Kromo kent geen angst

Vandaag gaat Ranomi Kromowidjojo (24) los op de Swim Cup in Eindhoven. De olympisch kampioen had het moeilijk, maar lacht nu weer. Ze wil „gruwelijk hard zwemmen”.

Kromowidjojo tijdens de Spelen in Londen in 2012. Foto AFP

Val haar niet lastig met de precieze tijden, die weet ze nooit uit haar hoofd. Maar de onderwatercamera’s liegen niet. Zomaar een doordeweekse trainingsochtend in Eindhoven, vlak voor de Swim Cup, en Ranomi Kromowidjojo snelt naar haar beste starttijd ooit. Het verschil op de eerste tien meter is 0,04 seconde, hoort ze later van coach Patrick Pearson. „Geen toeval dat het nu gebeurt”, zegt ze tevreden. „En het betekent dat je beter bent dan ooit.”

Iets minder dan vijfhonderd dagen voor de Olympische Spelen van Rio is de lach terug op het gezicht van Kromowidjojo (24), de zwemkoningin van de Spelen van Londen (2012). „Het gaat heel goed. Dat is geen leugen, vraag maar aan Patrick.”

Pearson, met wie ze nu een half jaar werkt, getuigt van haar fysieke vooruitgang en haar grotere belastbaarheid, maar ook van haar mentale progressie. Opener, vrolijker. De voorlopige opbrengst van al die goede berichten: snellere starts, verbeterde keerpunten en slimmer uitgekiende finishes van de zwemster. Bij de Swim Cup, die vandaag in Eindhoven begint, wil ze „gruwelijk hard zwemmen”.

Zes maanden geleden zette ze de knop om, na een turbulent jaar dat vooral in het teken had gestaan van afscheid nemen: eerst van haar coach Marcel Wouda, toen van mentor Jacco Verhaeren, haar nieuwe coach Christiaan Sloof en tenslotte van haar vriend Pieter van den Hoogenband.

Niet niks voor een jonge zwemster die in de stabiele omgeving van Verhaeren naar de wereldtop was gezwommen. Maar het ligt niet in haar aard om zich in de put te laten praten. Ook een beetje het gevolg van haar opvoeding in het Groningse plattelandsdorp Sauwerd. „Ik zeg niet snel: het gaat slecht met me. Alleen toen ik die hersenvliesontsteking had kon ik er niet onderuit. Met klagen bereik je niet zoveel.” Bovendien, als ze zegt dat het niet goed gaat, „staat het morgen in de krant”. „Dan zegt de bakker: het gaat niet goed, hè?” Je moet jezelf nooit indekken, vindt Kromowidjojo. „Als je niks verwacht zal het leven nooit tegenvallen, maar je zult ook nooit je potentieel bereiken.”

Het rottigste seizoen

Ook midden in haar ‘crisis’, vorig jaar, bleef ze positief. „Dit is het rottigste seizoen. Vanaf nu wordt het weer spannend en leuk”, zei ze toen. Toch liet ze zich veel afleiden door de wereld om haar heen, erkent ze. „Na Londen ben ik een soort publiek bezit geworden, iedereen mag schrijven wat ie wil. Daar kan ik best mee omgaan, maar als je minder gefocust bent op het zwemmen, trek je je er meer van aan.”

In de media verschenen verhalen over haar gestrande relatie, over de bedrukte sfeer tussen coaches en zwemmers in Eindhoven, over haar afzegging voor het EK in Berlijn. Zelf twijfelde ze niet toen ze eenmaal haar keuze maakte voor een volledige ‘reset’ van haar olympische programma, met Pearson als coach.

Een schot in de roos, zo bleek. Pearson meet alles wat er maar te meten valt in en buiten het bad en probeert de zwemster fysiek sterker te maken dan ze ooit is geweest.

Nieuw lijntje erbij

Kromowidjojo geniet weer van trainingen. Zoals werken aan een snellere start. Duizenden moet ze er gedaan hebben. Op de monitor naast het zwembad vergelijkt ze ze met haar beste start ooit – zichtbaar als een lijntje over het scherm. „Ik had de afgelopen weken al het gevoel dat het tijd werd voor een nieuw lijntje. En het niveau is constant hoog. Dit was geen uitschieter.” Het nieuwe record over tien meter: 3,76 seconden, lepelt Pearson even later op.

Wat Kromowidjojo leerde in dat moeilijke jaar? „Ik heb de bevestiging gekregen dat ik op mijn gevoel moet vertrouwen, mijn eigen keuzes moet maken. Alleen dan krijg je het beste team om je heen.”

Inmiddels is de rust weergekeerd in Eindhoven, waar de coaches Wouda, Pearson en Kees Robbertsen allemaal hun eigen groep trainen. „Na het vertrek van Jacco is nu duidelijk wie wat doet. Er is een heel fijne sfeer, dankzij een goede balans tussen de oudere oma’s – zoals Femke Heemskerk en ik – en een aantal gretige jonkies. Als je even niet oplet vliegen ze je aan alle kanten voorbij.”

En de Spelen komen dichterbij, Kromowidjojo merkt dat aan haar eigen gedrag. „Ik doe steeds meer die oogkleppen voor, ga minder naar mijn ouders in Groningen, misschien word ik asocialer. Vorig jaar trok ik me veel meer aan van problemen van anderen. Voor Londen was ik juist alleen bezig met mezelf. Alle ruis moet je bannen. Vorig jaar lukte dat veel minder.”

Juist dat is haar sterke kant, zei Verhaeren altijd over haar: concentreren op de dingen die ze moet doen. Andere topsporters raken nerveus als de Spelen naderen, voor Kromowidjojo is het de ultieme snoepwinkel.

Angst kent ze niet. Ook dat leerde ze van haar ouders, die een karateschool runnen in Sauwerd. „Toen ik vier was, moest ik in mijn karatepakkie mijn vader neerhalen voor een groep grote mensen. Ik ging daar gewoon staan. Ik ben niet opgegroeid met het gevoel dat dingen eng zijn, maar juist spannend en leuk. Dat heb ik bij de Spelen ook.”

Deels is dat haar instelling, deels is het te leren, denkt ze. „Dat geldt niet voor een olympische finale. Daarvoor kun je niet trainen in een Swim Cup. Gelukkig heb ik het al twee keer meegemaakt. Daarom vind ik de Spelen ook veel leuker dan elke andere wedstrijd: je zwemt die race maar een paar keer in je leven. Het begint met het leuk vinden.”