Geflambeerd en in Corona gesmoord

De dood zoveel mogelijk negeren: verongelukte actieheld Paul Walker is nog te zien in Furious 7.

Het begon in 2001 als een rip-off van surfthriller Point Break: FBI-infiltrant Brian (Paul Walker) valt voor een criminele bende straatracers, leider Dominic (Vin Diesel) en diens zusje. Benzinebromance The Fast and the Furious bloesemde daarna uit tot een melodramatische actiesoap met roof, bolide en bikini als kernelementen.

Hoe verwerkt zo’n hitserie de dood van vaste waarde Walker, die halverwege de opnames van Furious 7 verongelukte? Er staan miljarden op het spel voor studio Universal, en na wat ingrepen in het script, body doubles en digitale trucs film je dus gewoon door: Walkers gelaat werd op de lijven van zijn broers Cody en Caleb geprojecteerd. In de persmap van Furious 7 wordt zijn dood niet eens genoemd.

Al kan je de realiteit niet helemaal negeren en blijven er ongemakkelijke associaties. Walker verbrandde op 30 november 2013 levend in een Porsche die veel te hard had gereden. Zo sterven in Fast & Furious schurken; helden klimmen geschramd uit het autowrak, kraken hun nek en grommen iets snedigs. Zaak was dus om Walkers digitale spook in Furious 7 uit de buurt van vuurballen te houden, beslist niet eenvoudig. En zijn dood verder subliminaal in de film te verweven. Zo dwalen de helden in het eerste half uur van Furious 7 herhaaldelijk tussen grafzerken en sterft een Japanse vriend achter het stuur in de vlammen. Waarna Vin Diesel gromt: „Ik ben klaar met begrafenissen” en de tegenaanval inzet met een race op het kerkhof. Zo wordt de dood symbolisch overwonnen, waarna men later al even indirect op afscheid en verlies terugkomt en de vlammen ditmaal smoort in glycerinetranen.

Het leidt gek genoeg tot het beste deel van de filmserie. De wrokkig met bommen en granaten strooiende commando Deckard (Jason Statham) staat ditmaal de raceclan naar het leven, en iedereen is op jacht naar een computerchip voor een mondiaal surveillancesysteem, The Eye of God, alsmede op hacker en lekker mokkel Ramsey. Er zijn wat lopende zaken rond liefde, gezin en geheugenverlies, maar dat is vulling tussen ‘set pieces’, actiescènes vol adrenaline, kogels, oneliners en smeulend rubber. Horrorspecialist James Wan (Saw), die de serie overneemt van Justin Lin, bouwt de actie goed op en brengt het kraakhelder, met diep focus en veel uitzoomen. Zonder spoor van logica en zwaartekracht, maar je kan het volgen, die racewagens aan parachutes, Hummers die in ravijnen tuimelen en bolides die van wolkenkrabber naar wolkenkrabber wippen.

Furious 7 is zulke idiote camp dat je Vin Diesel die tweemaal op rij Corona-bier aanprijst als humor gaat zien. Alles mag in dit hoogkapitalistische armageddon, zelfs het spook van een in benzine geflambeerde ster gewoon laten door racen om hem daarna zo larmoyant in de marsepein te rollen dat je bijna een traantje wegpinkt. Zo maak je dus winst uit verlies. Vin Diesel heeft gelijk: Furious 7 verdient een Oscar. Dit drukt perfect uit waar Hollywood anno 2015 voor staat.