Ping. Johanna 115 heeft kans op een uierontsteking

Boeren mogen vanaf morgen onbeperkt melk produceren. Dat kan het beste met geavanceerde melkrobots.

Illustratie Pepijn Barnard

Rommie 173 is een perfecte koe voor een melkrobot. Het beest staat gedachtenloos tussen twee hekken brokjes te vermalen uit de voermachine. Onder zijn buik – boer Nico heeft het steevast over „hij” – tast een lasercamera Rommies spenen af. Nadat ze zijn schoongespoten, plaatst een robotarmpje één voor één bekertjes op de vier spenen. De robot begint te melken. Het display meldt de verwachte opbrengst van Rommie: 10,5 liter.

Er zijn koeien waar de robot meer moeite mee heeft. Die hebben spenen die zo kort en zo dicht op elkaar staan dat de robotarm ze niet kan vinden. Die koeien kan Nico van den Akker niet gebruiken – dan loopt het systeem vast. Dus zolang de techniek niet verfijnd genoeg is, fokt hij op koeien met robot-proof uiers.

Dacht je dat ze in Silicon Valley voorop liepen met wearables, data-apps en nudging? Ga dan eens in Oosterwijtwerd kijken. Van den Akker, die in Oost-Groningen een hypermoderne stal voor 130 koeien bouwde, kun je bijna geen boer meer noemen. Van den Akker is datamanager van zijn quantified cows.

De datamanager veegt in zijn keuken over zijn mobieltje, op zoek naar Rommie 173. Ze is 4 jaar en 6 maanden, ziet hij, heeft drie kalfjes gehad en is nu weer 173 dagen drachtig. Rommie heeft een „hele gezonde uier”, ziet hij ook, maar een turbomelkkoe is ze niet. Ze geeft iets minder dan het gemiddelde van 25 liter per dag.

Morgen, 1 april, vervalt het Europese melkquotum. Omdat de prijs per liter naar verwachting zal dalen, is het zaak nóg meer melk uit een koe te halen. Maar Van den Akker wil ook zijn koeien gezond houden en zijn kinderen wel eens zien. Daarom heeft hij zijn stal vergaand geautomatiseerd.

Op dit moment heeft een kwart van de grote Nederlandse melkveehouders een melkrobot, telde agrarisch onderzoeksbureau Prosu. Hoeveel boeren nog meer geautomatiseerd zijn, is niet bekend. Niet iedere boer wil het ook. Van den Akker: „Sommigen hebben graag elke dag alle koeien door hun handen”.

De boer geeft een rondleiding door zijn stal. Rommie draagt een band met een transponder om de hals. Die band kan ook activiteit en herkauw-uren meten, maar die optie heeft Van den Akker niet. De hele dag mag Rommie rondscharrelen in de open stal, waar ze onbeperkt kuilgras en snijmais te eten krijgt, om de twee uur aangeveegd door een rondrijdende robot. Een mestschuif veegt de mest aan kant. Van den Akker kijkt misprijzend naar een rondlopende koe. „Wat staat die daar nou te niksen? Een koe moet liggen of vreten.”

Nudging en push-berichten

Het idee van de stal is dat een koe nergens toe wordt gedwongen, maar voortdurend wordt genudged – je geeft haar een zetje in de goede richting. Ook reclamemakers, gezondheidsinstanties en de Belastingdienst experimenteren daarmee (op mensen). Naast kuilgras krijgt Rommie krachtvoer, gedoseerd op haar individuele behoeftes en melkproductie. Rommie heeft geleerd dat die brokjes in de melkrobot te vinden zijn. En de robot weet door de transponder dat Rommie voor de deurtjes staat. Maar die gaan alleen open als het haar tijd is om te melken. Dat gebeurt twee tot vier keer per dag.

Van den Akker heeft graag gezonde koeien: scheelt antibiotica, onbruikbare melk, voortijdig slachten, „een hoop werk”. De veearts houdt hij het liefst buiten de deur – alleen al om ziektes uit andere stallen te voorkomen. Dus meet hij alles zelf aan zijn koeien.

In zijn kantoortje met uitzicht op de stal opent de veehouder het kudde-managementsysteem Herd Navigator van DeLaval. Hij scrollt door de push-berichten. Klaske 127 heeft verhoogd risico op slepende melkziekte – te weinig energie. Die moet een boost propyleenglycol. Hij klikt: Klaske mag extra naar het krachtvoerstation.

Nog een melding. Johanna 115 heeft kans op uierontsteking. De boer zet de robot van drie naar vier keer melken voor haar, het voer wordt vanzelf over de melkbeurten verdeeld. „Dit komt wel goed. Kijk: alle vier de spenen geven nog even veel melk.” Maar gáát Johanna straks ook vier keer naar de robot? „Meestal wel.”

Het werkt zo: de melkrobot stuurt na een melkbeurt automatisch melkmonsters naar het minilabje aan de muur in het kantoor. Herd Navigator meet het ureumgehalte (krijgt de koe genoeg eiwitten?), progesteron (is de koe klaar voor inseminatie?), LDH (komt er een uierontsteking aan?) en BHB (heeft ze slepende melkziekte?). De robot meet ‘intelligent’, dus alleen als hij denkt dat een koe extra in de gaten gehouden moet worden. Fijn, want de meetstickjes van DeLaval zijn duur. Met Herd Navigator is Van den Akker er vaak vroeg bij. Maar of het echt koeienlevens scheelt? „Dat weet ik nog niet. Maar ik verwacht van wel.”

Als Rommie gemolken is, loopt ze de melkrobot uit. De computer kiest door deurtjes te openen of te sluiten welke kant ze op moet. Rechtdoor naar de stal, of rechtsaf naar de ‘selectiestal’, waar Van den Akker tochtige koeien insemineert en zieke koeien in de gaten houdt. Zelf met een touw achter een koe aanrennen hoeft niet meer.

Fitter, happier...?

Automatiseren lost niet alles op. Koeien worden toch ziek. Dat voorkomt Herd Navigator, dat maar een paar aandoeningen meet, niet. „Als je veestapel niet loopt, is het een heel uitzoekwerk. Is er een ziekte? Hoe goed is je rantsoen?”

De apparaten zijn duur in aanschaf en onderhoud, maar schelen arbeidskosten. „Je kunt meer koeien op verantwoorde manier houden.” Automatiseren loont, maar alleen als het bedrijf groot genoeg is.

Bevalt het geautomatiseerde leven de koeien? Melkrobots zijn een nieuw argument in de discussie of het leven van een melkkoe niet té gerationaliseerd is. De extreem hoge melkproductie, de ontstekingen, vatbaarheid voor pootkwalen, elk jaar een kalf, dat direct wordt weggehaald en dan na zeven, acht jaar naar de slacht - een slimme stal neemt dat niet weg. Al kunnen ziektes sneller gedetecteerd worden en hebben de beesten ‘vrij koeverkeer’.

Van den Akker denkt dat zijn koeien tevreden zijn. Gestrest komen ze in ieder geval niet over. „Vroeger lagen ze aan de ketting in een standstal. Als ze dan gingen staan, stapten ze op de speen van hun buurvrouw.” Zijn koeien hebben de ruimte. En in de zomer mogen ze naar buiten, „want dat wordt gewaardeerd door de burgers. Maar ik heb niet het idee dat mijn koeien dat beter vinden of daardoor gezonder zijn.”