Onderwijs thuis? Doodeng

Staatssecretaris Dekker wil ontheffing van de leerplicht beperken. Experts bepleiten juist verruiming van de mogelijkheden.

Thuisonderwijs voor iedereen? In veel landen waar dit mogelijk is, maakt minder dan 1 procent van de kinderen er gebruik van, zegt onderwijskundige Sjoerd Karsten. Foto Hollandse Hoogte

Thuisonderwijs. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs, VVD) vindt het een vies woord. Kinderen horen op school. Waar ze gedegen les krijgen en lekker kunnen spelen met vriendjes en vriendinnetjes.

Het nieuws dat dertien kinderen in Rotterdam door hun salafistische ouders worden thuisgehouden, noemt Dekker dan ook „doodeng”. Tegen het Radio 1 Journaal zei hij maandag: „Ik heb geen idee of die kinderen überhaupt goed onderwijs krijgen en wat daar precies gebeurt.”

Dekker wil daarom af van het thuisonderwijs. Of liever gezegd, hij wil af van ontheffing van de leerplicht op basis van geloofsovertuiging of levensbeschouwing. Want krijgen de kinderen thuis wel écht les? En hoe goed is dat onderwijs? En onthoud je deze kinderen niet van een brede sociaal-emotionele ontwikkeling?

De vereiste wijziging van de wet leidt tot discussie. Onderwijsexperts zijn tegen de plannen. Maar de staatssecretaris houdt voet bij stuk. „Van die ontheffing wil ik écht af”, zei hij maandag. En dan wil hij „best eens kijken” of er ouders zijn voor wie hij een uitzondering kan maken. Bijvoorbeeld voor ouders die een „goede opleiding” hebben om te kunnen onderwijzen of een „fantastisch onderwijsprogramma” hebben gemaakt dat aan kwaliteitsstandaarden voldoet.

Anderhalf jaar geleden schreven zes wetenschappers Dekker een brief, een zogenoemde ‘Verklaring van getuige-deskundigen’. De experts, onder meer werkzaam bij de universiteiten van Amsterdam, Utrecht en Tilburg, pleiten voor het behoud van thuisonderwijs. „En zorg dan voor toezicht en handhaving.”

Gewoon even kijken

Want dat ontbreekt nu. De overheid heeft geen zicht op wat er thuis gebeurt. Kan de onderwijsinspectie dan niet gewoon even kijken? Dat kan, maar dat kost geld. En het is belastend voor een organisatie die zijn best doet om scholen vaker dan eens in de vier jaar te checken.

Geen optie dus voor Dekker. Die zegt dat thuisonderwijs ook niet nodig is. „Want er is geen land ter wereld waar zoveel te kiezen valt voor ouders als hier.” Hij doelt op scholen in Nederland die gebaseerd zijn op verschillende religies en pedagogische stromingen.

Dat vindt ook Carry Roozemond, voorzitter van Ingrado, de vereniging van leerplichtambtenaren. „Het is niet nodig om te proberen een kind thuis te onderwijzen.”

Maar ‘genoeg keus’ vinden de zes wetenschappers geen sterk argument. Het zijn namelijk niet alleen ouders met een bepaalde geloofsovertuiging of levenswijze die hun kroost thuishouden. Ouders kunnen ook een ontheffing aanvragen als een kind een problematische schoolgang heeft – denk aan lichamelijke of psychische problemen en aan kinderen die hoogbegaafd zijn of gepest worden. Die groep is met 4.500 kinderen veel groter dan de 575 kinderen die vanwege ‘richtingsbezwaren’ een vrijstelling hebben. Er zijn 2,1 miljoen kinderen van 5 tot en met 15 jaar.

Voor de eerste groep is „school een hel en thuisonderwijs mogelijk een uitkomst”, zegt Sjoerd Karsten. Hij is emeritus hoogleraar onderwijskunde aan de Universiteit van Amsterdam en een van de zes experts. „Je mag een kind het recht op onderwijs niet ontnemen omdat het niet aanwezig kan zijn op een school.”

In Nederland kunnen ouders op drie gronden ontheffing voor hun kind aanvragen: als zij in het buitenland wonen; als zij een bepaalde geloofsovertuiging of levensbeschouwing hebben en vinden dat er geen school is die hier op aansluit; of als een kind lichamelijke of psychische klachten heeft en niet kan functioneren op school.

Voor de laatste groep wil Dekker de ontheffing behouden, al vindt hij wel dat ook deze kinderen zo veel mogelijk naar school toe moeten. Daarvoor is ook het passend onderwijs ingevoerd, gericht op het individu.

De zes wetenschappers willen thuisonderwijs voor iedereen mogelijk maken – mits er toezicht en handhaving komt. Blijven kinderen dan niet massaal thuis? „Dat blijkt in andere landen niet het geval”, zegt Karsten. „Minder dan 1 procent van de kinderen daar krijgt thuis les.”

Waarom zijn de wetenschappers zulke voorstanders van thuisonderwijs? In de meeste westerse en Europese landen is het toegestaan, zegt Karsten. „Dat is niet voor niets.” Uit internationaal onderzoek blijkt dat de kinderen het goed doen. „Sterker nog: ze hebben vaak zelfs een voorsprong.” Ook blijkt dat ouders veel doen om de sociaal-emotionele ontwikkeling van hun kind te bevorderen. „Het is dus een mythe dat deze kinderen sociaal geïsoleerd opgroeien.”

De aversie tegen thuisonderwijs hangt ook samen met de angst voor radicalisering. Ouders zouden hun kinderen kunnen indoctrineren en hun onderwijs ontzeggen. Daar is bij de salafisten in Rotterdam geen sprake van, zegt Tonnie Nijenhuis van de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs. Hij zegt dat de salafisten zijn aangesloten bij zijn vereniging. „Het zijn vredelievende mensen die goed onderwijs geven. Ze verschijnen ook op onze workshops en gezamenlijke uitjes.”