Verbluffende jurken en duizelingwekkende technieken

In Parijs is een retrospectief te zien van het werk van ontwerpster Jeanne Lanvin (1867-1946). Lanvin had een fascinatie voor de kleur blauw en haar toepassing van technieken en materialen is ongelofelijk divers.

Foto Laure Albin Guillot

Salambo uit 1925 ligt er prachtig bij in haar glazen kist. Mooi, maar ook een beetje luguber: een fonkelende jurk zonder Sneeuwwitje. Op de tentoonstelling Jeanne Lanvin in het Parijse modemuseum Palais Galliera wordt een deel van Lanvins jurken uit de jaren twintig en dertig plat gepresenteerd. Haakse spiegels maken het mogelijk om ze vanuit verschillende hoeken te bekijken.

Jurken niet laten zien op poppen, maar etaleren in kijkdozen alsof het juwelen zijn, is een idee van modeontwerper Alber Elbaz, artistiek directeur van Lanvin. Samen met museumdirecteur Olivier Saillard is hij verantwoordelijk voor de vormgeving van dit eerste retrospectief van Jeanne Lanvin. Zij breekt door in de jaren twintig met rechtvallende kokervormige jurken (charleston). In de jaren dertig wordt haar stijl romantischer met wijduitstaande rokken.

Het in 1893 opgerichte Lanvin is het oudste nog functionerende modehuis. Alber Elbaz ontwerpt sinds 2001 Lanvins vrouwenmode, de Nederlander Lucas Ossendrijver tekent de mannenmode. Modemuseum Palais Galliera brengt de erfenis van de in 1946 overleden Jeanne Lanvin thematisch tot leven.

Door de hele expositie slingert de typerende kleur Lanvin-blauw. Deze, en andere blauwtinten, geïnspireerd op de blauwen van renaissanceschilder Fra Angelico en gotische glas-in-loodramen, verwerkt Lanvin in talloze avondjurken met toepasselijke namen als Lazuli, Azur, Ciel bleu, Delft, Lavande, Indigo en Saphir.

Naast haar fascinatie voor blauw is handwerk de grootste passie van Jeanne Lanvin. De technieken en materialen die ze toepast zijn ongelofelijk divers, en zo creatief dat er vaak geen benamingen voor zijn te verzinnen. Want hoe noem je de stof gemaakt van meters stroken organza die horizontaal gestikt zijn op een ondergrond van transparante tule? Die stof verwerkte Lanvin in ‘La Diva’, een verbluffend moderne jurk.

De duizelingwekkende stofbewerkingen, ‘verloren’ technieken, pailletten en kristallen zijn alleen al reden om af te reizen naar Parijs.

Een ander thema dat overal op de tentoonstelling aanwezig is, is Marguerite, de dochter van Jeanne Lanvin. Marguerite is Jeannes obsessie, en haar inspiratie voor een kinderlijn in 1908. Dankzij het succes daarvan krijgt Lanvin de middelen en bekendheid om uit te groeien tot wat nu een lifestylemerk wordt genoemd, met bruidskleding, lingerie, mannenmode, bont, sportmode en interieuritems: Lanvin Décoration.

In Palais Galliera wordt Marguerites romantische trouwjurk uit 1917 geëxposeerd, net als haar pompeus gedessineerde jurk ‘Fusée’ uit 1939. Lanvin is dan duidelijk al over haar hoogtepunt heen, ingehaald door de eenvoud van Coco Chanel en het surrealisme van Elsa Schiaparelli. Naast ‘Fusée’ hangt een middelmatig schilderij van Marguerite in die jurk, geschilderd door Albert Braïtou-Sala.

De sterke moeder-dochterband brengt veel moois voort. In 1927 krijgt Marguerite voor haar dertigste verjaardag Arpège, een parfum verpakt in een zwarte ronde flacon met daarop in goud het inmiddels beroemde Lanvin-logo van een moeder met kind. Dit liefdevolle logo loopt als een rode draad door de expositie. Op een gestileerde zwart-witfoto, die in 1907 is gemaakt door de bekende mode-illustrator Paul Iribe, staat Lanvin gekleed in een cape, hand in hand met haar dochter. Zeventien jaar later beseft Jeanne Lanvin kennelijk dat dit beeld de essentie is van haar modehuis, en plaatst een geïllustreerde versie als logo op haar huisstijl en etiketten. Het is de verdienste van Alber Elbaz dat hij het treffende beeld onveranderd als logo is blijven gebruiken.

Interessant is de serie zwart-witfoto’s van Jeanne Lanvin aan het werk in haar studio, waarvan de muren van plint tot plafond zijn bedekt met boeken. Enkele op de expositie opengeslagen boeken tonen ontwerpen van etnische stoffen, plaatjes van klederdrachten en middeleeuwse gewaden, die haar inspireerden.

Er is een veelzeggend fotoportret waarop Jeanne Lanvin met haar handen haar gezicht afschermt. We zien een outsider die zich afzondert in de schreeuwerige modewereld. Net als haar opvolger Elbaz. Tijdens de opening verwoordde hij hun verwantschap: „Weet je, het gaat niet om schreeuwen, het gaat om fluisteren. Als je schreeuwt hoort iedereen het, maar niemand luistert. Als je fluistert kunnen misschien niet veel mensen je horen, maar bij wie het hoort gaat het diep.”