De onbedoelde vervolgverhalen van Tim Krabbé

Ha, nieuws! In de vervolgreeks ‘de redding van de boekenmarkt’ deze week aflevering 13a: De deal. Een ‘sexy, snelle, eigentijdse en razend verslavende roman over de New-Yorkse Tara Taylor, die de kans van haar leven krijgt. Ze komt in een high-profile team terecht dat de beursgang van de populaire dating-app Hook, de meest prominente start-up van Silicon Valley, naar de beurs moet begeleiden. Het team wordt geleid door een keiharde onderhandelaar, de sexy Todd Kent – Tara’s voormalige crush.’

Afgaande op deze omschrijving wordt met De deal de kloof tussen de hogere literatuur en de personeelsadvertentie eindelijk gedicht. Maar dat is niet het enige nieuws, want De deal is ook een apart soort ebook. Het is niet alleen een roman ‘die leest als een tv-serie’, maar ook een roman waaraan het belangrijkste nadeel van de tv-serie (in de klassieke vorm) is toegevoegd: er verschijnt maar één hoofdstuk per week. Dus net als je bij een cliffhanger bent (een bug in Hook bijvoorbeeld, of in het appartement van Todd Kent) moet je een week wachten. Oftewel: de digitale wederopstanding van het feuilleton, voor een euro per hoofdstuk. Je hoeft Eline Vere niet uit je hoofd te kennen om te weten dat het fijn is om door te kunnen lezen.

Zie ook de onbedoelde vervolgverhalen, zoals het vorige week verschenen De veertiende etappe van Tim Krabbé, waarin oude columns en actuele toelichtingen een geheel vormen dat veel meer is dan de som der delen. Stiekem gaan de wielerverhalen van Krabbé altijd over wat goede literatuur is. Hij vraagt zich bijvoorbeeld af hoe je een wielerroman de structuur van een klassiek voetbalboek kunt geven. Daarin komen de helden met 3-0 achter, maar winnen ze met 4-3.

Heel mooi beschrijft Krabbé in achtereenvolgende stukken Tourwinnaar Laurent Fignon. Eerst belandt de ongenaakbare kampioen naast de schrijver op een terrasje. Krabbé weet niet wat te zeggen: ‘Ach, had De renner in het Frans vertaald mogen zijn, had hij het gelezen mogen hebben, wat zou ik graag zijn vragen over de Ronde van de Mont Aigoual hebben beantwoord.’ (Nu komt er een Franse vertaling , maar Fignon is al vijf jaar dood). Daarna volgt een diep-empathisch verslag van wat Fignon meegemaakt moet hebben tijdens de uren waarin hij in 1989 met acht seconden verschil de Tour de France verloor. Hij veranderde voor eeuwig van de man die tweemaal de Tour won in de man die hem eenmaal verloor. Inclusief een typische Krabbé-gedachte over het moment waarop winnaar LeMond de verslagen Fignon iets toefluisterde: ‘Ik kan niets bedenken wat ik gezegd zou hebben dat ik niet later zou hebben betreurd.’ Er is geen Nederlandse schrijver die zich zo terloops in een personage kan verplaatsen als Tim Krabbé. En het wielerverhaal over de 4-3 stáát al in De veertiende etappe. Het is het verhaal over Fignon. Alleen is hij de man die met 3-0 vóór stond, maar toch niet won.