Het verleden wordt pathologisch genegeerd

Foto Cinema Delicatessen

Vooral dat lachen, en dat pochen. Dat zijn beelden die je niet meer kunt vergeten nadat je The Act of Killing (2012) hebt gezien, waarin regisseur Joshua Oppenheimer de doodseskaders van de Indonesische president Soeharto aan het woord liet over de miljoenen moorden en wreedheden die ze in de jaren zestig hebben begaan.

Shockerend: het gebrek aan schaamte of spijt. Nog schokkender: dat velen van hen nog steeds sleutelposities in de Indonesische maatschappij bekleden. Met name de scènes waarin ze hun onmenselijkheden ‘naspeelden’ waren even effectief als ondraaglijk. Want ze bleven maar lachen en patsen. De lach als ongemak, excuus, pantser, wapen.

Afgelopen weekend is op het Movies that Matter-mensenrechtenfilmfestival in Den Haag het vervolg op The Act of Killing bekroond met de publieksprijs. The Look of Silence is een film die Oppenheimer in het diepste geheim draaide met een van zijn belangrijkste informanten: Adi Rukun, broer van een van de slachtoffers van de massamoord aan de Slangenrivier in Noord-Sumatra. In deze film confronteert Adi de daders met hun gruweldaden.

The Look of Silence is een noodzakelijke film naast The Act of Killing. Het is, meer nog dan een vervolg, een complementaire film, een tegenwicht. Adi’s werk als rondreizende optometrist stelt hem in staat om bij de nu veelal hoogbejaarde daders aan te kloppen, en nog eenmaal het verleden op scherp te stellen; zijn beroep is een geweldige metafoor.

Adi’s poging de Indonesische zwijgcultuur te doorbreken is buitengewoon dapper. Het negeren van het verleden is welhaast pathologisch in het land. Ook kinderen die niet eens weten wat hun ouders hebben uitgespookt, beginnen al te ontkennen voordat er een vraag is gesteld. Zelfs al weten ze niets, dan nog weten ze dat er iets is wat ze niet willen weten.

Beide films, The Act of Killing en The Look of Silence – er ligt nog een derde film in het verschiet, die de trilogie moet afronden – zijn belangrijke historische documenten. Oppenheimer noemt het overigens liever ‘enactment’ omdat zijn personages nog steeds in de werkelijkheid leven die ze spelen.

Adi is een baken van waardigheid in al die woelende, bloedige hysterie. Hij is niet op zoek naar wraak of vergelding, maar naar waarheid. Hij zoekt een manier waarop zijn kinderen later naast de moordenaars van hun oom kunnen wonen, een manier om aan die cyclus van het geweld en het verzwijgen te ontsnappen. Sinds de première van de film, vorig jaar op het Filmfestival Venetië, zijn Adi en zijn familie naar een deel van Indonesië verhuisd waar ze anoniem verder kunnen leven.