Column

Culturele revolutie

De grote wereld houdt intocht in een klein Amsterdams filmtheater, Kriterion: daar vindt CinemAsia plaats, het Nederlandse filmfestival voor Aziatische film. Voor deze achtste editie treedt een nieuwe directeur aan: Lorna Tee (39). Ze is getrouwd met een Nederlander, vandaar dat ze vaak in Amsterdam is, vertelt ze. Is ze Chinese?, vraag ik argeloos, maar dat is een heikele vraag. In haar familie definieert men zichzelf liever aan de hand van staatsburgerschap, vertelt ze. Ze is derde generatie Maleisische.

Tee is langs de productiekant de filmwereld binnengetreden, zo’n vijftien jaar geleden. Andy Lau – zanger, acteur, superster uit Hongkong – had een project waarbij debuterende filmmakers 200.000 dollar kregen om naar eigen inzichten een eerste film te maken. „Zo heb ik in tweeënhalf jaar zes films geproduceerd”, zegt Tee. Daarna volgden andere producenten, werk als de filmfestivals in Berlijn en Rotterdam. „Ik heb een groot netwerk.”

Nederlandse filmmakers en filmproducenten zouden meer oog kunnen hebben voor de mogelijkheden in Azië, vindt ze. Alleen de Volksrepubliek China al vertegenwoordigt immers de grootste groeimarkt voor film ter wereld. Wat haar betreft, gaat CinemAsia aan die contacten bijdragen. „In Maleisië merk je, al was het maar door het Engels, dat het een Britse kolonie geweest is, en hetzelfde geldt voor Franse ex-kolonies. Die landen hebben daar hun cultuur opgelegd. Maar in Indonesië merk je nergens iets van een Nederlands verleden. Nederlanders exporteren hun cultuur niet, krijg je de indruk.”

Dat ‘insulaire’ karakter van Nederland verwondert haar vaker. Ze merkt dat veel Nederlanders zich zorgen maken over de vraag „wat het betekent om Nederlander te zijn”.

Een beetje overbodige zorg, denkt ze: „In het tijdperk van mondialisering en internet kom je er niet omheen bloot te staan aan externe invloeden. Ook binnen een land zul je moeten samenleven. Neem mij: mijn ouders zijn boeddhisten, de officiële godsdienst in Maleisië is de islam en ik heb op een katholieke school gezeten.”

Azië als maatschappelijk model voor Nederlanders? „Nou, dat misschien nu ook weer niet”, lacht Tee. „Het gaat ook om landen die vaak heel weinig met elkaar gemeen hebben. Er bestaat geen gemeenschappelijk Aziatisch gevoel, zoals je wel een Europees gevoel hebt.”

Maar er is wel die Aziatische economische dynamiek. „Mijn Chinese producenten kwamen met tientallen miljoenen over de brug en zeiden dat ik me over de recettes geen zorgen moest maken”, vertelt de Franse regisseur Jean Jacques Annaud enthousiast, nadat zijn spectaculaire, geheel in Binnen-Mongolië gedraaide The last wolf in Kriterion CinemAsia heeft geopend.

Juist deze week werd bekend dat de Nederlandse kaskraker Michiel de Ruyter een galavoorstelling krijgt op het eerstvolgende filmfestival van Peking – wat wellicht perspectieven opent voor verdere distributie in Azië. We mogen misschien dan niet als kolonisator in Azië onze cultuur hebben opgelegd, maar dat onze jongens in 1667 door de ketting over de Theems zijn gevaren – dat zullen ze weten.