Onstuitbare opmars van brallende klasse

Onder de flexcontracten heerst een moordende ratrace waar assertiviteit de doorslag geeft, ziet Sjoerd Korsuize.

We leven in een duale samenleving met aan de bovenkant een categorie personen met vaste banen en aan de onderkant een steeds groter leger met tijdelijke banen. Wettelijk duren tijdelijke banen maximaal drie contracten in maximaal drie jaar (per 1 juli 2015 twee jaar). Omdat de meeste werkgevers na deze deadlines bij voorkeur geen mensen vast in dienst nemen, zwerven de flexwerkers van baan naar baan en van werkgever naar werkgever. In het gunstigste geval. Vaak liggen tussen de contracten periodes van werkloosheid.

De concurrentie is moordend. Aan de onderkant van de arbeidsmarkt heerst een ratrace. Je zou zeggen dat dit voor de werkgever leidt tot de ultieme arbeidssamenstelling. Een uitdijend reservoir van arbeidskrachten waar werkgevers naar behoefte uit kunnen putten en kunnen dumpen lijkt de vervulling van de neoliberale droom. Toch lijken de ‘fittest’ niet per definitie de beste, meest competente werknemers .

De reden is dat profilering meer wordt gewaardeerd dan kunde. In een beperkt aantal functies bestaat de kunde vooral uit profilering. Denk aan vertegenwoordigers, verkopers of marketeers. Voor andere functies – neem ICT-specialisten, beleidsmedewerkers, accountants of ambachtslui – bestaat kunde niet uit profilering maar primair uit inhoudelijke kennis, vaardigheid of analytisch vermogen. Profilering is van secundair belang of zelfs irrelevant. Hybride varianten als advocatuur, kwaliteitsjournalistiek of consultancy vragen om een gelijkwaardige balans tussen kunde en profilering.

De realiteit is dat in toenemende mate de banen gaan naar degenen die zichzelf het meest assertief profileren. Verlegen, bescheiden, introverte of sociaal minder sterke personen – hoe competent ook – hebben het nakijken. Deze categorie personen, laten we ze de stille krachten noemen, legt het af tegen de brallende klasse; de categorie die zich primair kenmerkt door interessant-, of belangrijkdoenderij. Niet door kunde.

Dit gebeurt bij de gratie van incompetente of gelijkgezinde poortwachters, te noemen recruiters, intercedenten en HR-managers. Want de grootste horde in het selectieproces vormen de poortwachters, die overgevoelig zijn voor de zelfbewustheid, sociale dominantie en communicatieve vaardigheid van de brallende klasse. De poortwachters verkiezen hen te vaak boven de kandidaten die beter geschikt zijn voor de uitoefening van een functie.

Stille krachten worden zodoende veronachtzaamd terwijl ze juist een zeer relevante bijdrage zouden kunnen leveren aan de werkgever. Illustratief voor de tendens is een recent initiatief waarbij werkzoekenden sollicitatiefilmpjes kunnen opnemen, om zich te laten welgevallen bij potentiële werkgevers. Hierbij wordt impliciet de boodschap gebracht dat communicatieve en sociale vaardigheden het belangrijkst zijn in het selectieproces.

Economische crisis, politieke beslissingen en tijdsgeest hebben het pad geplaveid voor de ogenschijnlijk onstuitbare opmars van de brallende klasse. Het wordt tijd dat de stille krachten worden geherwaardeerd. Het zich scherp kunnen profileren is voor lang niet alle banen van belang. Maak dit onderscheid. Gebeurt dit niet, dan verschralen de functies waar inhoudelijke kennis, vaardigheid, accuratesse, intellect, creativiteit en analytisch vermogen de doorslag geven. Ook stille krachten zijn een verrijking voor een bedrijf of overheidsorganisatie.