Afrika wordt steeds belangrijker voor de Nederlandse export

De export van Nederlandse goederen naar Afrika stijgt traag maar gestaag. Dat blijkt uit cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vanochtend publiceerde. De afgelopen zeven jaar steeg het Afrikaanse exportaandeel van 2,6 naar 3,3 procent.

In 2014 bedroeg de exportwaarde 14,2 miljard euro, daarmee overtreft het continent Spanje. Afrika telt volgens het CBS negen van de twintig belangrijkste groeilanden. Togo, Ghana en Senegal behoren tot de top-5 van die groeilanden. De export naar deze drie landen vanuit Nederland is dan ook fors gestegen. De export van minerale brandstoffen naar Nigeria kromp overigens wel.

‘Bij iedere opkomende economie groeit transportsector’

“Op de Afrikaanse markt voor gebruikte trucks neemt Nederland een sterke positie in”, aldus Bob van der Bijl, commercieel directeur bij Van Vliet Trucks. Van Vliet verscheept voornamelijk tweedehands trucks naar afnemers in 26 Afrikaanse landen:

“Bij iedere opkomende economie groeit de vraag in de transportsector. In Afrika komt die hoofdzakelijk van de mijn- en oliesector, maar ook van de overheid en internationale organisaties.”

Erwin Kuis, financieel directeur bij de exporteur van graafmachines Big Machinery bevestigt de grote belangstelling van lokale ondernemingen. “Maar voor de Afrikaanse markt moet je veel geduld hebben”, waarschuwt hij. “Klanten en banken geraken niet altijd aan vreemde valuta. Dat vertraagt het hele handelsproces.” Bovendien moeten exporteurs rekening houden met lokale politieke schommelingen. “Rond de verkiezingen bedaart de handel altijd”, stelt Kuis.

Veel landen, dus veel mogelijkheden

Dat het continent 54 landen telt beschouwt Van der Bijl dan ook als een voordeel. Zo investeert olieproducent Angola minder in haar infrastructuur door de lage olieprijs. “Dat voelen wij, maar tegelijkertijd is er een ander land die het wel goed doet.” Een crisis kan ook leiden tot onverwachte mogelijkheden. Zo viel de vraag naar trucks in de door de ebola-epidemie getroffen regio helemaal stil. “Maar dan bleek dat de internationale hulpverlening hier nood aan had”, legt Van der Bijl uit. “Wat wij verloren aan de mijn- en wegenbouw, wonnen wij door de internationale reactie op de crisis.”