Beatknutselaars

Elektronicaduo Weval uit Amsterdam treedt volgende week op tijdens Motel Mozaïque. „We houden van het geluid van drums uit de jaren zeventig.”

Weval, met Harm Coolen (links) en Merijn Scholte Albers (rechts) Foto Andreas Terlaak

Muziek maken kan met alles. Harm Coolen (28), de helft van het enerverende elektronicaduo Weval uit Amsterdam, vertelt dat ze hun eerste nummers maakten op laptops, met goedkope software. „Toen we wat geld hadden verdiend, konden we mooie analoge spullen kopen, zoals een synthesizer en een echoapparaat. Maar we hebben ontdekt dat je een warme, rauwe klank evengoed kunt bereiken met oude software, op de laptop.” Merijn Scholte Albers (26), de andere helft, zegt: „Daardoor kunnen we musiceren waar we maar willen.”

Weval bracht twee EP’s uit, met elf nummers. In mei zou het debuutalbum af moeten zijn. Maar, zegt Scholte Albers: „We liggen niet op schema.” Een reden voor vertraging is dat Weval de laatste tijd vaak optreedt. Komende zondag is het duo te zien op dancefestijn DGTL in Amsterdam en volgend weekend tijdens het eclectische popfestival Motel Mozaïque in Rotterdam.

Weval past zowel op dancefeesten als in popzalen. Voor hun nummers gebruiken ze het repeterende karakter van dancetracks, aangevuld met verhalende elementen uit de popstijl. Bij Weval zindert de elektriciteit, maar schrille klanken worden gemeden. Hun synthesizers zijn zachtaardig als een aanzwellende en afnemende avondbries.

Soms is de rust bedrieglijk. Zo klinkt in Gimme Some plotseling een fel geklop alsof Satan zelf voor de deur staat en dwingend vraagt: ‘Gimme some’ – waarna de muziek weer geruststellend verder vloeit naar romige passages aangevuurd door knisperende bekkens.

Bij het sprokkelen van hun klanken hanteren Coolen en Scholte Albers een paar vuistregels. Coolen: „Wij besloten elke drumklap zelf te construeren.” Scholte Albers: „We houden van het geluid van drums uit de jaren zeventig, uit de nummers van Bill Withers of Sly Stone. Van dat soort drumgeluiden kun je online gratis samples vinden, eindeloos veel. Halve dagen zitten we samen met een laptop op schoot door al die beats te scrollen, tot we iets mooi vinden om te bewerken.”

Coolen: „Een tik van een snaredrum bijvoorbeeld, ‘pitchen’ we, tot hij lager klinkt, dan verdubbelen we hem, twee of drie keer, en leiden het resultaat door een digitale compressor. Om het rauwer te maken.” Scholte Albers: „Als wij met de originele drummer van een van onze snaredrums naar onze muziek zouden luisteren, weten we zeker dat hij zijn tikken niet zal herkennen.”

Een andere vuistregel: de zangstem mag juist niet van internet komen. Scholte Albers: „Een zangstem willen we niet ongevraagd gebruiken. Zang is te persoonlijk.” De stem die in een aantal nummers opduikt, is van een buurman van Coolen, de zanger Koen-Willem Toering. „We nemen langdurig op en gebruiken een paar seconden.”

De mooiste vondsten ontstaan soms per ongeluk. Coolen: „Toen we werkten aan Gimme Some schoot Merijns muis uit, waardoor een stukje zang ineens anders werd.” Hij maakt een mitrailleur-achtig geluid. „Dat geratel werd het hart van Gimme Some.”

Tonicmerk Schweppes gebruikte een liedje als soundtrack voor een Franse reclame, waarin Penélope Cruz een nachtclub binnenloopt op de elastische klanken van Detian. Coolen en Merijn waren tevreden over het resultaat. „De muziek is goed te horen. En Penelope Cruz liep swingend de zaal in, op ónze track.”