Heus, een moslim durft vragen te stellen

Iedere vrijdag predikt Hanina Ajarai het geloof dat zij belijdt. Deze week: kritische vragen stellen over geloofskwesties.

In de naam van God, de Barmhartige, de Erbarmer, Volgens Ayaan Hirsi Ali is er in de islam weinig ruimte voor twijfel en vragen. Ik weet het, zij behoort bepaald niet tot onze favoriete denkers – toch moet ik zeggen dat ik haar kritiek herken. Als kind werd ik niet gestimuleerd vragen te stellen over onze godsdienst of na te denken over het hoe en waarom van ge-/verboden.

Iets was gewoon zo en daarmee basta. Ik heb zelfs jaren de hoofddoek gedragen zonder te weten waarom precies. Dat is natuurlijk een kwalijke houding en achteraf pas begreep ik dat mijn ouders, als semi-analfabeten, zelf opgegroeid zijn in een samenleving waar lezen en leren geen prioriteit hadden. Je deed gewoon zoals iedereen.

Ik kon dat niet in Nederland, want wij waren niet net als iedereen. Hier vierden ze Kerstmis, en met Goede Vrijdag herdachten ze dat Jezus aan het kruis stierf. Huh? Maar Jezus stierf toch helemaal niet toen?

Een keer kwam mijn oudste broer met een strikvraag: ‘Kan God een steen maken die zo groot is dat Hij ’m zelf niet kan tillen?’ Het is de bekende vraag, waarmee een atheïst een gelovige klem wil praten. Mijn ouders konden hier helemaal niets mee. En de Marokkaanse imam van de moskee werd boos als je met zulke vragen kwam en niet, zoals afgesproken, dertig verzen uit de Koran uit je hoofd had geleerd.

Toch heeft Hirsi Ali ongelijk. Want ik werd ouder en ging studeren, leerde Arabisch en verdiepte me in mijn geloof. En ik kwam erachter dat de islam helemaal niet negatief staat tegenover vragen stellen en kennis opdoen. Meerdere keren spreekt God moslims aan als ‘een volk dat zijn verstand gebruikt’. In de Koran staan passages waarin door de Engelen openlijk wordt getwijfeld aan een besluit van God om Adam als plaatsvervanger op aarde aan te stellen.

‘En toen jouw Heer tegen de Engelen zei: „Ik zal een plaatsvervanger op aarde plaatsen”, zeiden zij: „Zult U daar iemand plaatsen die verderf zal zaaien en bloed zal vergieten – terwijl wij U verheerlijken, U prijzen en danken en U heiligen?” Hij zei: „Voorwaar, Ik weet wat jullie niet weten.”’ (2:30)

Ook profeet Ibrahim (Abraham) kreeg niet op zijn kop van God toen hij vroeg om een demonstratie van Zijn almacht door iets dat dood is weer tot leven te brengen. Geloof je dan niet?, vroeg God. Jawel, antwoordde Ibrahim, maar ik vraag het opdat mijn hart tot rust komt. En voilà, God wekt daarop vier dode vogels weer tot leven.

De grote islamitische geleerden van weleer hebben dan ook geen vraag ongesteld gelaten. Over bijna alles is gefilosofeerd. Inclusief de ‘gevaarlijke’ vraag: als God alles heeft geschapen, wie heeft Hem dan geschapen?

Er is slechts één restrictie: de mens moet beseffen dat zijn verstand niet alle kennis kan omvatten. Zie Gods antwoord op de Engelen: „Ik weet wat jullie niet weten.” En daarom wil ik er bij moslims op aandringen nooit een nieuwsgierige geest af te straffen. Een goede imam prijst een vraagsteller voor het stellen van de vraag, wat die ook luidt, voordat hij begint met antwoord geven. En de gewone moslim stimuleert zijn kinderen altijd na te denken en vragen te stellen over het geloof en alles daaromheen.