Column

Hardfietsspel

Zelden steeg een oorverdovender gejuich op uit de wielerfora dan na de klassieker Gent-Wevelgem. Het oordeel was bijna unaniem: dit was wielrennen zoals het bedoeld is. Gent-Wevelgem was inderdaad een slagveld om de vingers bij af te likken. De (fietsende) mens als speelbal van de elementen. Maar vooral: hoe redt hij zich daaruit? Of juist niet.

Ik keek naar de live-uitzending op een woonschip aan het IJsselmeer. De westerstorm veroorzaakte behoorlijk deining, maar met wat bier erbij werd het evenwicht enigszins hersteld. Op het scherm zag ik hoe renners door de wind werden opgetild en als grof vuil in de berm gedeponeerd. Eentje moest uit de sloot worden gevist. Massale valpartijen, botbreuken, doorweektheid, onderkoeldheid, leeg rakende energiereservoirs, het kon niet op. Ploegen bestonden niet meer, ik zag enkel zwervers.

Maar ook deze koers kreeg gewoon een winnaar. Eigenlijk kende de koers alleen maar winnaars. Zelfs de pakweg 160 opgevers hadden een beetje gewonnen.

Op deze plaats, en ook op andere plaatsen, heb ik vaak beweerd dat wielrennen geen sport is maar iets anders. Wat het dan wel is kon ik niet exact benoemen, maar sinds Gent-Wevelgem weet ik het zeker: wielrennen is een natuurverschijnsel. Het is iets als een zonsverduistering, de grote trek van de gnoes, El Niño.

Het was vooral op de Engelstalige fora dat de liefhebbers in hun geestdrift over Gent-Wevelgem het ene superlatief op het andere stapelde. Dat vond ik verassend. De liefhebbers uit de niet traditionele wielerlanden die niet zijn opgevoed met het idee dat een peloton slaven op lichtgewicht racekarretjes bij wijze van hardfietsspel de wildernis worden ingestuurd om verhalen te genereren, voelden perfect aan dat een kosmisch drama zich had voltrokken. Een drama dat het leven een stuk zinlozer maakte als je er geen getuige van was geweest.

Iemand schreef dat hij zich schuldig had gevoeld omdat hij zo genoten had van de opeenvolging van ellende. Een fijnproever, naar mijn smaak.

Op de boot aan het IJsselmeer voelde ik me bij momenten ook schuldig. Maar dat wist de oud-professional in mijn hart snel recht te breien: over tien, twintig jaar blikt elke deelnemer van Gent-Wevelgem 2015 in weemoed terug.

Terwijl ik me nog maar eens een biertje inschonk vroeg ik het me hypothetisch af: stel dat het barbaarse en anachronistische wielrennen vandaag pas werd uitgevonden, zouden de zeer beschaafde autoriteiten van de Westerse wereld het niet per decreet verbieden? Het zou zomaar kunnen.

Goed, het wielervoorjaar nadert zijn apotheose met de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix. Kinderkoppen, karresporen; landschappen waarin geen beest dood gevonden wil worden. Ik hoop op storm, regen en bliksem. En vooral op een kantelend beeld op mijn flatscreen: niet alleen de cameraman ligt op zijn rug in de sloot, ook ikzelf.