Wordt de wildernis weer wild?

De afgelopen weken waren de polderwolf, de terror-oehoe en een moordlustige, grijze zeehond in het nieuws. Wat is er toch met de Nederlandse natuur aan de hand, vraagt bioloog Ted du Bois zich af.

Illustratie Aart-Jan Venema

Van oudsher is de Nederlandse natuur een plek van gebaande paden, aanwijsbordjes en afbakeningen. Het is daarmee bij uitstek het domein van vogelaars, fietsende koppels en de casual hondenuitlater. Maar bovenal is het toch de natuurlijke habitat van de fanatieke hobbywandelaar.

De Nederlandse hobbywandelaar kenmerkt zich door een middelbare tot gepensioneerde leeftijd, heeft een kwieke tred, spiksplinternieuwe wandelschoenen, een gezonde blos op de wangen en is zo nu en dan uitgerust met een paar nordic walking sticks. Een glimlach staat diep in het gezicht gebeiteld, want de hobbywandelaar verkeert in de wetenschap dat de natuur zich perfect houdt aan de door ons opgelegde kaders en regels.

Nu is het niet zo dat de fanatieke hobbywandelaar niets gewend is. Elk jaar trotseert hij immers dapper de grote paddentrek die ook afgelopen weken weer losbarstte. Als de winter op zijn einde loopt en het weer zachter wordt, ontwaken padden uit hun winterslaap en trekken ze er massaal op uit. Er is altijd een risico dat je onverhoopt op een overstekende pad stapt. En dat zou toch weer zonde zijn van die gloednieuwe wandelschoenen.

Toch heeft zelfs de meest doorgewinterde wandelaar het dit jaar moeilijk. De laatste tijd is de Nederlandse natuur namelijk veel in het nieuws geweest – nieuws dat af en toe zelfs de voorpagina’s van internationale kranten haalde.

Het meest tot de verbeelding spreekt de polderwolf. Zijn korte bezoekje zette ons land volledig op zijn kop. Een waar peloton journalisten volgde de illustere wolf alsof het een beroemdheid betrof. Men werd enthousiast en tegelijkertijd angstig. We waren enerzijds trots dat er na 150 jaar weer een toppredator in ons land rondwaarde, maar ook waren we verontwaardigd dat het dier geen enkele angst voor mensen vertoonde en zijn tanden zette in een schaap.

De terror-oehoe verminkte menig passant

En dan hebben we de terror-oehoe. De uil die vorig jaar menig passant verminkte en ook dit jaar weer genadeloos toesloeg. Bewoners uit Purmerend stonden de afgelopen weken doodsangsten uit wanneer de hond weer eens uitgelaten moest worden: zij konden ieder moment ten prooi vallen aan een van de duikvluchten van de vogel.

Nu blijkt er ook een knuffel-oehoe rond te vliegen. Deze antagonist van de terror-oehoe die op de Veluwe actief is, reageert op het nabootsen van zijn kreet. Wie ‘oehoe’ (of een ietwat ongelukkig gekozen ‘joehoe’) roept naar een kennis kan een bezoekje verwachten van de uil. Hij landt op het hoofd en blijft daar vrolijk zitten terwijl hij al trappelend met zijn poten paringsgedrag vertoont. Het is allemaal vrij onschuldig, maar leg dat maar eens uit aan een getraumatiseerde Purmerender.

Wie ten einde raad het ruige binnenland maar laat voor wat het is en eens lekker wil uitwaaien op het strand of per boot de Waddenzee verkent, kan beter maar zijn handen binnenboord houden. Ook daar ben je niet veilig, zo blijkt uit een recente uitzending van het wetenschapsprogramma De Kennis van Nu. Presentatrice Liesbeth Staats neemt daarin de mysterieuze verminkingen onder de loep van bruinvissen. Het spoor leidt naar een blubberige vriend met natte ogen: inderdaad, de grijze zeehond blijkt een echte killer die niet alleen walvisachtigen op het menu heeft staan, maar net zo makkelijk zijn tanden zet in een mens. Een toppredator waar een wolf nog een puntje aan kan zuigen.

Al deze voorvallen gaan de enthousiaste hobbywandelaars niet in de koude kleren zitten. Wat is er toch met de Nederlandse natuur aan de hand? Waarom is deze ineens zo akelig?

De meeste experts zijn het erover eens dat de polderwolf, de terror- en knuffeloehoe, uitzonderingen zijn. Het zijn verknipte dieren – freaks of nature – die waarschijnlijk, juist doordat ze bij mensen zijn opgegroeid afwijkend gedrag vertonen. Wat dat betreft kan de wandelaar dus opgelucht ademhalen.

Aan de andere kant vormen deze excessen een mooie testcase over hoe wij Nederlanders omgaan met een iets wildere natuur. Een completere natuur waar het wildoverschot niet meer afgeschoten hoeft te worden, maar zichzelf reguleert. Een natuur die meer vergelijkbaar is met die in het buitenland en inderdaad soms gevaarlijk kan zijn.

Deze wildere versie van onze tam gewaande natuur is niet ondenkbaar. Sterker nog, het gaat waarschijnlijk hoe dan ook gebeuren, of de hobbywandelaar het nu op prijs stelt of niet. De wolf heeft de laatste dertig jaar een comeback gemaakt in West-Europa. Volgens een rapport van het Wageningse onderzoeksbureau Alterra zal de wolf zich uiteindelijk permanent in Nederland kunnen vestigen. Bovendien zijn er meer wilde dieren die langzaam maar zeker aan een comeback bezig zijn, zoals de lynx.

Er-is-geen-plek-voor-dit-soort-dieren

De wildere natuur kan niet simpelweg weggewuifd worden met het veel geopperde ‘er-is-geen-plek-voor-dit-soort-dieren’ argument. We hebben misschien vaak het gevoel dat Nederland vol is, maar de realiteit is anders. Uit cijfers van Eurostat blijkt dat 13 procent van de oppervlakte in Nederland bebouwd is. Dat is voor Europese begrippen een hoog percentage, maar er is nog altijd relatief veel groen: 38 procent bestaat uit grasland, 24 procent uit akkerland en 12 procent uit bosgebied. Daarnaast blijkt uit een voorspelling van het Alterra- rapport – waarin beschikbare habitat, connectiviteit tussen gebieden, verwachte klimaatveranderingen en het aantal beschikbare prooien zijn meegenomen – dat er in Nederland ruimte is voor zo’n vijftig volwassen wolven in het jaar 2100.

De vraag is hoe we met deze kennis omgaan. Gaan we de wildere natuur weren? Of zullen juist de fanatieke hobbywandelaars zich moeten aanpassen en accepteren dat de Nederlandse natuur wilder wordt?