Hoelang houdt Vanuatu het nog droog?

Na Pam trekt nu cycloon Maysak over de Stille Oceaan. Bewoners van de eilandjes zijn bang en boos: „Hoezo aanpassen? Wij proberen hier te overleven.”

Een vader met zijn zoon bij hun verwoeste huis in Port Vila, net nadat supercycloon Pam over Vanuatu was getrokken. Foto Dave Hunt/Reuters

Met zweet gutsend van zijn voorhoofd trekt Stephan Kanas drie reusachtige cassaves uit de grond. Aan zijn lijf – vetloos, tanig van een leven hard werken – kleven plaggen modder. Supercycloon Pam heeft de 35-jarige boer geruïneerd. „De zware regens van Pam hebben de aarde doorweekt. De cassaves gaan rotten. Heel misschien, als ik ze in zand ingraaf, kunnen we ze nog eten”, zegt Kanas. Hij pulkt met zijn vinger in de harige schil. „Te zacht. Onverkoopbaar.”

Kanas’ akker is een chaos. Alles ligt door elkaar: gevelde bananenplanten met trossen groene banaantjes, ontwortelde papajabomen, scheve cassavestruiken en palmbomen die door de loeiharde wind gestript zijn van bladeren.

Normaal zit in die chaos een systeem van levensbelang. „Wij oogsten niet alles tegelijkertijd. Net als alle cassave verkocht is op de markt, kunnen we de bananen plukken”, zegt Kanas. „Van alles wat wij planten, oogsten wij één keer per jaar. We hebben niks meer. Pas volgend jaar zullen wij weer iets verdienen. Dat wordt zwaar. Niet voor het eerst trouwens. Dan krijgen we weer te veel regen. Dan is het te lang te droog. Vroeger kon je op het weer rekenen. Nu niet meer.”

Bijna alle boeren hebben, net als Kanas, al hun gewassen verloren. VN-experts op Vanuatu waarschuwen nu, bijna drie weken na supercycloon Pam, voor een „tweede ramp”.

Dat het klimaat verandert, weet iedereen op Vanuatu, een archipel in de Stille Oceaan. Als de kakkerlakken uit het bos kruipen, gaat het hard regenen. En steeds vaker kruipen de kakkerlakken uit het bos. Als het fruit vroeg in het seizoen aan de takken hangt, is de kans op zware storm groter. En de mango’s zijn vroeger rijp.

Wat boeren op hun akkers zien – waarschijnlijk veroorzaakt door verandering in de luchtdruk en hogere temperaturen – constateren klimaatwetenschappers ook. Het klimaatpanel van de Verenigde Naties verwacht dat Vanuatu en buurlanden meer extreem weer zullen meemaken. Hevige regenval die zich nu eens per twintig jaar voordoet, zal in 2055 eens per vijf jaar voorkomen, denken wetenschappers.

Gevarenzone

De inwoners van Vanuatu merkten tot nog toe vooral geleidelijk dat het klimaat verandert. Maar de ravage die cycloon Pam aanrichtte, met windsnelheden van meer dan 300 kilometer per uur, drukt hen met de neus op de feiten: zij wonen in een gevarenzone. „Ik merk dat cycloon Pam er hier diep in hakt. Dit zal de bevolking lang heugen. Nu mensen weten wat een krachtige cycloon met zich meebrengt, is de angst dat het opnieuw gebeurt groot”, zegt Sebastian Rhodes Stampa, een kettingrokende Britse graaf die in Vanuatu de VN-noodhulporganisatie OCHA leidt. Tussen de vergaderingen op het hulpcoördinatiecentrum in hoofdstad Port Vila door hapt hij even lucht. „Denk vooral niet dat Pam meeviel omdat er geen duizenden doden vielen, zoals bij tyfoon Haiyan in 2013 op de Filippijnen. Om de maatschappelijke impact van een ramp te meten moet je je niet blindstaren op het dodental.”

De bewoners van Vanuatu zijn boos dat hun dit onrecht wordt aangedaan. „Kleine eilandstaatjes zijn samen verantwoordelijk voor minder dan 1 procent van ’s werelds uitstoot van broeikasgassen, maar ze behoren tot de kwetsbaarste van alle gebieden voor de mogelijke nadelige gevolgen van klimaatverandering en zeespiegelstijging”, concludeerde het VN-klimaatpanel al in 2001. Hoe diep de woede zit, blijkt op het coördinatiecentrum.

Jotham Napat is directeur van de rampenbestrijdingsdienst van Vanuatu. „Natuurlijk kun je niet zeggen dat een enkele gebeurtenis, zoals cycloon Pam, direct veroorzaakt wordt door klimaatverandering. Maar ik ben ervan overtuigd dat klimaatverandering heeft bijgedragen aan Pam. Dit is de eerste keer dat wij met zo’n grote en krachtige supercycloon te maken kregen. Dat is geen toeval”, zegt Napat.

Napat wordt in de rede gevallen door zijn rechterhand Benjamin Shing, die wijst op de hypocrisie van het Westen. De noodkreten uit de Stille Oceaan werden steeds genegeerd. Maar zodra er een ramp is, komen vliegtuigen vol sardientjes in blik, tentzeilen en reddingswerkers aan. „Al die organisaties willen hun vlag planten bij een verwoest dorp en zeggen ‘wij hebben hier geholpen’. Ze willen alleen naamsbekendheid. Ze hanteren hun eigen systemen, vertellen ons niet wat ze doen. Ze richten meer schade aan dan dat ze helpen.”

De wanhoop – en de vermoeidheid van een week niet slapen – klinkt in zijn stem: wanneer nemen de grote vervuilers zoals de VS, Europa en China de kleine eilandstaatjes nou eens serieus? Presidenten en premiers van deze afgelegen landen hielden de laatste jaren vlammende toespraken bij de VN. Ze uitten hun wanhoop. Ze werden boos. Zij zien het gevaar naderen.

In het westelijke deel van de Stille Oceaan steeg de zeespiegel de afgelopen twintig jaar vier keer sneller dan het wereldwijde gemiddelde. Ieder jaar stond het water gemiddeld weer 1,2 millimeter hoger, blijkt uit onderzoek van het VN-klimaatpanel. Voor laaggelegen atolnaties zoals Kiribati en de Marshalleilanden betekent dit dat elke springvloed of storm een bedreiging voor de bevolking vormt.

In december komen wereldleiders in Parijs bijeen voor een klimaattop. Het doel is bindende afspraken te maken over de uitstoot van broeikasgassen zodat de opwarming van de aarde wordt geremd.

De eilandstaatjes, op een wereldbol een paar vlekjes in een blauwe massa, proberen gezamenlijk druk uit te oefenen bij de VN. De landen beseffen ook dat ze op de korte termijn vooral elkaar moeten helpen om te overleven. Er wordt geëxperimenteerd met een verzekeringsfonds, waar kleine eilandstaatjes samen met de Wereldbank aan bijdragen, zodat na een ramp snel geld is voor wederopbouw.

Ook verkocht het bergachtige Fiji vorig jaar grond aan Kiribati zodat de ruim 110.000 inwoners van de 22 eilanden van Kiribati een toevluchtsoord hebben als hun land verdwijnt. „Wij hopen dat het niet nodig is, maar als het moet verhuizen we iedereen ernaartoe”, zei president Anote Tong van Kiribati vorig jaar.

Dat Kiribati bereid is zijn hele bevolking te verhuizen naar Fiji, 2.000 kilometer verderop, zegt niet alleen veel over de vindingrijkheid van de kleine eilandstaten, ook over lotsverbondenheid, zegt Christopher Bartlett, een Amerikaanse voedsel- en klimaatexpert die 17 jaar geleden als vrijwilliger neerstreek op Vanuatu. Hij klom op tot een van de belangrijkste adviseurs van de regering. „Wij voelen de klappen als eerste en moeten samen optrekken”, zegt Bartlett. Met ‘wij’ bedoelt hij Vanuatu. Hij blaast na een werkdag van 20 uur uit op een terras met een blikje fris en kijkt uit over de dikke rookwolken die in de baai van Port Vila hangen.

Overdag snerpen de kettingzagen om de eindeloze hoeveelheid gevelde bomen te ruimen. ’s Avonds wordt alles in brand gestoken. Het is een ijzeren ritme van puinruimen op Vanuatu.

Verbranding is de enige manier om van de verwoesting van Pam af te komen. Bartlett: „Je ziet zo meteen hoe geïsoleerd en kwetsbaar wij zijn. Deze eilanden moeten zichzelf redden. Op Vanuatu is er nu het besef dat wij, als we ondanks klimaatverandering willen bestaan, ons leven moeten aanpassen. Het is de enige manier.”

De golven komen het land op

In Siviri, een dorpje op de noordpunt van Efate, zijn de stijgende zee en de fonkelnieuwe maar door Pam geknakte elektriciteitspalen de enige tekens dat de tijd ook hier voortschrijdt. De Melanesische tradities leven hier nog volop. In de hutten zitten mannen, met op hun gezicht en armen tribale tatoeages, aan kommetjes kava, een goedje gemaakt van de wortels van de plant Piper methysticum. Na één kommetje is je gezicht gevoelloos, na drie word je kalm, na twintig ben je de weg kwijt. Mannen zitten hier al eeuwen aan de kava, één cycloon verandert dat niet. Toch bereidt het dorp zich voor op meer noodweer en een hogere zeespiegel.

Jimmy Arthur (36) wijst naar de zee. „De golven komen vaker het land op. Vroeger was het dorp beschut door palmbomen, de meeste zijn gestorven door het zand en zoute water”, zegt Arthur, leraar op een middelbare school en een van de dorpswijzen.

Hij zwaait richting een paar nieuwe huizen op hoger terrein landinwaarts. „Die mensen woonden eerst aan het water. Ze moesten daar weg. Dat is onze realiteit.”

We moeten weerbaar zijn, zegt Arthur. „Wij zullen ons verdedigen. Van de regering hebben wij zaadjes gekregen voor andere gewassen. Zoete aardappels die binnen drie maanden geoogst kunnen worden. Koolsoorten die sneller groeien. Als wij vaker onze oogst verliezen kunnen we zo sneller de voedselvoorraad op orde krijgen en geld verdienen.” Sinds kort droogt het dorp ook fruit na de oogst. Zo kunnen de mensen voorraden aanleggen, want koelkasten zijn er nauwelijks.

Buiten het dorp staat een enorm bord dat meldt dat de Europese Unie geld geeft aan het Adapting to Climate Change Project. Arthur lacht als erop gewezen wordt. „Adaptation? Ik weet er niks van. Wij proberen gewoon te overleven.”