Bedrijven leggen miljoenen neer voor .app, .baby en .ping. En voor .信息

Beeld NRC Q

Wie nog een website eindigend op .app, .ads, .dad, .ing, .fly of .eat wil registreren, zal zich moeten melden bij Google. Het Amerikaanse advertentiebedrijf koopt namelijk domeinextensies op. Onlangs nog betaalde Google 25 miljoen dollar voor de extensie .app.

Een domeinextensie? Dat is het laatste gedeelte van een webadres, ook wel een Top Level Domain (TLD) genoemd. De .nl in nrcq.nl, of de .com in amazon.com dus. Lange tijd waren er, naast landenspecifieke extensies als .nl, .fr en .es, maar een klein aantal van dat soort domeinextensies om een website op te registreren. Maar nu is de markt opengegooid.

115 miljoen webadressen die eindigen op .com

Dat heeft de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers (ICANN) gedaan, het adresboek van het internet. De Amerikaanse organisatie (140 werknemers) is verantwoordelijk voor het introduceren van nieuwe domeinextensies. Zo wil het meer keuze creëren. Want probeer als nieuw bedrijf nog maar eens een .com-webadres te registreren - inmiddels zijn er al ruim 115 miljoen webadressen die daarop eindigen.

Bedrijven en personen konden in 2012 een aanvraag doen voor een extensie - ICANN schreef er een handleiding van honderden pagina’s voor. De organisatie, die zegt geen winstoogmerk te hebben, is nu bezig met de afwikkeling. Per aanvraag beoordeelt ICANN of het de kandidaat geschikt vindt de extensie te beheren. En geeft de domeinnaam dan vrij of niet. Zo kreeg de gemeente Amsterdam .amsterdam in handen.

Zijn er meerdere gegadigden voor dezelfde extensie en komen die er onderling niet uit? Dan wordt hij geveild.

Dat is nu dertien keer gebeurd. Het meeste geld werd neergelegd voor .app - naast Google bood ook Amazon mee. Farmagigant Johnson&Johnson kocht .baby voor 3,1 miljoen dollar.

De bedrijven kopen het recht domeinnamen, dus hele webadressen, te verkopen. Of niet, natuurlijk. Johnson&Johnson zal misschien niet snel een .baby-webadres aan een concurrent weggeven. Google daarentegen is een heel domeinnaamregister begonnen. Via dochterbedrijf Charleston Road schreef het bedrijf zich voor 101 extensies in. (Charleston Road is één van de Californische straten waartussen de campus van Google ligt.)

Neem .soy, bijvoorbeeld, dat Google zo aanprijst:

‘Soy’ is Spaans voor ‘ik ben’, en dit open domein is bedoeld voor u. Wie of wat wilt u vandaag zijn?

Wie is de baas over het internet?

Dat is allemaal niet onomstreden. Want wie is de baas over het internet? Met de aankoop van een domeinextensie, koopt een bedrijf in een zekere zin óók controle.

Over de extensie .sucks, bijvoorbeeld. Een webadres met jouw (bedrijfs)naam, eindigend op .sucks, zullen weinigen waarderen. Extensies als .champagne en .vin zorgen voor problemen bij wijnboeren. Want offline is het gebruik van de naam champagne aan strikte geografische regels gebonden, maar online kan de naam zomaar in handen komen van iemand anders. En wat te doen met .amazon, zowel natuurgebied als bedrijfsnaam?

Daar voert het van oorsprong Amerikaanse ICANN nu discussie over. Inmiddels wel met een bestuur dat uit verschillende nationaliteiten bestaat. Zodat zoveel mogelijk landen meebeslissen over de uitbreiding van het internet.