Hij past beter in de militaire wereld dan de inlichtingendienst

Is AIVD-hoofd Rob Bertholee de juiste man op de juiste plaats? Niet echt, denken drie experts. Zijn introverte, autoritaire stijl leidde tot visieloosheid en een angstcultuur.

Spanningen op de werkvloer bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zijn het product van jarenlang onbegrip tussen politiek en de geheime dienst. Het is de vraag of AIVD-diensthoofd Rob Bertholee de juiste man op de juiste plaats is.

Dit zeggen drie inlichtingendeskundigen, gelieerd aan de sector, in reactie op de uitlatingen van oud-medewerker Kees Jan Dellebeke, zaterdag in NRC Handelsblad.

Dellebeke (63), die 39 jaar bij de dienst werkte, zette de ongebruikelijke stap de soms scherpe controverses tussen dienstleiding en werkvloer te openbaren. Hij heeft nog goede contacten in de dienst en wijt de problemen aan bezuinigingen door politici en onjuist optreden van de leiding.

Dellebeke wordt gesteund door drie inlichtingendeskundigen. Zij wijzen erop dat Bertholee, afkomstig uit de landmacht, een dirigistische en introverte stijl heeft die spanningen met de werkvloer soms nodeloos vergroot.

Te veel nadruk op terrorisme

„Ik heb sterk de indruk dat Bertholee meer in de militaire dan in de inlichtingenwereld past”, zegt Constant Hijzen, universitair docent inlichtingenstudies in Leiden en lid van een klankbordgroep van de CTIVD, de toezichthouder op de geheime diensten. Volgens Hijzen communiceert Bertholee intern en extern te weinig over de dienst, zodat medewerkers, burgers en politici geen idee hebben van het werk. Bertholee legt de nadruk op monitoren van vermoedelijke terroristen, wat ten koste gaat van andere AIVD-functies: trends ontwaren, diepteanalyse, advisering. „De bron van veel spanningen’’, zegt Hijzen.

Bob de Graaff, hoogleraar inlichtingenstudies in Utrecht en Breda, en ook lid van de klankbordgroep van de CTIVD, onderschrijft die analyse. Hij zegt dat de spanningen al bestaan sinds de AIVD vanaf eind jaren 90 diensthoofden uit politie en krijgsmacht kreeg. „Al deze benoemingen lagen intern gevoelig”, zegt De Graaff. Volgens hem hielden zij de gesloten cultuur intact. „De angst voor politieke relletjes is zo groot dat het contact met de maatschappij is opgedroogd.”

Gevolg is dat medewerkers „risico’s mijden” en de oude „parafencultuur” is versterkt. „De slagvaardigheid is ondermijnd.”

Ook een voormalige inlichtingenmedewerker die anoniem wil blijven, zegt dat Bertholee „niet echt goed in het inlichtingenwerk past”. Het vertrek van „topanalisten”, kort na zijn aantreden, en diens ambitie om zijn minister zoveel mogelijk te vrijwaren van politieke problemen, „hebben het interne aanzien van het diensthoofd geschaad”.

De Graaff zegt dat de problemen van de AIVD worden versterkt door trends die zich binnen de hele overheid voordoen. Hij noemt het verschijnsel dat managers geen idee hebben („van toeten noch blazen weten”) wat mensen op de werkvloer doen. Hij wijst erop dat „loyaliteit slechts één kant opwerkt: de werknemers moeten loyaal zijn jegens het management; omgekeerd geldt dit totaal niet”. Tegelijk wordt „met de mond beleden dat werknemers een lerende organisatie moeten vormen, maar het wordt hun niet toegestaan fouten te maken, wat juist een essentieel onderdeel van leren is”, zegt De Graaff. „Dit alles resulteert in een volstrekte visieloosheid, een teloorgang van expertise en een angstcultuur”, aldus De Graaff.

De AIVD wilde niet reageren.