Column

Nepgoeroe vult gat in de spirituele markt

Vikram Gandhi is goeroe ‘Kumaré’ (2DOC/VPRO).

Als 1 april in de Goede Week valt, is de constellatie optimaal voor een herhaling van de Amerikaanse documentaire Kumaré (2011). Daarin vermomt filmmaker Vikram Gandhi zich als een Indiase goeroe en verkoopt met groter succes dan hij had durven dromen zelfbedachte oosterse wijsheden aan Amerikanen op zoek naar spiritueel leiderschap.

Wat is toch die behoefte aan religieuze volgzaamheid? Gandhi, in New Jersey opgegroeide zoon van een arts van Indiase afkomst, onderzoekt de vraag met nuance en compassie. Hij snapte niet waarom de tradities waar hij zichzelf met enige moeite aan ontworsteld had, zich in zo grote populariteit bij zijn landgenoten mochten verheugen, met name de miljardenindustrie van de yoga. Hij besloot zijn haar en baard te laten groeien, een oranje jurk aan te trekken en het accent van zijn oma te imiteren. Hij bedenkt een paar chants en een oefening die hij ‘ blauw-lichtmeditatie’ noemt.

Als Sri Kumaré trekt hij met twee vrouwelijke volgelingen en een drietand naar Phoenix, Arizona, waar het weinig moeite kost om klandizie te vinden. Hij is eerlijk genoeg om steeds te benadrukken dat hij zelf niet belangrijk is, maar dat je de goeroe in jezelf moet ontdekken. Net als bij Boeddha en Jezus (en de tuinman in Jerzy Kosinski’s Being There) neemt de verering door deze bescheiden opstelling alleen maar toe.

De volgelingen zijn geen idioten, integendeel. Er zit een advocate van ter dood veroordeelden bij, die alle recht heeft op stress. En de algemeenheden die Kumaré verkondigt zijn op zichzelf niet onwaar. Hij luister ook goed: als de advocate vertelt dat ze zich kan ontspannen door diepzeeduiken, benadert Kumaré haar de volgende keer met een snorkel en zwemvliezen.

De nepgoeroe kan het aanvankelijk niet over zijn hart verkrijgen om het geloof van zijn adepten te ontgoochelen. Als hij het uiteindelijk toch doet en in burger hun yogaruimte binnen stapt, omhelst een ruime meerderheid hem toch, om hem te bedanken voor de les die hij hun leerde.

Gandhi heeft zijn discipelen niet gefopt. Hij wilde slechts laten zien hoe groot de behoefte aan leiderschap is in een materialistische, cynische wereld. En hoe makkelijk je daar als charlatan of demagoog misbruik van kunt maken. Als macht een kwestie is van charisma en het juiste gevoel kietelen, dan hoeft het niet te verbazen dat al in minstens één raadszaal het staatsieportret van de koning is vervangen door dat van farao Arjen Henrik I der Nederlanden, de alternatieve monarch uit Zondag met Lubach (VPRO).

Morgen gaat in The Passion (EO/KRO) opnieuw een ongelovige zich als Jezus verkleden en miljoenen, grotendeels ietsisten en agnosten, gaan zich daar goed bij voelen. In dat geval is het niet de bedoeling dat de kijker zich realiseert hoe makkelijk hij op sleeptouw kan worden genomen, integendeel.

Wat we ons misschien zouden moeten afvragen is waarom de wereld bedrogen wil worden door zachte krachten. Misschien heeft het te maken met de stoet van hardvochtige en nihilistische farizeeërs die je op een willekeurige televisieavond voorbij kunt zien marcheren.