De kamer is een broeikas voor verhalen

Het leven aan de top van verticale stad Rotterdam.

foto tessa smit

Ze twijfelde nog of ze moest opruimen, maar dat is het ding: het lijkt hier misschien een chaos, maar dat is het niet. Alles ligt precies zoals het liggen moet. Onuitgepakte verhuisdozen, schilderijen en boeken, heel veel boeken. Stefan Zweig, JG Ballard, science fiction en prominent op de grote houten werktafel, vlak naast haar laptop: een boek met een foto van een strengkijkende Coetzee op de voorkant. Ze kijkt er naar tijdens het schrijven. „Weet je het zeker?” vraagt Coetzee haar dan.

De werkkamer van Nanouk Leopold (47), één van de succesvolste Rotterdamse filmmakers, ligt op de bovenste verdieping van haar huis, slechts twee deuren verder van het huis waarin Willem Elsschot in 1910 zijn debuutroman Villa des Roses schreef. De kamer is een soort grot, zegt ze, een afspiegeling van wat er in haar hoofd gebeurt. Alles wat ze mooi en inspirerend vindt, sleept ze mee naar binnen. Zaadjes die in de koude buitenwereld vertrapt zouden worden, kunnen hier tot bloei komen. De kamer is een broeikas voor verhalen. Verhalen die nog niet bestaan, alleen in haar hoofd. Ze puzzelt, zoekt, droomt, tot de droom een werkelijkheid wordt. Ze begint ’s ochtends nadat haar zoon naar school vertrekt, stopt wanneer hij terugkomt.

Tussen de boeken liggen vandaag A4’tjes met plaatjes die zij en haar art director hebben verzameld om een sfeerbeeld te geven van Cobain, haar volgende film. Over een vijftienjarige jongen die door zijn drugsverslaafde moeder vernoemd werd naar de zanger van Nirvana. Ze zijn begonnen met casten en rijden soms al door de stad op zoek naar locaties. „Altijd een spannend moment”, zegt ze: het moment waarop de werkelijkheid invloed krijgt op de droom. „Ineens is het niet meer een meisje in een straat, maar dié actrice in dié straat.”

Rotterdam wordt het decor, net als voor haar eerste speelfilm, Îles Flottantes, de stad waarin Nanouk geboren werd en altijd heeft gewoond. Ze lacht: „Ik heb het gevoel dat Rotterdam de echte wereld is, niet een soort bubbel van hipsterdom.” Rotterdam is romantisch op een niet romantische manier: romantisch juist omdat je naar de romantiek moet zoeken.