Waterpret waar ooit Fellini wandelde

Het fameuze filmcomplex in Rome is nu deels een museum, deels pretpark, deels nog actieve studio. Een wandeling door de droomstad waar Fellini wilde wonen.

In het ‘wereldthemapark’ Cinecittà zijn filmdecors nagebouwd

‘Als ze me vragen in welke stad ik het liefst zou wonen, Londen, Parijs of Rome, dan denk ik, alles bij elkaar, als ik eerlijk ben: Cinecittà.” Deze uitspraak van de legendarische regisseur Federico Fellini staat op een plakkaat op een buitenmuur van Theater Vijf. Wat er in Vier of Acht is gebeurd, weet niemand meer. Maar Teatro Cinque, ja. Hier bouwde Fellini de sets voor veel van zijn films. Hier kwamen na zijn dood in 1993 tienduizenden Italianen afscheid nemen van de man met de rode sjaal die volgens de schrijver Antonio Tabucchi met zijn films de monologue intérieur van Italië had geschreven, de deugden én de zwakheden had laten zien. „Theater Vijf is de ideale plaats”, heeft Fellini gezegd. Hij vertelde dat hij iedere keer weer de rillingen kreeg als hij hier binnenstapte: „Een ruimte om te vullen, een wereld om te scheppen.”

Veertig hectare, een aantal grote open-luchtsets, tientallen setbouwers, postproductiemedewerkers, kostuummakers, 22 studio’s – eigenlijk 21, maar nummer 17 bestaat niet, want dat is het Italiaanse ongeluksgetal. Nog steeds onderstrepen Italianen graag dat alleen Hollywood groter is. Maar na Fellini is niet alleen de grote Studio Vijf, maar heel het uitgestrekte complex van Cinecittà een ruimte geworden op zoek naar een toekomst. Waar in hoogtijdagen 350 films per jaar werden gedraaid, zijn er de afgelopen zes jaar slechts vijftig films geproduceerd.

Eigenlijk gaat het al sinds de jaren tachtig slecht. In 1997 was Cinecittà bijna bankroet. De overheid verkocht toen 80 procent van haar belang aan een groep particuliere beleggers. Er kwamen plannen voor een hotel, een wellnesscenter, een grote parkeerplaats – na felle protesten gingen die weer van tafel. Er waren mysterieuze branden. In 2012 hebben de werknemers van Cinecittà drie maanden lang gestaakt. Twee jaar later waarschuwden Italiaanse regisseurs in een brief aan de regering: „Cinecittà is cultureel en fysiek aan het sterven.”

Met een reeks sterk uiteenlopende initiatieven probeert de Italian Entertainment Group, waarin grote ondernemers zitten als de bankier Luigi Abete en ondernemer Diego Della Valle, Cinecittà een nieuwe toekomst te geven. Want Cinecittà is een stuk nationaal erfgoed. In 1936 was dit nog golvend Romeins platteland, negen kilometer buiten het centrum.

Dertien maanden later stond hier een groot filmcomplex, uit de grond gestampt om de propagandamachine van de fascistische dictator Mussolini te voeden. Aantrekkelijk voor regisseurs omdat er verschillende natuurlijke landschappen zijn en wegens de moderne voorzieningen.

In 1943 waren er, ondanks de oorlog, al 279 film geproduceerd – waaronder de massaproductie Scipio de Afrikaan, met duizend paarden en vijftig olifanten.

De echte faam van Cinecittà dateert van de eerste decennia na de oorlog. In de jaren vijftig en zestig werd Cinecittà het Hollywood aan de Tiber. Klassiekers als Roman Holiday (1953) met Audrey Hepburn achter op de scooter bij Gregory Peck werden er gefilmd. En natuurlijk Charlton Heston in Ben Hur, uit 1959, een van de succesvolste films aller tijden, met zijn beroemde scène van de Romeinse strijdwagens. Maar ook: Quo Vadis (1951), Spartacus (1960), Cleopatra (1963) en midden jaren zestig Sergio Leones trilogie A Fistful of Dollars, For a Few Dollars More, en The Good, the Bad and the Ugly. Richard Burton ontmoette hier Elizabeth Taylor. Tot op heden zijn er zo’n drieduizend films gedraaid, goed voor een vijftigtal Oscars.

Hoofd van Venusia

Een van de nieuwe initiatieven is een permanente tentoonstelling over dat glorieuze verleden. Cinecittà zit nu ingeklemd tussen de ringweg rondom Rome en een uit zijn voegen barstende volkswijk – de Linea A van de metro stopt voor de deur. Maar als je de mosterdkleurige poort doorgaat, is van die hectiek weinig meer te merken. Veel hoge pijnbomen tussen de oker- en zalmkleurige studio’s, vogels die fluitend de lente begroeten. Uit het grote grasveld direct na de ingang rijst het gigantische hoofd van Venusia, de door Fellini bedacht vrouwenfiguur die aan het begin van zijn film Casanova opduikt uit het Canale Grande van Venetië.

Twee voormalige studio’s zijn ingericht als museum. In een reeks zalen komen, vrij willekeurig en soms oppervlakkig, delen uit de lange filmgeschiedenis van Cinecittà voorbij. Aardig is een aantal kostuums uit historische films en het interieur van de onderzeeboot SS-33 uit de film U 571 van Jonathan Mostow (2000), met de pings van de sonar op de achtergrond.

Een andere voormalige studio biedt een goed overzicht van het ontstaan van Cinecittà. Een van de zalen daar is helemaal gewijd aan Fellini, maar ook hier oogt de expositie wat willekeurig. Affiches van de films die hij heeft gedraaid, tekeningen van zijn hand, foto’s van actrices die door hem beroemd zijn geworden. Het is niet het eerbetoon dat je zo verwachten voor iemand die zo belangrijk is geweest voor Cinecittà.

Het bezoek wordt echt leuk als een gids je meeneemt, het hek door, langs de studio’s die nog in gebruik zijn, naar de enorme filmsets in de open lucht. Ineens sta je op het Forum Romanum, maar dan met de gebouwen intact en met kleur op de zuilen. Ze staan wel een stuk dichter bij elkaar dan in werkelijkheid, negen kilometer verder. De triomfboog kun je met één vinger indrukken, het beschilderde glasfiber beweegt mee. Het wegdek lijkt op het natuurstenen plaveisel uit de Romeinse tijd, maar de stenen zijn van cement en allemaal even groot.

Er is ook een Egyptisch hoekje. Deze set werd gebouwd voor de tv-serie Roma, over het leven van Caesar en zijn rivalen, daar hoort ook een hoofdstuk Egypte en Cleopatra bij.

Even verderop staat de tempel van Jeruzalem, die wordt gebruikt voor de film Christ the Lord, volgend jaar verwacht. Aan drie kanten wordt de tempel omringd door het negentiende-eeuwse New York, zoals verbeeld door decorontwerper Dante Ferretti voor Martin Scorseses film Gangs of New York (2002). Even verderop ben je in het Assisi aan het einde van de Middeleeuwen, gebouwd voor de miniserie Francesco (2001).

Nazareth in glasfiber

Deze sets worden nog regelmatig hergebruikt. Een stuk Romeinse volkswijk achter het Forum komt terug in Christ the Lord, zonder veel aanpassingen. Het Assisi van de heilige Franciscus is met wat likjes groene verf een paar eeuwen ouder geworden en veranderd in Florence ten tijde van de renaissancestad. Daarna is in een hoekje van die set het Florence van vijf eeuwen geleden weer veranderd in het Nazareth van 2.000 jaar terug. Hout, polyester en glasfiber zijn de meest gebruikte materialen. De façades worden gestut door grote metalen steigers, erachter groeit het onkruid. Vroeger werd er ook veel kalk gebruikt voor filmgebouwen in een buitenset, maar dat blijft maar vijf jaar goed. Glasfiber gebouwen kun je zeker vijftien jaar lang gebruiken.

De oorspronkelijke gebouwen vallen nu als cultureel erfgoed onder monumentenzorg, als een typisch voorbeeld van de rationalistische architectuur die onder het fascisme in de mode was. De kolossale Studio Vijf waar Fellini zo vaak draaide, is verboden terrein. Daar wordt dezer weken een remake gedraaid van de film Ben Hur. Maar op deze voorjaarsdag is er niet heel veel activiteit in wat Cinecittà zelf graag „de Dromenfabriek” noemt. De ploeg die Ben Hur draait, is voor buitenopnames in de stad Matera. En ook voor de nieuwe James Bond, die deels in Rome speelt, is het een dag voor opnames elders in de stad.

Het lijkt nu te lukken wat meer filmproducenten te trekken. De afgelopen jaren was dat een groot probleem. De faciliteiten van Cinecittà werden vooral gebruikt voor reclamefilms en televisieprogramma’s. Filmproducenten klaagden dat de voorzieningen, van de techniek tot de toiletten, aan modernisering toe waren. Belastingvoordelen helpen, net als wat bescheiden investeringen – al vinden werknemers van Cinecittà dat er veel meer geld nodig is.

De tentoonstelling en de rondleiding over de sets zijn bedoeld om wat meer filmliefhebbers naar de Eeuwige Stad te trekken en alternatieve inkomsten te creëren.

Op een heel andere manier, maar onder dezelfde vlag, gebeurt dat ongeveer een kwartiertje buiten de rondweg. Daar is sinds kort Cinecittà World gevestigd, een filmpretpark op de plaats waar vroeger studio’s stonden van de legendarische producent Dino De Laurentiis – Barbarella is hier gedraaid, door regisseur Roger Vadim. Ook dit park wordt beheerd door de Italian Entertainment Group.

Saloons, smederijen en winkels

Je komt binnen door een gigantische poort die is geïnspireerd door de Moloch uit de film Cabiria (1914) en loopt door een decor (weer onder auspiciën van Dante Ferretti) dat verwijst naar het New York uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Dat decor is overigens verzonnen en stamt niet uit een bepaalde film. Uit luidsprekers klinkt muziek van Ennio Morricone, de legendarische componist van filmmuziek. Links is een grote waterbaan die door nagemaakte Romeinse ruïnes heen voert, rechts kun je opnieuw een ‘onderzeeboot’ in. Helemaal aan het einde kom je terecht tussen de saloons, smederijen en winkels uit het Wilde Westen.

De bezoekers worden uitgenodigd op verschillende ‘sets’ te gaan kijken. Maar filmliefhebbers komen hier minder goed aan hun trekken dan wie houdt van achtbanen in het donker of een ruimteschip-achtbaan waar je op tien verschillende manieren door elkaar geschud wordt. Om te overleven staat ‘Cinecittà’ niet alleen meer voor een Dromenfabriek, maar ook voor een pretpark. Fellini had over dat contrast vast een prachtige film kunnen maken.