Ironisch de domheid te lijf

De romans van de Engelse schrijfster zijn nog altijd uitstekend leesbaar. Dat komt doordat ze haar lezers als haar gelijken behandelt en zich met hen vrolijk maakt over de verwaandheid van haar personages.

J.J. Feild en Felicity Jones in de film Northanger Abbey (2007)

De literatuur telt gelukkig vele wonderen, en een van die wonderen is de verbluffend frisse en levendige indruk die de romans van Jane Austen (1775-1817) nog steeds maken. Misschien wel haar meest frisse en levendige roman is Northanger Abbey, waarvan onder de titel De abdij van Northanger een nieuwe vertaling is verschenen.

Northanger Abbey kwam pas een paar maanden na Austens dood uit, maar het was een van de eerste romans die ze voltooide; de eerste versie dateert uit 1799. Catherine, de zeventienjarige hoofdpersoon, is een naïef meisje, met een wereldbeeld dat vooral is gevormd door de romans die ze heeft gelezen. Ze heeft een sterke voorkeur voor gothic novels als The Mysteries of Udolpho van Anne Radcliffe, waarin een wereld wordt geschetst vol vervallen kastelen, vileine booswichten, meeslepende hartstochten en gruwelijke geheimen.

In de echte wereld gaat het er anders toe, zoals Catherine merkt wanneer ze door kennissen van haar moeder, de heer en mevrouw Allen, wordt uitgenodigd hen te vergezellen naar het kuuroord Bath. Op een van de vele bals die daar gegeven worden, leert Catherine de doortastende Isabella Thorpe kennen, die zich meteen opwerpt als haar beste vriendin (en een oogje heeft op Catherine’s broer).

Kwal

Isabella’s broer John, een onbehouwen, zelfingenomen kwal, heeft ondertussen zijn zinnen gezet op Catherine. Als tegenhanger van dit stel voert Austen een ander broer-en-zus-koppel op, Henry en Eleanor Tilney, beiden een stuk aardiger en intelligenter dan de Thorpes. Catherine valt voor Henry, maar twijfelt erover of die haar gevoelens beantwoordt.

De eerste helft van de roman zit vol vrolijke ironie. Je merkt meteen met hoeveel plezier Austen zich uitleeft in het portretteren van verwaandheid, domheid en opportunisme. Dat doet ze niet alleen met ironische terzijdes: ze laat de personages zelf het meeste werk doen door hun conversaties weer te geven. Hoezeer die personages ook de schijn proberen op te houden, de lezer kijkt dwars door die pogingen heen, want in hun conversaties komt hun ware aard naar boven.

Zo laat Austen haar onsympathieke bijrolspelers hun eigen graf graven. Ze zweert samen met haar lezers door ervan uit te gaan dat die haar gelijken zijn, met wie ze zich vrolijk kan maken over de verwaandheid en het opportunisme van haar personages. Dat maakt haar boeken nog steeds uiterst leesbaar – ook omdat Austens ironie niet de vermoeide ironie is van iemand die het allemaal wel gezien heeft; het is ironie die net uit de verpakking is, de ironie van iemand die met een frisse blik om zich heen kijkt en zich verbaast over wat ze ziet; en er zit ook verontwaardiging doorheen gemengd, wat zorgt voor sardonische en vileine ondertonen. In de sardonische ironie waarmee ze haar onsympathieke personages beschrijft, is Austen op haar best; haar verstandige, sympathieke personages zijn meestal behoorlijk saai.

Ondertussen moet Catherine in Bath chocola zien te maken van alles wat er om haar heen gebeurt. Haar geliefde gothic novels hebben haar slechts gebrekkig voorbereid op de realiteiten van hofmakerij en huwelijkspolitiek, maar wanneer Henry en Isabelle haar uitnodigen bij hun te komen logeren op Northanger Abbey lijken haar leesgewoonten toch nog van pas te komen. Een echte abdij! Overal ziet Catherine geheimen. Goed, een rol perkament die ze in een oude kast vindt, blijkt een lijst wasgoed te bevatten, maar waarom is de heer des huizes erop gebrand dat niemand de sterfkamer van zijn overleden echtgenote bezoekt? Die vrouw leeft vast nog, misschien houdt hij haar gevangen! Die gevangenschap blijkt uiteraard alleen maar in de verhitte verbeelding van Catherine te bestaan.

Onbekommerde toon

De nieuwe vertaling van Northanger Abbey is niet perfect. Soms blijft Bas Peeters te dichtbij het Engels, waardoor Austens soepele lange zinnen wat gewrongen overkomen. Daar staat tegenover dat de vertaler precies de juiste woorden weet te kiezen als het om Austens ironie gaat: zijn woordkeus is niet te archaïsch, niet te modern, maar prettig tijdloos.

Northanger Abbey heeft een vrolijker, onbekommerder toon dan Austens latere werken, die op hun beurt misschien wat meer diepgang hebben dan dit boek, dat vaak wordt beschouwd als een satire op de gothic novel. Dat is het eigenlijk niet. Wat wordt geïroniseerd is de discrepantie tussen het wereldbeeld dat naïeve lezers uit romans halen en de echte wereld waarmee die lezers worden geconfronteerd.

De satire op de gothic novel staat in dienst van een ander thema. Catherines door romans gevoede fantasieën over de geheimen van Northanger Abbey lijken even haar vooruitzichten op een huwelijk met Henry in gevaar te brengen – en daar hebben we het punt waar het bij Austen vaker om draait: de vraag wie met wie gaat trouwen. Een belangrijke, levensbepalende kwestie, waarbij afkomst en inkomen uiteindelijk doorslaggevender waren dan romantische liefde.

Austen wordt wel eens geroemd vanwege haar ‘heerlijke romantiek’ (ik haal het citaat van de site JaneAusten.nl), maar lezers die wegzwijmelen bij Austen hebben oogkleppen op. De wereld van de lage landadel die Austen beschrijft (en die ze van binnenuit kende) kenmerkte zich door strakke leefregels, die zeker voor vrouwen grote beperkingen inhielden. Hartstocht maakt bij Austen vaak plaats voor een berustend soort kalme liefde, en al in een vroege roman als Northanger Abbey ironiseert Austen haar eigen happy ending. Heerlijke romantiek bestaat toch vooral in de verbeelding van haar personages, al dan niet gevoed door de romans die ze lezen.