‘Ambtenaar de baas in buurt’

Een jaar na hun oprichting hebben de opvolgers van de deelgemeenten hun bestaansrecht nog niet bewezen. Geld blijft op de plank liggen en van veel van hun adviezen is nooit meer iets vernomen.

Ze hebben in hun binnenzak een potje om participatie ‘aan te jagen’ en de toezegging om op allerlei gemeentelijke plannen invloed uit te mogen oefenen. Met 3 miljoen euro ongebruikt op de plank en onduidelijkheid over wat het stadsbestuur met hun adviezen doet, is de euforie een jaar na oprichting van de gebiedscommissies vooralsnog ver te zoeken.

Na de gemeenteraadsverkiezingen, maart vorig jaar, haalde Rotterdam een streep door de deelgemeenten. Het moest weer gaan om de buurt zonder de vertragende werking van ellenlange vergaderingen in de deelraden. Bewoners en ondernemers kunnen voortaan via een van de veertien gebiedscommissies hun stem laten horen.

De commissies moeten het echter stellen zonder de bevoegdheden en financiën waar de deelgemeenten tot vorig jaar nog over beschikten. Van het riante budget van 200 miljoen voor de deelgemeenten, is 9 miljoen over, geld dat ook nog eens deels ongebruikt op de plank blijft liggen.

Reden is dat de beslissingsbevoegdheid terug is gegaan naar het stadhuis, samen met de ambtelijke ondersteuning in de wijken. Door die ingrepen zijn de gebiedscommissies uitgekleed aan de start verschenen.

Niet erg, volgens Suardus Ebbinge (D66), voorzitter Rotterdam Centrum. De kracht zit volgens hem in het overtuigen en mobiliseren. „Doordat de grote pot geld en doorzettingsmacht ontbreken, zijn we gedwongen om steun te halen bij bewoners en ondernemers”, aldus Ebbinge.

Met die steun brengen de veertien gebiedscommissies advies uit aan het stadsbestuur over zaken als de locaties van vuurwerkvrije zones of de sluiting van een wijkzwembad.

Vorig jaar zijn er krap tweehonderd adviezen op de Coolsingel bezorgd, blijkt uit de gebiedsverslagen. Adviezen waarvoor bij de totstandkoming allerlei bijeenkomsten in de wijken zijn georganiseerd. Maar over wat er met die zorgvuldig opgestelde adviezen gebeurt, bestaat grote onduidelijkheid. Vaak komt er geen enkele reactie.

Rinus van Schendelen, emeritus hoogleraar politicologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, maakt zich al langer zorgen over de macht van het ambtelijk apparaat, die door opheffing van de deelgemeenten sterk is gegroeid. Ook wijst Van Schendelen op de onervarenheid van de leden van de commissies. „Het zijn goedwillende amateurs, die geen idee hebben in welke arena ze zitten.”

Tom Harreman (PvdA), voorzitter Delfshaven, bevestigt het gevoel van onmacht. „We kunnen geen opdrachten meer geven, alleen vriendelijk verzoeken.” Zelfs voor de uitvoering van door de gemeenteraad vastgestelde gebiedsplannen, met daarin ideeën over activiteiten en inrichting van de Rotterdamse wijken, zijn de commissies afhankelijk van het ambtenarenapparaat. Echte zeggenschap is zo uitgesloten.

Wethouder Ronald Schneider (stedelijke ontwikkeling en integratie, Leefbaar Rotterdam) worstelt ook met de gebiedscommissies. Hij betitelde onlangs in de gemeenteraad de samenwerking als „een leercurve voor ons allen”. Schneider zei als bestuurder „zoekend te zijn in de wijze waarop en wanneer ik ze op de hoogte stel van de besluiten die ik neem”.

Daarmee zijn de slordige duizend gehonoreerde bewonersinitiatieven een jaar na oprichting het belangrijkste wapenfeit van de gebiedscommissies. Vorig jaar kenden ze gezamenlijk 4,8 miljoen euro toe aan geveltuintjes, fietslessen voor Turkse vrouwen en buurtfuiven. Opmerkelijk is het verschil tussen de gebieden. Eind december stond de teller in Delfshaven op 209 gehonoreerde initiatieven, terwijl die van Prins Alexander – met 90.000 inwoners – net de 28 aantikte.

De veertien commissies staan garant voor een mêlee van uitgaven, waaronder ook de viering van honderdste verjaardagen en huwelijksjubilea vallen. Een felicitatie die burgemeester Ahmed Aboutaleb liefst overal in de stad hetzelfde heeft, terwijl de gebiedscommissies vinden dat ze daar op eigen wijze invulling aan moeten kunnen geven.

Desondanks ligt er nog 3 miljoen euro – van de 9 miljoen in totaal – op de plank. In Delfshaven en Rotterdam Centrum ging het budget schoon op. Prins Alexander hield een miljoen euro over, Feijenoord zo’n vier ton en Hoogvliet drie ton. Hoe dat komt? Voorzitters wijten het aan de late start, medio april. Daardoor telde het afgelopen jaar negen maanden. Iets wat hen duur is komen te staan, want in 2015 zijn de budgetten flink gekort. De gebiedscommissies rekenen daarom op extra problemen: inmiddels weten bewoners het potje te vinden en 2015 heeft wél twaalf maanden.