Abellio op Schotse les voor de NS

NS-dochter Abellio is door de overname van ScotRail sinds gisteren de baas op het Schotse spoor. NS verwacht ervan te profiteren, niet alleen financieel, maar ook bij extreem weer.

Spoorbrug Forth Bridge bij Edinburgh, tussen North Queensferry.

Om 11.11 uur precies klonk gisteren op perron 2 van het station van Stirling het fluitje van de conducteur. Het vertreksignaal voor de trein naar Aberdeen. En daarmee kwamen de Schotse spoorwegen – 347 stations, 227.00 passagiers per dag, en 86,3 miljoen ritjes per jaar – in handen van NS-dochter Abellio.

Niet dat Schotse treinreiziger onmiddellijk iets van de aanwezigheid van de Nederlanders merkt. Op de ministroopwafels, die gisteren op stations werden uitgedeeld, en de aanpassing van een aantal prijzen, na verandert er op het eerste oog weinig aan ScotRail.

Directeur Jeff Hoogesteger probeerde in zijn toespraak eventuele hooggespannen verwachtingen te temperen: de eerste nieuwe Hitachi-treinen arriveren in 2017, een jaar later pas de nieuwe intercitytreinen, en infrastructurele veranderingen „zijn er niet binnen één nacht”. Zelfs de nieuwe uniformen komen pas in het najaar. Tot gisteren mocht Abellio niet met het personeel overleggen over welke snit en stof zij wilden hebben.

De grootste verandering is bovendien een abstracte. In de woorden van de Schotse staatssecretaris voor Transport, Derek Mackay: „Abellio helpt ons bij de groei van onze economie”. Hoogesteger heeft het over de NS-dochter als „een lifestyle facilitator”, een bemiddelaar bij de Schotse levensstijl.

Concreet betekent het dat in Schotland de nadruk komt te liggen op de verbinding tussen openbaar vervoer en de stad, en „de integratie van de stations als onderdeel van de stad”. Hoogesteger: „Dat is in Nederland veel gewoner: de reis gaat niet van station tot station, maar van deur tot deur. We bestaan niet louter om treinen te laten rijden, maar om mensen en bedrijven bijeen te brengen.”

De grootste na Go Ahead

Dus staan er op het perron in Stirling rode ov-fietsen te blinken en komt er in Schotland volgend jaar een ov-chipkaart die de papieren kaartjes – vaak meerdere per reis – vervangt en ook in de metro in Glasgow zal werken. Bovendien moet het makkelijker worden over te stappen op bus en veerboot als aankomst- en vertrektijden uiteindelijk op elkaar zijn afgestemd.

Een dergelijk concept blijkt niet alleen aantrekkelijk voor de Schotse regering, maar was dat eerder ook al voor de Britse overheid, die verantwoordelijk is voor het spoor in Engeland en Wales. Behalve het Schotse spoor heeft Abellio drie andere grote spoorlijnen in handen: Merseyrail, Northern Rail en Greater Anglia. Met ScotRail erbij is de NS-dochter nu de op één na grootste treinmaatschappij van het land – Go Ahead is de grootste.

Niet dat de reizigers overal even blij zijn met de Nederlanders. Met de eerste twee, beide samenwerkingsverbanden met Serco, voert Abellio consequent ranglijsten over klanttevredenheid aan. De Greater Anglia-franchise bungelt echter onderaan. Wie met forenzen op die lijn spreekt, krijgt een litanie aan klachten te horen, en verhalen over talloze vertragingen. Dat is overigens maar ten dele de schuld van Abellio: het spoor in Oost-Engeland is ernstig verouderd, maar dat is in handen van Network Rail.

De grootste klacht is echter dat de winst van Abellio niet in het Verenigd Koninkrijk wordt geïnvesteerd. „Het is belachelijk dat geld dat in Schotland wordt verdiend, naar Nederland gaat”, zegt Kevin Lindsey van vakbond Aslef. „Abellio lijkt een fatsoenlijk bedrijf, maar dit is amoreel.”

De Labour-leider in Schotland, Jim Murphy, belooft dat als zijn partij in 2016 aan de macht komt, hij het contract zal openbreken: „Publiek geld steunt nu de transportinfrastructuur van Nederland.”

Gratis tickets voor werklozen

Hoogesteger zegt zich geen zorgen te maken over het tienjarige contract. En hij zegt: „Abellio is een winstgevend bedrijf. Zonder winst zouden we geen toezeggingen over nieuwe treinen kunnen doen.”

De winst gaat niet geheel naar Nederland: „We hebben de overheid hier beloofd in de samenleving te investeren.” Sinds gisteren krijgen werklozen bijvoorbeeld twee gratis treinkaartjes per maand om op sollicitatiegesprek te gaan.

Andersom geldt vanuit Nederlands perspectief dat „onze aandeelhouders iets terugverwachten”. „Abellio kan zich geen contract permitteren dat een verlies oplevert. Onze aandeelhouders verwachten iets terug.” En: „Al onze concessies zijn afgevinkt door NS en met het ministerie van Financiën.”

Ook Timo Huges, president-directeur van NS, aanwezig in Stirling, wijst op het kleine risico voor Nederland: „Negentig procent van onze investeringen doen we nog altijd in Nederland, 10 procent in het buitenland. Maar de omzet die we uit het buitenland halen is groter dan die in Nederland.”

„Ik hoor de opmerking ‘moet NS dit wel doen?’ wel vaker. Zo lang je ervan kunt leren, zeker.” Hij wijst bijvoorbeeld op de toegangspoortjes. Die zijn in Stirling dicht, net als elders in het Verenigd Koninkrijk. „In Nederland zijn we hier al tig jaar meebezig. Het kan dus wel. Ik zag hoe het in Glasgow Queen Street tijdens de spits werkte. Dat ging heel smooth.”

Zowel Huges als Hoogesteger verwacht dat de NS heel wat kan leren van ScotRails ervaringen met sneeuw. Zelfs in de strenge Schotse winters blijven de treinen rijden.