Minder toneel en meer dans

Kunstgezelschappen maken meer producties en spelen die vaker. Tenminste, áls er subsidie voor beschikbaar is.

Sinds de bezuinigingen en aangescherpte subsidievoorwaarden zijn muziek, theater- en dansgezelschappen met een subsidie van het Fonds Podiumkunsten (FPK) meer producties gaan maken en spelen ze ook meer voorstellingen. Dat blijkt uit een onderzoek dat het FPK heeft laten doen door de Erasmus Universiteit Rotterdam. Het gemiddelde aantal nieuwe producties per gezelschap is gestegen van 7,3 naar 7,9, het aantal voorstellingen van 84 naar 119.

Het totale aantal voorstellingen van muziek- en toneelgezelschappen is echter fors gedaald, doordat het FPK sinds 2013 veel minder instellingen subsidieert om de bezuiniging op het fonds van 40 naar 24 miljoen euro op te vangen. Alleen bij dans was daar groei. In 2012 ondersteunde het FPK nog 118 gezelschappen en festivals. In 2013 was dit gedaald naar 82. Gezelschappen en festivals die nog wel subsidie ontvangen zijn onder andere Orkater, Warme Winkel, Amsterdam Sinfonietta, Asko/Schönberg, Conny Janssen Danst, Club Guy and Roni, Oerol en Eurosonic.

Het FPK is „voorzichtig verheugd” over de productiviteitsstijging. „Het lijkt erop dat gezelschappen meer voorstellingen van één productie spelen en vaker goedlopende stukken in reprise nemen”, zegt directeur Henriëtte Post. „Maar we weten nog niet of we kunnen spreken van een trend. ”

Dat het aantal dansvoorstellingen is gestegen van 732 naar 2207 komt vooral door één gezelschap, De Stilte uit Breda, dat veel schoolvoorstellingen speelde. Ook is het aantal gesubsidieerde dansgezelschappen toegenomen van 8 naar 14. Het aantal muziekgezelschappen dat subsidie ontving van het FPK werd meer dan gehalveerd, waardoor het aantal muziekoptredens daalde van 2373 naar 1501. Of de daling van het aantal voorstellingen ook tot een afname van overaanbod heeft geleid, is uit deze cijfers niet af te leiden. Onbekend is hoeveel de gezelschappen waarvan de subsidie is weggevallen nog spelen.

Post vermoedt dat er op meer plekken dan voorheen gespeeld wordt. „We ontvangen signalen dat meer voorstellingen dan vroeger buiten het circuit van theater- en muziekzalen plaatsvinden, bijvoorbeeld op festivals en op speciale locaties.”

Gezelschappen speelden in 2013 veel meer voorstellingen in het buitenland. Post: „We horen soms dat het voor gezelschappen makkelijker is om een tournee te regelen in het buitenland dan om voorstellingen te verkopen in Nederland. Daar moeten we naar gaan kijken.”

Zes op de tien gezelschappen krijgen van de podia lagere garantiesommen en uitkoopbedragen voor hun voorstellingen dan voorheen. Volgens de gezelschappen hebben de zalen een sterkere onderhandelingspositie gekregen, omdat die weten dat zij van het FPK een verplicht aantal speelbeurten moeten verkopen.

Ook op het FPK zelf is er kritiek. De gezelschappen vinden de nieuwe subsidiesystematiek inflexibel, omdat het fonds ervan uitgaat dat elke voorstelling voor één bepaalde zaalgrootte wordt gemaakt en de subsidiebedragen daarvan afhankelijk heeft gemaakt. Sommige gezelschappen zeggen dat ze daardoor ‘mislukte’ voorstellingen in een grote zaal moeten blijven spelen, terwijl ze liever vaker een succesvolle voorstelling in een kleinere zaal zouden spelen. Tachtig procent vindt, om uiteenlopende redenen, dat de normbedragen moeten worden aangepast. Post: „We willen het systeem eenvoudiger maken.”