Wordt het Miliband of toch Cameron?

De uitslagen van de verkiezingen op 7 mei zijn onvoorspelbaar. Er zijn meer partijen dan ooit. En dan is er nog de kwestie-Europese Unie.

Labour-leider Miliband in de borstzak van Alex Salmond, de conservatieve ex-premier van Schotland. Foto Reuters

Het einde, maandag, van de eerste Britse naoorlogse coalitieregering was voorspelbaar – David Camerons gang naar de koningin was een formaliteit omdat er een vaste parlementstermijn is. Maar de uitslag van de verkiezingen op 7 mei is volledig onvoorspelbaar.

Dat is niet overdreven. Peilingen wijzen al maanden op een nek-aan-nekrace tussen Camerons Conservatieven en het Labour van Ed Miliband. Dat één van hen premier wordt, staat vast. Andere kanshebbers zijn er niet. Maar al het andere is onzeker.

Welke partij krijgt het grootste aantal zetels? Zal die partij wel een meerderheidsregering kunnen vormen, zoals tot vijf jaar geleden gebruikelijk was? Of wordt het een minderheidsregering met gedoogsteun? Dat betekent instabiliteit én het vooruitzicht van snel nieuwe verkiezingen, net als in 1974 onder Harold Wilson.

De uitslag zal grote gevolgen hebben. Niet alleen voor de binnenlandse koers van het Verenigd Koninkrijk, maar ook voor Europa. Als Cameron opnieuw premier wordt, komt er vóór het einde van 2017 een referendum over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie. Een meerderheid van de Britten wil lid blijven mits – en daar zit de crux – de EU grondig wordt hervormd. „Europa werkt in zekere mate voor ons. Maar het werkt niet naar behoren”, herhaalde Cameron vorige week nog eens. Miliband verklaarde gisteren opnieuw dat hij alleen bereid is tot een referendum als een verdragswijziging dat noodzakelijk maakt. Een volksraadpleging is „een recept voor twee jaar onzekerheid”.

Wie van beiden het voor het zeggen krijgt, wordt een ingewikkelde rekensom. De keuze Cameron/Miliband als premier veronderstelt een duel, maar is allesbehalve dat. Want het Britse tweepartijenstelsel vertoont barsten, zie het televisiedebat donderdagavond met maar liefst zeven partijleiders.

In Schotland gaat de strijd tussen Labour en de Schotse nationalisten (SNP) van Nicola Sturgeon. In Oost-Engeland tussen de Conservatieven en de UK Independence Party (UKIP) van Nigel Farage. In het noordwesten juist tussen Labour en UKIP. In Zuid-Engeland tussen de Conservatieven en de Liberaal-Democraten. In Wales snoepen UKIP en Plaid Cymru zetels af van de twee grote partijen. En in de universiteitssteden en Londen trekt de Green Party een deel van de proteststemmen die tot 2010 naar de LibDems gingen.

Een geluk: de economie groeit

De kans op een meerderheidsregering is dus klein. Maar de kans op een nieuwe coalitie is ook niet groot. De Britse economie groeit: anders dan in 2010 is er geen financiële crisis die samenwerking noodzakelijk maakt „in het belang van het land”. Onder de Conservatieven heerst bovendien grote onvrede: de LibDems zouden veel rechts beleid hebben geblokkeerd. Cameron heeft zijn partij beloofd dat zij ditmaal mag stemmen over een coalitieakkoord.

De LibDems lijden intussen onder het syndroom dat een kleine coalitiepartner vaak parten speelt: ze krijgen geen waardering voor hun regeringsdeelname en worden door de kiezer hard afgestraft. Sommige liberalen willen liever nu oppositie voeren.

Het alternatief is een minderheidsregering met gedoogsteun. Maar voor wat hoort wat. UKIP eist van de Conservatieven een EU-referendum voor de Kerst. Dat maakt de tijd voor onderhandelingen bijzonder krap – en de kans op een Brexit (uittreding uit EU) dus groter. De SNP zal Labour steunen om Cameron uit Downing Street te houden, maar wil in ruil onder meer dat Trident-kernraketten uit Schotland worden verwijderd. De Democratic Unionist Party verlangt „minstens 1 miljard pond” extra steun voor Noord-Ierland.

Nog 37 dagen hebben Cameron en Miliband om de kiezer te overtuigen dat een meerderheidregering het beste is. Ze mogen dan beiden fan zijn van Birgitte Nyborg en haar coalitieperikelen in het tv-drama Borgen, in werkelijkheid hopen de twee dat dergelijke ‘Europese’ toestanden het Verenigd Koninkrijk bespaard blijven.