Leugens en gestuntel bij het Internationaal Strafhof

‘Om vanuit een gebouw in Den Haag de wereld te veranderen, is niet gemakkelijk’, verzucht de Franse jurist Gilbert Bitti tegen Tjitske Lingsma in All Rise. Het is een ontnuchterend boek over het reilen en zeilen van het eerste permanente internationale strafhof in de wereld.

All Rise is de neerslag van een zorgvuldige journalistieke speurtocht naar het functioneren van het Strafhof – dat volgens Bitti beperkte macht heeft juist door het gebrek aan een eigen politiemacht of leger waardoor het Strafhof niet zelf mensen kan oppakken.

Lingsma stelt relevante vragen aan deskundigen en ze doet verslag van vele zittingen die ze vanaf de publieke tribune bijwoont. Onder de prominente verdachten zijn de Congolese krijgsheer Thomas Lubanga Dyilo (drie jaar geleden de eerste veroordeelde door het Strafhof), oud-president Laurent Gbagbo van Ivoorkust (die zich vooral beklaagt over zijn eigen lot) en de Keniaanse president Uhuru Kenyatta (tegen wie de aanklachten afgelopen december werden ingetrokken).

Lingsma’s rechtbankverslagen bieden boeiende inkijkjes in het venijnige steekspel dat aanklagers en verdedigers opvoeren – als het rolgordijn ten minste niet naar beneden gaat om te verhinderen dat gevoelige informatie naar buiten komt. Maar het aangrijpendst zijn steeds weer de getuigenissen van slachtoffers. ‘Hij gespte zijn riem los en rukte mijn ondergoed af en haalde zijn penis tevoorschijn en penetreerde mij en begon met me te slapen terwijl ik mijn hand op mijn hoofd had’, beschrijft getuige 87. [...] Op de publieke tribune wordt gelachen. ‘De getuige vertelt leugens’, fluistert een Bemba-aanhanger. Een andere Congolees zegt: ‘Het is een hoer’.

Het Strafhof, in de zomer van 1998 in Rome opgericht, heeft de hooggespannen verwachtingen van universele gerechtigheid nooit waargemaakt – voorzover diplomaten er ooit in geloofden. Sinds het Hof op 1 juli 2002 formeel van start ging, zijn er nog maar twee verdachten veroordeeld. Veel processen slepen maar voort, verdachten blijven voortvluchtig en in een reeks zaken leed het bureau van de aanklager pijnlijk gezichtsverlies. Met name de eerste hoofdaanklager, de eigengereide Argentijn Luis Moreno-Ocampo kreeg kritiek op zijn arrogante aanpak.

Ook Lingsma is geen bewonderaar van hem. Maar ze schetst overtuigend dat het moeizaam opereren van het Strafhof niet alleen is terug te voeren op de ‘enorme fouten op het gebied van strafrechtelijk onderzoek en personeelsbeleid’ van Moreno-Ocampo, ook al berokkende hij met zijn optreden het Strafhof ‘grote reputatieschade’. Tegenwerkende lidstaten, diplomatieke hypocrisie, onbetrouwbare getuigen en slechte communicatie spelen het Strafhof ook parten.

‘Het gaat niet goed met het ICC. Er zijn grote twijfels over onafhankelijkheid, onpartijdigheid, impact en nut,’ concludeert Lingsma. Maar nergens in haar boek toont ze zich een cynicus. ‘Het hof is ook een relatieve nieuwkomer, die wellicht het voordeel van de twijfel gegund zou moeten worden.’