‘Nederland aantrekkelijk voor buitenlandse toerist’

Het toerisme in Nederland groeit de komende tien jaar, verwacht de internationale brancheorganisatie WTTC.

Chinese toeristen op het strand van Scheveningen. Foto ANP

Het gaat goed met het Nederlandse toerisme en naar verwachting zal het in de nabije toekomst alleen nog maar beter gaan.

Dat voorspelt de Brit David Scowsill, topman van de internationale brancheorganisatie World Travel & Tourism Council (WTTC). „Nederland is altijd de poort van Europa geweest en die functie wordt met de steeds meer reizende Aziaten heel belangrijk”, zegt hij aan de vooravond van het WTTC-jaarcongres in Madrid op 15 en 16 april.

Het aantal overnachtingen in een hotel, op een camping of in andere accommodaties in Nederland steeg vorig jaar volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek naar 36 miljoen.

Behalve een groei van het aantal Duitse, Belgische en Britse toeristen kwamen er ook meer bezoekers uit Afrika, Oceanië en Azië. Een recordaantal van 55 miljoen mensen reisde via Schiphol.

De WTTC onderzoekt al 25 jaar de economische impact van de sector. Scowsill laat een rapport over Nederland in 2015 zien, één van de 184 onderzochte landen. Vrijwel alle statistieken daarin geven voor de komende tien jaar groei aan. Zo zou het aantal banen in de toeristische sector van 454.000 in 2014 groeien naar 505.000 in 2025.

Volgens het rapport ging er in Nederland vorig jaar 36 miljard euro om in toerisme en wordt voor dit jaar een groei van 2 procent voorspeld. In 2025 zou dat bedrag zijn opgelopen naar 47,4 miljard. „Dat is een grote bron van inkomsten. Het belang van toerisme wordt vaak onderschat. Deze sector groeit doorgans 1 procent harder dan de wereldeconomie”, zegt Scowsill. „De Nederlandse regering heeft altijd ingezien dat toerisme belangrijke inkomsten genereert. De infrastructuur van een luchthaven als Schiphol is heel goed. Dat betaalt zich uit.”

Scowsill leerde Nederland van nabij kennen toen hij van 1989 tot 1991 als marketingmanager voor British Airways in Hoofddorp actief was. „Ik vergelijk Nederland vaak met Singapore. Op een relatief kleine plek is er een enorme markt geschapen. En dat is knap. Maar dat gaat niet vanzelf. De regering heeft altijd opengestaan voor nieuwe ontwikkelingen. Nederland staat voor een nieuwe uitdaging. Het aantal Chinezen dat naar het buitenland reist, zal dit jaar boven de 100 miljoen liggen en in 2020 zullen dat er 200 miljoen zijn. En Indonesië is ook enorm in opkomst met een jaarlijkse groei van 7 procent. Nederland kan daarbij gebruikmaken van de culturele band uit het verleden.”

Volgens Scowsill heeft Nederland behalve een goede infrastructuur ook het voordeel dat het meedoet aan de Europese afspraken over vrij personenverkeer. „Het Verenigd Koninkrijk doet daar niet aan mee. Dan ben je als land al snel veel minder aantrekkelijk voor groepen Chinezen die door Europa willen reizen. Die zijn aantrekkelijk, omdat zij doorgaans veel geld uitgeven. Ze bezoeken zo’n vier tot vijf Europese steden tijdens een reis. Amsterdam moet zorgen dat het daar bij zit.”

Nederland heeft volgens de WTTC-topman nog altijd een goed imago in het buitenland. „Ik weet nog goed dat ik 26 jaar geleden op de televisie in mijn hotelkamer in Nederland zag hoe CNN jullie land voorstelde met typische dingen als tulpen, kaas en coffeeshops. Dat werkt nog steeds. Inspelen op wat komen gaat, is van belang. Daar is Nederland altijd sterk in geweest.”