‘Creëer een enclave van stilte binnen de overvloed van lawaai’

In zijn nieuwe boek In stilte pleit filosoof Bakker voor een herwaardering van de afzondering. ‘Kluizenaars zijn gouddelvers, ze maken de kern van het leven zichtbaar.’

Jan-Hendrik Bakker: ‘In alleen-zijn kan de gevoeligheid voor de subjectiviteit van de ander ontwaken’ Foto Bob van der Vlist

‘De kluizenaar gaat tot het uiterste om zich los te maken van de gemeenschap”, zegt Jan-Hendrik Bakker, „hij zondert zich helemaal af van de mensen – maar op de achtergrond blijft toch de gemeenschap aanwezig. Dat is de paradox die ik heb ontdekt – dat je in totale eenzaamheid de waarde van de ander kunt terugvinden. De oude woestijnkluizenaar Evagrius van Pontus zei het zo: ‘Afgescheiden van iedereen en verbonden met iedereen’.”

Jan-Hendrik Bakker (1953), voormalig journalist voor de Haagsche Courant, is schrijver en filosoof. Hij schreef onder meer de boeken Grond. Een pleidooi voor aards denken en een groene stad (2011), en Toewijding. Over literatuur, mens en media (2003). In zijn nieuwe boek In stilte. Een filosofie van de afzondering pleit Bakker voor een herwaardering van de afzondering in stilte. Dat doet hij aan de hand van beroemde schrijvers en filosofen als Kierkegaard, Nietzsche, Baudelaire, Merton en Thoreau, mannen die zich terugtrokken uit de wereld om zich te bezinnen op de fundamentele waarden van het bestaan.

De figuur van de kluizenaar vertegenwoordigt voor Bakker een radicale vorm van individualisme, die hij stelt tegenover het moderne individualisme dat bepaald wordt door economische waarden. Het moderne individu is een egoïstisch wezen dat zich voornamelijk met consumeren en presteren bezighoudt – dat is de neoliberale visie op de mens die de afgelopen decennia dominant is geweest.

Zingeving

Het heeft geleid tot een ‘zielloze levensstijl’, schrijft Bakker, waarbij de wereld buiten de eigen horizon als betekenisloos wordt ervaren. Bakker constateert een schrijnend gebrek aan zingeving in de westerse maatschappijen en denkt dat het leven van de kluizenaar een alternatieve vorm van individualisme kan laten tonen, waarbij je in eenzaamheid kan ervaren dat je leven onderdeel is van een zinvol geheel.

Bakker: „Deze kluizenaars hebben een laboratoriumsituatie gecreëerd waarin de kern van het leven zichtbaar wordt. In afzondering worden ze getroffen door het gevoel dat ze deel zijn van een groter verband. Ik noem dat ook wel een ervaring van volheid, waarbij je geraakt wordt door iets buiten jezelf.

„De natuur betekent voor sommige kluizenaars veel, het is een bron van transcendentie – de transcendentie van het eigen ik. Buiten je individualiteit is er nog iets groters, wat je vreugde bezorgt. Je ziet ook dat veel van de natuurkluizenaars zich bezighouden met een soort zonnegroet. De Amerikaanse monnik en dichter Thomas Merton stond elke ochtend heel vroeg op om de zon te groeten. Daar zit een element in van ontzag en verbondenheid.”

Een aantal jaren geleden raakte Bakker gefascineerd door kluizenaars, of ‘afzonderlingen’, zoals hij ze liever noemt. „Bij kluizenaars wordt vaak gedacht aan verwarde oude mannen of psychiatrische patiënten. Terwijl ik het heb over figuren die in totale eenzaamheid ervaringen hebben en inzichten krijgen die voor ons allemaal relevant zijn.

„Gouddelvers zijn het, mensen die onder extreme omstandigheden graven naar spirituele schatten. Denk aan Henry Thoreau, die zich in 1845 terugtrok in een hut in de bossen bij Concord, in de Amerikaanse staat Massachusetts. Uit het boek dat hij erover schreef, Walden, or Life in the Woods (1854), blijkt dat hij een autarkisch bestaan wilde leiden, in harmonie met de natuur, zonder dat hij deel hoefde te nemen aan de kapitalistische economie. Thoreau wilde het leven ‘in een hoek drijven’, zoals hij het noemde: breng het bestaan terug tot de essentie en kijk wat je dan overhoudt. Dat maakt zijn verhaal actueel, het boek vindt ook nog steeds nieuwe lezers.”

Siberisch bos

Bakker benadrukt dat de kluizenaars niet alleen figuren uit een ver verleden zijn. „Er zijn ook nu nog mensen die zich terugtrekken uit de maatschappij, zoals Chris McCandless, die op 24-jarige leeftijd de wildernis van Alaska introk met het boek van Thoreau op zak en uiteindelijk omkwam van de honger. De film over zijn leven, Into The Wild (2007), werd een internationaal succes. Of de Franse reisauteur Sylvain Tesson die een boek schreef over de zes maanden die hij in een Siberisch bos doorbracht. Hij vertelt dat de eenzaamheid zijn zintuigen scherpte en zijn geest gevoeliger maakte. En zijn ervaring van tijd veranderde compleet: de druk van de klok verdween.

„Tesson schrijft dat in zijn blokhut de tijd aan zijn voeten ging liggen, als een vriendelijke oude hond. De tijdservaring die bevrijd is van de economische dwang opent een ander perspectief: het ritme van de natuur komt centraal te staan. Het individu vindt een opening naar de wereld om hem heen. Zo ontdekken deze kluizenaars dat ze niet als individuen tegenover de natuur staan, maar deel van haar uitmaken. Om het romantisch te zeggen: in de natuur vindt de mens zijn ware zelf, juist door buiten de grenzen van zijn individualiteit te treden.”

Wat is de overeenkomst tussen alle kluizenaars in uw boek?

„Er zijn kluizenaars die helemaal de deur dichtdoen, die alle banden doorsnijden en oplossen in de stilte – maar die vallen buiten het bestek van mijn boek. De kluizenaars over wie ik schrijf, hebben zich teruggetrokken en zijn op de een of andere manier weer teruggekeerd. In ieder geval hebben ze van zich laten horen door brieven of boeken te schrijven.

„Meestal waren ze in hun afzondering nog intensief bezig met de maatschappij die ze verlaten hadden. Dat gold voor Thoreau heel sterk, die veel kritiek had op het opkomende kapitalisme in Amerika, maar ook voor Nietzsche, die op een klein kamertje in de Zwitserse Alpen de vingers blauw schreef over de Europese cultuur en de toekomst van de mens.

„Een uitzondering is de avonturier Tom Neale, die in 1952 op een onbewoond eiland in de Stille Zuidzee ging zitten en het daar vijftien jaar lang helemaal naar zijn zin had, zich niet meer met de buitenwereld bemoeide. Tom Neale levert het bewijs dat het individu helemaal genoeg kan hebben aan zichzelf.”

Hoe komt het dat sommige kluizenaars zich in hun afzondering zo intensief met de gemeenschap bezighouden?

„In het alleen-zijn kan de gevoeligheid voor de subjectiviteit van de ander ontwaken. Je gaat de ander zien als doel van je handelen en niet langer als middel, in instrumentele zin, zoals je elkaar in het dagelijks leven vaak gebruikt, om je geld te verdienen, je marktwaarde te verhogen. Chris McCandless formuleerde het zo: ‘Geluk is pas iets waard als je het kunt delen.’ Dat inzicht had hij toen hij op het toppunt van eenzaamheid verkeerde. Jammer dat hij de kans niet kreeg om terug te keren naar de gemeenschap.

„Of neem Thomas Merton die zich terugtrekt omdat hij afstand wil nemen van zijn zondige leven, maar in de stilte die hij schept door als kluizenaar te leven, komt hij juist weer dichter bij de gemeenschap te staan. De god die hij in zijn eenzaamheid zocht, blijkt zich in de mens te tonen. Uiteindelijk komt hij tot de ontdekking dat hij in het klooster is gegaan om te ontdekken dat hij een mens is zoals alle andere mensen. Het geïsoleerde, heilige bestaan van de monnik ervaart hij als een illusie.”

Zoekt u zelf ook graag de afzondering op?

„Ik ben zeker geen eenzaat, ik ben getrouwd en ik heb kinderen. Ik heb ook geen behoefte om het voorbeeld van de kluizenaars te volgen. Wel hou ik ervan om lang met teksten bezig te zijn, om te schrijven en te lezen in afzondering, maar daarna wil ik er wel met iemand over praten. Het langzame lezen en schrijven is mijn persoonlijke bron van zingeving. De toewijding aan teksten heeft een vormende kracht die mij tot nieuwe inzichten brengt. Dat is me ook bij het schrijven van dit boek gebeurd.”

Uw boek ‘Toewijding’ uit 2003 ging ook over het probleem van zingeving in de moderne tijd. U hield daarin een pleidooi voor het integreren van literair-humanistische waarden in de nieuwe digitale media. Hoe denkt u nu over de toekomst van het traditionele lezen en schrijven?

„Ik weet dat er critici zijn die waarschuwen dat internet ons concentratievermogen en de traditionele leescultuur aantast. En ik merk ook wel dat mensen minder tijd nemen voor het langzame, reflectieve lezen en schrijven, dat offline plaatsvindt. Maar ik wil daar niet pessimistisch over zijn, vooral omdat me dat niet de juiste strategie lijkt. De toekomst is niet iets wat ons overkomt, het is iets wat we gezamenlijk moeten maken, en daarbij zijn we meer gebaat bij positieve uitgangspunten.

„Het heeft niet veel zin om je te verzetten tegen de digitalisering of te roepen dat het vroeger beter was. Ik zie meer heil in het ontwikkelen van alternatieven – misschien kunnen we tegenover die snelle cultuur een activisme van de traagheid stellen. Je hoeft je daarvoor niet terug te trekken uit de wereld, je kunt ook proberen binnen deze wereld een gemeenschap te ontwikkelen waarin je je wel thuis voelt. Creëer een enclave van stilte binnen de overvloed van lawaai, een eiland midden in de maatschappij, in je eentje of samen met anderen.”