Overleven op koffie en qat in Jemen

Sinds Saoedi-Arabië begon met bombarderen, zitten veel Jemenieten angstig thuis voor de tv. Er is tekort aan alles.

Een foto hangt aan de muur van een gebombardeerd huis in de hoofdstad Sana’a. Tot nu toe vielen 116 burgerdoden bij de Saoedische luchtaanvallen. Foto Khaled Abdullah/Reuters

„Ik hoorde een zoevend geluid, zag een lichtflits en dacht dat mijn laatste uur had geslagen.” Anoud Alanesi (36) belt vanuit Sana’a, de hoofdstad van Jemen. Ze woont niet ver van een legerbasis die de afgelopen nachten onder Saoedisch luchtvuur lag. „Toen koning Abdullah van Saoedi Arabië doodging, zei ik tegen mijn vrienden dat de nieuwe koning, Salman, de slechtste van de hele familie was. Nu herinner ik ze daar dagelijks aan.”

Sinds het begin van de bombardementen slaapt Alanesi in de gang. Haar zesjarige zoontje bracht ze elders onder. Hij moest de eerste paar nachten overgeven, maar is intussen aan de situatie gewend. „Hij snapt het concept van de dood nog niet.” Zelf verloor ze haar eetlust. „Ik heb nog een halve zak qat in de koelkast liggen, daar leef ik op.” En op koffie, die ze overdag in een van de hippe koffietenten van de stad gaat drinken, want het leven gaat ook gewoon door.

Alanesi, werkloos, is een vrijgevochten Jemenitische. Ze groeide op in een van de koninklijke paleizen van Riad; haar ouders werkten er als bedienden. „Ik ken die familie van binnenuit, het zijn leugenaars. Ze willen de wereld doen geloven dat ze Jemen te hulp schieten, maar in werkelijkheid beschermen ze hun wahabitische sekte.” Ze is ook woedend op de Jemenitische president Hadi, die de Saoedi’s om hulp vroeg in de strijd tegen de Houthi-milities. „Klootzak, ik kan niet geloven dat er Jemenitisch bloed door zijn aderen stroomt.”

Alanesi heeft zich vierkant achter de Houthi’s geschaard. Het gaat haar niet zozeer om de Houthi’s, maar om Jemen. Volgens haar staat bijna iedereen nu achter de Houthi’s. Slechts een kleine groep zou de Saoedische interventie steunen. „Hadi zegt telkens dat hij Saoedi-Arabië namens het Jemenitische volk bedankt. Zeg alsjeblieft tegen de wereld dat wij de Saoedi’s helemaal niet dankbaar zijn.”

Een telefoontje met Jabr Alghazeer (26), pas afgestudeerd journalist en student Engels, leert dat het wel meevalt met die eensgezindheid. Ook hij woont in Sana’a en ziet de Saoedische steun als enige oplossing voor de steeds groter wordende invloed van de Houthi’s. „Ze zitten overal, ze ontslaan tegenstanders op ministeries of geven ze geen salaris meer. Ze denken dat ze de zoon van de profeet zijn en recht hebben op de macht. Ze zijn geen haar beter dan bijvoorbeeld de Moslimbroederschap.”

Alghazeer baalt er vooral van dat zijn taalinstituut gesloten is. „Ik wil zo graag verder met mijn Engelse lessen, alleen op die manier kan ik misschien een baan vinden, maar de school is dicht.” Uit angst voor afzwaaiende bommen. Zoals een paar dagen geleden in de woonwijk naast het vliegveld, waar volgens de Houthi’s 47 burgerdoden zijn gevallen. Dat is onbevestigd, maar goed mogelijk. Alanesi: „Je weet dat de legerbases in Sana’a allemaal in dichtbebouwd gebied liggen, dus daar moeten haast wel onschuldigen geraakt worden.”

En dan is er nog een groep Jemenieten die geen van beide partijen steunt. Ali Alsaqqaf (53), hoogleraar statistiek aan de universiteit van Aden, is een van hen. Aden is de tweede stad van het land en vormde de directe aanleiding voor de interventie van de Saoediërs en hun coalitie. President Hadi vluchtte er onlangs heen, maar de Houthi’s kwamen achter hem aan, en rukken nu met tanks op om de rest van de havenstad in te nemen. Er wordt zwaar gevochten. Alsaqqaf: „De universiteit is dicht, ik zit thuis. Wacht: ik hoor schoten buiten, milities waarschijnlijk.”

In Aden ben je niet voor of tegen de Houthi’s of Saoedi-Arabië, in Aden ben je tegen allebei. „De een noch de ander wil een onafhankelijk zuiden, dus we zijn tegen beide.” Alsaqqaf is een van de vele Zuid-Jemenieten die al jaren pleiten voor afscheiding van het zuiden. Voor hen is de situatie een drama. „Wie helpt de mensen uit het zuiden?” verzucht hij vanuit zijn huis aan Ma’ala Main Street, die vroeger de Champs-Elysées van het Arabisch Schiereiland werd genoemd.

Daar is niets van over. Aden was al jaren in verval, maar de oorlog geeft de bloedhete stad nog een extra zetje richting afgrond. „Er is vaak geen water, geen elektriciteit, mensen hebben het niet eens meer over politiek, ze zijn aan het overleven.” Alsaqqaf is bang dat de Houthi’s daar gebruik van zullen maken. „Die herstellen de watertoevoer en de elektriciteit, en dan springt iedereen in hun armen.”

Alanesi, Alghazeer en Alsaqqaf zitten allemaal thuis aan de televisie en Facebook gekluisterd. Alsaqqaf: „Ik houd nauwlettend in de gaten waar de tanks van de Houthi’s zijn, ze zijn op dertig kilometer genaderd.” Alanesi plakte met tape een kruis op haar ramen, om te voorkomen dat het glas door de luchtverplaatsing na een bombardement naar binnen vliegt. „Dat herinnerde ik me van de burgeroorlog van 1994.”