NS haalt eenderde van omzet uit buitenland

Staatsbedrijven bereiden zich voor op liberalisering van de spoormarkt.

Veel treinreizigers hoorden waarschijnlijk pas vorige maand voor het eerst van Abellio. In de berichtgeving rond de concessie voor trein- en busvervoer in Limburg werd de winnaar van die concessie steevast aangeduid als ‘NS-dochter Abellio’.

Een zeer zelfstandige dochter, vindt NS. Maar als er heibel komt, zoals nu met mededingingsautoriteit ACM over de Limburgse aanbesteding, neemt moeder NS de strijd over. Zelfs in Limburg zal Abellio geen begrip worden; de merknaam wordt DOOR!.

Voor het busvervoer in Groningen, Drenthe, Zuidoost-Friesland en stad Utrecht gaat Abellio ook schuil achter een andere naam: Qbuzz. Dat bedrijf bezit ook nog 49 procent van de bussen en trams in Den Haag.

In Duitsland en Engeland is Abellio wel een bekende naam in het openbaar vervoer. In Engeland verzorgt Abellio al ruim tien jaar twee concessies in samenwerking met Serco. Sinds 2009 kwamen daar bussen bij in de regio Londen en Surrey, sinds 2012 treinen in de regio Greater Anglia.

De Duitse tak van Abellio verzorgt bus- en treinvervoer in vijf deelstaten en vervoert vanaf 2016 dagelijks bijna 170.000 passagiers. De Schotse concessie is een grote vis voor Abellio.

Allemaal tot voordeel van NS. Abellio (8.000 werknemers) had in 2014 een omzet van 1,3 miljard euro. De totale omzet van NS was 4,1 miljard. Het winstcijfer maakt Abellio pas in de zomer bekend. Verdere uitbouw in Europa is gewenst, vindt de NS-top. De pijlen zijn nu gericht op Zweden, waar Abellio vorig jaar een aanbesteding verloor en de liberalisering bloeit.

Reizigers en politici zijn kritisch over die buitenlandse avonturen: moet de prioriteit van NS niet in eigen land liggen? Dat is ook zo, bezweert NS in het jaarverslag 2014. Dat het bedrijf veel geld verdient in het buitenland is hooguit meegenomen.

Het echte doel is kennis en ervaring opdoen in Europa en die ten goede laten komen aan de Nederlandse reizigers in het openbaar vervoer. „Door internationaal te werken en te ondernemen, leren we van Europa en kunnen we de dienstverlening in ons eigen land verbeteren.” NS moet het doel wel zo formuleren, want ook de Staat, enig aandeelhouder, wil dat de buitenlandse activiteiten bijdragen aan het publieke belang in Nederland.

Er speelt nog iets. Met Abellio, opgericht in 2001 als NedRailways, bereidt NS zich voor op de verdere liberalisering van de Europese spoormarkt. De politieke trend in Brussel gaat traag maar zeker richting het vrijgeven van het spoor. Nationale spoorbedrijven raken in dat geval hun monopolie kwijt. Hun lijnen worden opgeknipt en verplicht Europees aanbesteed.

Het hoofdrailnet, 80 procent van het Nederlandse spoor, is door het kabinet net weer onderhands gegund aan NS, voor de komende tien jaar. Waarschijnlijk voor het laatst.

Het kabinet en het Europees Parlement verzetten zich tegen een onderdeel van het Vierde Spoorpakket van de Europese Commissie, het verplicht openstellen van de binnenlandse markt voor personenvervoer per spoor. Opknippen van het hoofdrailnet is nadelig voor de reiziger, blijkt uit onderzoek. Verlies van haar kernbezit is de grootste angst van NS.

Dus heeft de internationale expansie een dubbel voordeel: NS leert hoe het bedrijf Europees moet aanbesteden en compenseert alvast een eventueel verlies aan inkomsten, als het meer concessies gaat verliezen aan concurrenten. De afgelopen jaren gebeurde dat al op het regionale spoor.

NS is niet het enige staatsbedrijf dat vooruit kijkt. Overal in Europa worden belangen ingekocht, posities veroverd. Het Franse SNCF is via Keolis actief in Engeland en Nederland (Syntus). Deutsche Bahn is via Arriva actief in veertien Europese landen, in zeven op het spoor. Abellio is voor NS geen extraatje, het is de overlevingsstrategie voor de lange termijn.