Dat opjagen van werklozen maakt de armen steeds armer

Foto Lex van Lieshout / ANP

Tijdens de crisis is het aantal mensen dat leeft van minder dan 1.010 euro per maand met een derde gestegen. De bijstand wordt door allerlei verplichtingen en schuldeisers als vangnet ondermijnd, meent hoogleraar sociale zekerheidsrecht Gijsbert Vonk.

‘De rijken zijn niet rijker geworden’, kopte Eppo König in NRC van 14 maart 2014 naar aanleiding van onderzoek dat is gedaan aan de Universiteit van Leiden over de ontwikkeling van topinkomens in Nederland. Maar is het inderdaad waar dat als gevolg hiervan de kloof tussen arm en rijk niet is toegenomen? Hiervoor moet ook de positie van de armen in ogenschouw worden genomen. Daarmee gaat het niet goed.

Volgens het armoedesignalement van het Sociaal en Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek waren er in 2014 in Nederland nog nooit zo veel armen als nu. Van de zeven miljoen huishoudens moesten er 726.000 (10,3 procent) rondkomen van een inkomen onder de lage inkomensgrens. Deze grens ligt op 1.010 euro per maand, berekend voor een alleenstaande. Het gaat hierbij om meer dan een miljoen mensen. Daarmee is sinds 2008, het jaar van het uitbreken van crisis, de armoede met een derde gestegen.

Ook de ‘budgetarmoede’ is toegenomen. Het gaat hier om mensen die alleen nog de meest essentiële goederen kunnen aanschaffen: kleding, energiekosten, voedsel, et cetera, maar geen zaken als uitgaan, vakantie, sport of hobby. 5,4 procent van de bevolking leeft op of onder dit niveau van 960 euro per maand. In 2007 lag het percentage nog op 3,7. De uiterste vorm van extreme armoede is dak- en thuisloosheid. In december 2013 waren er 27.000 daklozen. Twee jaar eerder waren dat er 5.000 minder.

Lees verder (€)

Gijsbert Vonk is hoogleraar sociale zekerheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.