Column

Waarom hoort klantbank niet in publieke handen?

Natuurlijk hebben die bankiers van ABN Amro gelijk dat in hun contract stond dat zij 900.000 euro per jaar inclusief variabele beloning krijgen. In de pensioenreglementen van veel werknemers stond ook dat zij 70 procent van hun laatstverdiende salaris zouden krijgen. In beide gevallen is het anders gelopen.

Publieke voorzieningen, en dat zijn staatsbanken en pensioenen in zekere zin, worden op het marktplein besproken. In de politieke arena worden de uitkeringen vastgesteld. De schending van decennia gewekte verwachtingen bij de pensioenen vind ik eerlijk gezegd schrijnender dan die paar ton die een handvol uitstekend beloonde ABN-bestuurders misliepen – opgeteld 1,5 miljoen volgens de opgestapte beloningscommissaris Wakkie.

De betrokken bankiers vinden het een schande dat de politiek zo onbetrouwbaar met hen omgaat. Daar hebben zij gelijk in. Als hun bank niet van het faillissement gered moest worden door de staat hadden zij zich niet met deze wispelturige kringen hoeven inlaten. De Bank wilde te graag en te groot en werd van jager tot prooidier. Ook al zijn de directieleden van na die tijd, klagen over je redder overtuigt weinigen.

De afkeer is overigens wederzijds. Zolang ik de politiek volg, heeft het ontzag waarmee politici omgaan met bankiers me verwonderd. Het zal toch niet te maken hebben met die enige malen hogere salarissen en de bijbehorende levensstijl? Alsof ‘t echte leven op zo’n bestuursverdieping begint.

De keerzijde van dat nauw verholen opkijken tegen bankiers is een zekere nurksheid bij bewindslieden en sommige van hun topambtenaren. Toen ABN Amro in acute nood raakte en de president van De Nederlandsche Bank polste of Den Haag bereid was in te grijpen, bleef de poort lang gesloten. Banken redden was niet hun werk. Een noodfusie met ING of de overname door Fortis, Santander en Royal Bank of Scotland verbieden, Bos en Balkenende voelden er niets voor.

De redding werd uiteindelijk een moetje. In een weekend beklonken. Of de prijs juist was zullen we nooit weten. Het waren wilde tijden. Duidelijk was van het begin dat zoveel mogelijk van die miljarden terug moesten komen. Het was niet het moment om vooruit te denken en vragen te stellen over de aard van het bankwezen. Dat bleef zo tot het moment waarop beursgang aanstaande leek.

De betrokkenen zijn inmiddels goed weggekomen. Gerrit Zalm mocht, ondanks zijn DSB-avontuur, de geredde en gestripte bank weer opbouwen. Met in het huidige ABN-bestuur oud-minister Joop Wijn en oud-financieel-economisch topambtenaar Kees van Dijkhuizen zou je verwachten dat werd gewerkt aan wederopbloei van de bank in harmonie met de Haagse machten.

Niets blijkt minder waar. De laatste dagen zijn onderling wantrouwen en wederzijdse minachting goed zichtbaar geworden. De bankmensen verwijten minister Dijsselbloem dat hij zijn woord niet houdt en draait. De minister verzucht dat de banklui geen enkel gevoel hebben voor het maatschappelijk klimaat en blind hun recht najagen, terwijl zij waarachtig al boven modaal gehonoreerd worden.

Nu het zo is gelopen en een beursgang voorlopig niet verstandig lijkt, kan de verloren tijd worden goedgemaakt. Terwijl enkelen onder wie Herman Wijffels, Klaas van Egmond en Peter Blom (Triodos) binnen het Sustainable Finance Lab nadachten over een andere manier van bankieren, is ABN Amro klaargestoomd voor het soort bank dat het ooit was, zij het in gekortwiekte vorm.

ING en Aegon, die ook aan het staatsinfuus lagen op het hoogtepunt van de crisis, betaalden af en verhoogden de salarissen van de top veel meer dan de ABN’ers nu wilden. Privaat, dus wie maakt ons wat. Even imprudent en een bewijs dat de leiding ook daar leeft in een internationale vergelijkingswereld die is losgezongen van dit land.

De gisteren ingevoerde bankierseed zegt onder andere: ’Ik zal een zorgvuldige afweging maken tussen alle belangen die bij de bank betrokken zijn, te weten, die van de klanten, de aandeelhouders, de werknemers en de samenleving waarin de bank opereert. Ik stel in die afweging het belang van de klant centraal.’

Daar hebben deze financiële instellingen een lachertje van gemaakt. Daarom is het tijd dat de minister van Financiën zijn blazoen oppoetst en de bewijslast omdraait: waarom hoort een bank die er is voor klanten eigenlijk niet in publieke handen? Betalingsverkeer, sparen en lenen zijn als iedere publieke nutsvoorziening. De straten, de gas-, licht- en waterleidingen, de waterkering. Het moet gewoon goed werken.

Het is een dringend noodzakelijk onderzoek. Zeker zolang de top van De Bank haar eigen reclame gelooft: Alsof alles om u draait. ABN Amro Preferred Banking.