Buhari’s zege scheelt nu al een kleine omkoopsom

Nigeria’s metropool telt 17 miljoen inwoners. De agent die ons wil bekeuren, had ik daags voor de verkiezingen gelukkig al gesproken.

Aanhangers van Buhari vieren in de hoofdstad Abuja diens verkiezingszege. Foto Reuters

Bijna middernacht. Lagos zit op slot. Rolluiken hebben winkels ingepakt voor de nacht. Hele straten verdwijnen achter hekken. Na het vallen van de avond wordt de stad van 17 miljoen een labyrint van afgesloten wegen en wegversperringen. De taxichauffeur volgt de aanwijzingen van mijn gps. We rijden richting mijn guesthouse. Tot hij die ene afslag mist. We rijden drie straten door, ik herken het winkelcentrum om de hoek. Deze straat in en dan zijn we er, hoor ik mezelf zeggen. Hij schakelt in de achteruit en draait de weg op.

Dan springen twee agenten vanachter een pantserwagen onze kant op. „Stop!” In het schijnsel van hun zaklantaarns gaan de schouders van de taxichauffeur naar beneden. Hij weet hoelaat het is. Ik nog niet. Een agent steekt boos zijn bezwete hoofd door het raam. „Zie je niet dat dit een eenrichtingsweg is?”, schreeuwt hij. Ik geef antwoord vanaf de achterbank. „Nee dat zagen we niet, agent. Dat komt omdat ik in deze straat altijd loop. Dus het is mijn fout, agent. Ik heb de chauffeur de verkeerde opdracht gegeven.”

„Hier is een overtreding gepleegd”, spreekt de oudste streng. „Rijbewijs.” Dat betekent achterstand in onze onderhandelingspositie. Ik zag het eerder bij de douanedame die na bestudering van mijn vaccinatieboekje zei dat ik nog tien dagen had moeten wachten om de recent genomen vaccinaties volledig in mijn bloed te kunnen opnemen. „Regels van de Wereldgezondheidsorganisatie”, sprak ze triomfantelijk. „Ik stop je in quarantaine. En dan op de volgende vlucht terug naar Johannesburg”, dreigde ze, met mijn paspoort gegijzeld in haar hand. Voor 20 dollar kreeg ik het terug.

Aarzelend overhandigt de chauffeur zijn rijbewijs. De agenten gaan demonstratief op de motorkap zitten. Dit dreigt een lange nacht te worden. „Wat gaan jullie nu voor ons doen”, vraagt de jongste. Ik stap uit de auto. „Dit is toch nieuw Nigeria”, opper ik. Het is een paar uur na de toespraak van ex-dictator Buhari, die president Jonathan versloeg met de belofte af te rekenen met corruptie. „Jullie nieuwe president heeft net gesproken. De wonden moeten helen, het kwaad van de corruptie uitgeroeid”, citeer ik uit het hoofd. De agenten worden stil. In het schijnsel van de zaklantaarns herken ik een van hen. Daags voor de verkiezingen vroeg ik hem op wie hij ging stemmen. Hij noemde trots Buhari. „De mensen in dit land zijn doodmoe”, noteerde ik. „Wij willen echt leiderschap. We willen Buhari.”

De agent bloost, alsof hij op heterdaad is betrapt. „Dat klopt. Dat was ik.” Na een korte stilte: „Jullie kunnen gaan.” De chauffeur kijkt me verbaasd aan als we teruglopen naar zijn auto. Ik schud hem de hand. „Gefeliciteerd, man. Dit is nieuw Nigeria.”