Drie stellen in één hotel en de Spaanse Burgeroorlog

Het Madrileense luxehotel Florida was tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) een ontmoetingsplek van buitenlandse journalisten, oorlogsfotografen, correspondenten en schrijvers. Ernest Hemingway beleefde er de eerste nachten met zijn geliefde (en latere vrouw) Martha Gellhorn, fotograaf Robert Capa kwam er over de vloer, Joris Ivens kwam er op adem na opnamen voor zijn film The Spanish Earth.

De Amerikaanse schrijfster Amanda Vaill gebruikt hotel Florida als centrum voor haar portret van de Spaanse Burgeroorlog, getekend aan de hand van drie liefdesparen die in het hotel verbleven. Naast Hemingway en Gellhorn zijn dat Robert Capa en de oorlogsfotografe Gerda Taro, die in de oorlog omkwam, en de perscensor en latere schrijver Arturo Barea met zijn rechterhand, de journaliste Ilsa Kulc sar, afkomstig uit Oostenrijk. Naast dit zestal maakt een stroom van echte en would-be intellectuelen in Hotel Florida zijn opwachting: John Dos Passos, Dorothy Parker, de Spaanse dichter Rafael Alberti en velen met minder beklijvende namen. Bijna allemaal hebben ze over de Burgeroorlog wel iets (soms heel veel) geschreven en Vaill put uitvoerig uit deze bronnen, vrijwel uitsluitend Engelstalig, om haar versie van het conflict te geven.

Dat heeft geleid tot een bijzondere kijk op de Burgeroorlog, die in de wederwaardigheden van de hotelgasten op een persoonlijke manier tot leven komt. Niet dat Vaill altijd even zachtzinnig met hen omgaat. Ivens komt naar voren als een meedogenloze partijganger, Gellhorn als een wispelturige bakvis die niet in haar eerste leugentje (of verzonnen reportage) is gestikt en vooral Hemingway blijkt een karikatuur van zijn eigen macho-ideaal, vol grootspraak en brallerigheid.

Nieuwe feiten brengt Vaill niet aan het licht. Wel weet ze door haar bronnen minutieus met elkaar te vergelijken de leugens en legenden vaak te scheiden van wat er wérkelijk gebeurde. Dat was al bizar genoeg.

Terwijl in de in aanbouw zijnde universiteitswijk van Madrid jarenlang een loopgravenoorlog werd uitgevochten, leefde de stad zelf op een paar kilometer afstand daarvan verder, zo goed en zo kwaad als dat onder de Spaans-Duitse bombardementen ging. Madrid was voor journalisten een ideale standplaats.

Vaill heeft voor haar boek veel ego-documenten gebruikt, waardoor het verslag gemakkelijk een roman-achtige toon kon krijgen. Dat maakt het aangenaam leesbaar, maar vaak is moeilijk uit te maken waar de historische bronnen overgaan in haar eigen verbeeldingskracht. Daar komt bij dat de Nederlandse vertaling niet bepaald vlekkeloos is en de uitgever kennelijk heeft afgezien van enige eindredactie. Het boek had beter verdiend.