Het wapen lag tussen erwtjes en friet

Ze zijn gewelddadig en nietsontziend, jonge Marokkaans-Nederlandse criminelen. En welbespraakt ook.

De politie doet onderzoek in de Staatsliedenbuurt na de schietpartij eind 2012 (boven en midden). Onder:de ‘bunker’, de zwaar beveiligde rechtbank in Amsterdam-Osdorp. Foto’s Amaury Miller/HH, Evert Elzinga/ANP, Bart Maat/ANP

Keurig schoon waren de twee kalasjnikovs die de politie vlak bij een vluchtauto aantrof in een Amsterdamse sloot. Geen algengroei, geen roestvorming, ze lagen er net. Ze waren een paar dagen eerder gebruikt bij de liquidaties in de Staatsliedenbuurt, 29 december 2012. Er zaten ook geen vingerafdrukken op – een beetje ammoniak doet wonderen.

In de sloot lag ook een revolver, een Colt .38. Die lag er net zo kort, maar was minder schoon. Het DNA van de 27-jarige Adil A. zat erop. Een link tussen het wapen en de liquidaties, waarbij Adil A. elke betrokkenheid ontkent, kan niet worden aangetoond. Wel ontbrak één kogel in het magazijn.

Waar die kogel is gebleven, willen de rechters in ‘de bunker’ graag weten. Daar, in de beveiligde rechtbank in Osdorp, staan Adil ‘Kinker’ A. en Anouar ‘Popeye’ B. sinds vorige week terecht voor een dubbele moord in de Marokkaanse onderwereld én drie pogingen tot moord, op twee motoragenten en een crimineel die ontsnapten aan de kogelregen. Vandaag is de laatste zittingsdag, 1 mei de uitspraak. Vrijspraak óf levenslang, het wordt gezien het indirecte bewijs een dubbeltje op zijn kant.

Clint Eastwood

De rechtbank toont foto’s van Adil A. poserend met een revolver die lijkt op de gevonden Colt. Selfies van Adil met revolver in bad, in bed. „Stoerdoenerij”, zegt hij erover.

Die ene, ontbrekende kogel is volgens hem per ongeluk beland in de arm van een meisje met wie hij seks had, anderhalve maand voor die liquidaties. Hij was in Beverwijk, in een stash house, waar criminele jongens ‘spullen’ droppen. Wapens, drugs, bivakmutsen, deurrammers. Adil A. sliep ook in die huizen. Hij had eerder zijn enkelband doorgeknipt en was sindsdien voortvluchtig. Hij wisselde vaak van telefoon, zesmaal in drie maanden tijd.

Op de vlucht ben je alert, ook op geluiden. Zeker als op zolder een wiethok is. Dus toen hij beneden geluiden hoorde, pakte hij naar eigen zeggen de revolver van het nachtkastje en schoot in een draai per ongeluk in de arm van het meisje. „Het is zo’n ouwe klote kutding”, legt hij de rechters uit. „Uit de jaren 80 ofzo, zoals je ook in films met Clint Eastwood ziet.” In paniek reden ze naar het ziekenhuis waar hij het meisje achterliet en direct in z’n achteruit wegreed. Hij was immers voortvluchtig.

Het meisje, dat graag stewardess had willen worden, is na twee operaties volledig arbeidsongeschikt verklaard. Aangifte doet ze niet. Onder druk? Adil A.: „Ik zei alleen: liever niet.” Hij heeft haar daarna financieel geholpen. „Niet zwijggeld ofzo”, maar geld voor een jas, de fysio. Hij gaf haar alles wat hij in z’n zak had. „Ik heb op straat minimaal 500 euro op zak. Standaard.”

Hoe de revolver in de sloot belandde, weet Adil A. niet. Hij heeft het wapen ‘laten wegwerken’. „Daar heb ik een bedrag voor betaald, 1.500 euro.” Gebruiken is betalen, dat is de regel. „Als-ie gebruikt is ga je er niet nog een incident mee doen. Vanwege sporen.”

Maar waarom, wil een van de rechters weten, had Adil A. een geladen revolver op zijn nachtkastje liggen? „Mevrouw”, zegt Adil A. rustig. „Ik ben geen studentje aan de TU Delft. Wapens, drugs, dat zijn mijn middelen. Dat is mijn wereld.”

Een opgejaagd bestaan, van rush naar rush. Dat beeld van de ‘mocro maffia’ blijft na de zittingsdagen hangen. Jongens uit grote gezinnen die de criminaliteit overleveren van broer op broer. Straatroof wordt gewapende overval en erger. Denken doen ze louter in risico’s, niet in morele termen. Ze vieren het klassieke gangsterbestaan, gecultiveerd door films, met ‘de bunker’ als het Carré van de onderwereld. Na hun dertigste zijn de meesten uitgeblust en stoppen.

Een bekend beeld, behalve dat ze in die korte carrière een hoge tredes op de criminele ladder bereiken. Werden straatjongens voorheen ‘ingezet’ door motorbendes of Hollanders, nu beheren ze zelf drugslijnen van West-Afrika naar Europa. Er gaat behalve hasj nu ook coke doorheen. Dat is lucratiever, dus gevaarlijker. Zo zou ook de recente ‘mocro war’, die al leidde tot ruim dertig liquidatiepogingen, zijn begonnen: een bende ‘rippers’ stal in de Antwerpse haven 200 kilo coke (straatwaarde ruim 10 miljoen euro, mits versneden) van een andere.

Bij de liquidaties in de Staatsliedenbuurt waren volgens justitie vijf tot zeven jongens betrokken. In de zaak is één gevluchte verdachte in Marokko veroordeeld tot 20 jaar cel, in drie uur tijd. Een ander is vermoord.

Wat als bewijs tegen Adil A. en Anouar B. werd aangevoerd, probeerden ze in de rechtszaal zelf te weerleggen. Daar bleek hoe ‘Hollands’ deze jongens eigenlijk zijn. Welbespraakt en opgegroeid in een buurt waar menig yup nu graag wil wonen, vertelde Anouar B. over een Nederlandse man bij wie hij als kind tv keek en later zijn wietroes uitsliep. Een wapen dat de politie in de vriezer van Anouar B. aantrof, lag er tussen de doperwtjes en de friet. Discussies met de rechters ging hij niet uit de weg: „Van paddo’s word je paranoïde. Ik weet niet of u weleens paddelstoelen heeft gebruikt, meneer? Nou?”

Sociale controle

Dit beeld roept vragen in herinnering die criminoloog Frank Bovenkerk onlangs opwierp in zijn boek Marokkaan in Europa, crimineel in Nederland. Is het wel altijd ‘achterstand’ die criminaliteit veroorzaakt? Of kan het ook andersom: criminaliteit die achterstand veroorzaakt? Waarom, wilde Bovenkerk weten, kent Nederland nog altijd een ‘Marokkaans criminaliteitsprobleem’ en andere landen niet? Terwijl Marokkaanse migranten de afgelopen vijftig jaar ook elders armoede en gebrek aan kansen ondervonden.

Alleen in Nederland groeiden Marokkaanse jongens volgens Bovenkerk in zoveel vrijheid op. Vaders, ooit autoritair, kwamen massaal in de WAO en ontbeerden gezag. Op de Nederlandse school mochten de jongens in een kringetje zitten en ontbrak het ook aan regels. In de eigen gemeenschap is de sociale controle relatief zwak.

Juist deze jongens kennen volgens Bovenkerk de Nederlandse cultuur beter dan menig derdegeneratieallochtoon. Ze hebben de vrijheid leren kennen, sommigen hebben haar leren misbruiken. En toen ze de achterstand die dat veroorzaakte ervoeren, was het al te laat.

Wat Adil A. zou willen doen als hij vrij zou komen, wil de rechter weten. „Wordt moeilijk, hè”, zegt hij. „Als je mijn naam intypt.”