen en maakt hij de kijker deelgenoot van zijn wens om het benauwde New Haven te ontvluchten en als fotograaf de wereld rond te trekken. Al zijn overdenkingen en zijn keuzes die wél en niet gemaakt worden maken het definitieve kunstwerk.

Photographer’s Sketchbooks maakt duidelijk wat de kunstenaars uit het boek onderscheidt van amateurfotografen: een intensief proces van voorbereiding en research, een artistieke strengheid die ze zichzelf opleggen, een serieuze manier van editen en het continue zoeken naar de meest effectieve manier om het werk aan een publiek te tonen. Of zoals Bryan Formhals, een van de samenstellers van het boek, het formuleert: ‘Wat hen onderscheidt is de tijd die ze besteden aan het níét nemen van foto’s. Het gaat echt niet alleen om het drukken op die knop.’ In een tijd dat iedereen fotograaf meent of zegt te zijn, is dat een verhelderende constatering.