Waarom er meer jongens zijn dan meisjes

Op iedere 1.000 meisjes worden 1.055 jongens geboren. Dat komt niet door snel zwemmende spermacellen, maar doordat meer meisjes in de baarmoeder sterven.

Het onderzoek ontzenuwt de mythe dat spermacellen met Y-chromosomen sneller zwemmen. Foto Getty Images

Bij de bevruchting ligt de verhouding tussen jongens en meisjes nog precies gelijk, maar tijdens de zwangerschap is er een wisselend patroon van sterfte tussen de verschillende geslachten. Per saldo sterven er meer meisjes in de zwangerschap, waardoor er meer jongens worden geboren. Dat schrijven Amerikaanse en Britse onderzoekers onder leiding van James Zuckerman van Harvard Medical School in Boston deze week in PNAS.

Het artikel ontzenuwt een populaire, maar nooit bewezen theorie dat er meer jongetjes worden geboren doordat spermacellen met een Y-chromosoom in plaats van een X-chromosoom lichter zijn, een fractie sneller zouden kunnen zwemmen, en dus vaker als eerste de eicel bereiken en bevruchten. En het artikel rekent ook af met de theorie van de Britse conceptiedeskundige Bill James dat op het moment in de cyclus dat vrouwen het vruchtbaarst zijn, ook niveaus van bepaalde hormonen hoger zijn, en dat dat de oorzaak zou zijn van de overmaat jongens onder pasgeborenen.

In Nederland worden er volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 1.055 jongens geboren op iedere duizend meisjes. Hoewel de precieze verhouding in verschillende landen en in verschillende periodes varieert, zijn jongens onder de pasgeborenen altijd oververtegenwoordigd. De vraag is hoe dat kan.

Het team van Zuckerman schrijft nu dat de geslachtsverhouding bij de conceptie nagenoeg 50/50 is. De verschillen in aantallen ontstaan dus pas later. De onderzoekers baseren zich op wat zij noemen „de omvangrijkste verzameling gegevens die ooit is verzameld om de primaire geslachtsverhouding van de mens in te schatten”. Ze analyseerden het geslacht van meer dan 100.000 ivf-embryo’s, van DNA-materiaal afkomstig van vruchtwaterpuncties en vlokkentests, van geaborteerde foetussen, en gegevens uit de databank van tien jaar Amerikaanse statistieken van geboortes en miskramen.

Uit de Amerikaanse analyse blijkt dat er in de negen maanden zwangerschap opmerkelijke schommelingen optreden in de geslachtverhoudingen. Jongens en meisjes beginnen gelijk, maar vooral in de eerste week van de zwangerschap gaan er relatief meer mannelijke embryo’s verloren. In de tien tot vijftien weken daarna stijgt de overlijdenskans van vrouwelijke foetussen. Rond week 20 vlakt dat af, waarna het tussen week 28 en 35 van de zwangerschap weer langzaam afneemt. Per saldo gaan er in de baarmoeder meer meisjes verloren dan jongens, waardoor er dus relatief meer jongetjes geboren worden.

Verliezen compenseren

Al heel lang speculeren wetenschappers dat het mannenoverschot een evolutionaire aanpassing is aan de hoge overlijdenskans van jongens tijdens hun leven. Om de sekseratio in de geslachtsrijpe periode van de mens op peil te houden, zou het percentage jongens bij de geboorte wat opgeschroefd moeten worden om latere verliezen te compenseren. Maar volgens Zuckerman en zijn team is dit niet meer dan een poging om iets recht te praten wat krom is, zonder echt uit te zoeken waarom het krom is.

Toch zal ook met dit grote Amerikaanse onderzoek het laatste woord over het ontstaan van een scheve sekseratio nog niet gezegd zijn. Uit een intrigerende proef van Spaanse en Britse onderzoekers vorig jaar bij varkens bleek bijvoorbeeld dat in dezelfde zeug de cellen van de eileider die werd ingespoten met X-spermacellen anders reageerden dan die van de eileider die exclusief werd ingespoten met Y-spermacellen. De onderzoekers zien dat als een aanwijzing dat de vrouw al voor de bevruchting invloed kan uitoefenen op het geslacht. Zo ook zou de innesteling van een eenmaal bevruchte eicel in de baarmoederwand enigszins sekseafhankelijk kunnen zijn.

Daarnaast zijn er aanwijzingen uit verschillende onderzoeken dat de sekseratio beïnvloed wordt door chemische vervuiling (hormoonverstorende stoffen), stress bij de moeder (honger en oorlog) en de leeftijd van de ouders.