Column

De steenstrijd is nog niet ten einde

In ons land woedt een felle strijd: die om onze bestrating. Egbert Schuttert over de oorlog tussen beton en klei.

Wij, argeloze stedelingen en dorpsbewoners, hebben van de steenstrijd nauwelijks weet. Als in onze straat de stenen maar vlak liggen, dan zijn we al snel tevreden. Kleur, formaat, laat staan het verband, dat maakt ons niet uit. Op onze vloer thuis zijn we heel wat kritischer. Toch vindt er om de bestrating van de openbare ruimte al jaren lang een felle strijd plaats. Een oorlog tussen beton en klei: een gevecht tussen de betonnen straatsteen en de uit klei gebakken straatklinker. Beide partijen, aangevoerd door de leveranciers ervan, zijn in een hevige propagandaoorlog verwikkeld. Ambtenaren, ontwerpers en gemeentebesturen worden bestookt met glossy tijdschriften vol foto’s van behaalde overwinningen en gouden beloftes. Het strijdtoneel is onoverzichtelijk, fronten verplaatsten zich. Hier wordt een straat ingenomen, daar een heel dorp prijsgegeven; soms loopt een hele stad over van de een naar de ander. Het zijn de Hoekse en Kabeljauwse twisten van de openbare ruimte.

Lang geleden was van een steenstrijd in Nederland geen sprake. Het hele land lag in de invloedssfeer van de klei, het was een en al kleiklinker wat de klok sloeg. Maar halverwege de vorige eeuw begon de opmars van het beton. Vreemd genoeg eerst in de steden, toch eeuwen lang bolwerken van klei. Bijna ongemerkt veroverde men buitenwijken, industrieterreinen en steeds verder rukte het beton op. Uiteindelijk werden hele steden ingenomen. Een historisch moment vormt nog steeds de inname van de Amsterdamse grachtengordel: die overwinning werd natuurlijk breed uitgemeten in de propagandatijdschriften van het beton. Het beton had de toekomst, een totale overname van Nederland lag in het verschiet en was slechts een kwestie van tijd. Maar ergens in de jaren 80 van de vorige eeuw veranderde het strijdtoneel. In de historische binnensteden van ons land ontstonden kleine enclaves van klei. Straat voor straat werd heroverd op het beton. Een taai gevecht dat in de meeste steden nog in volle gang is. In Den Haag, waar ik werk, liggen in de binnenstad al weer jaren de uit klei gebakken klinkers. Daar, maar ook in andere steden, is het beton ook in de buitenwijken bijna verdreven.

Ondertussen is het beton aan een offensief op het platteland begonnen. Dorpen zijn binnengevallen en grote delen van onze provincies zijn er op de kleiklinker heroverd. Zo is bijna half Friesland ingenomen. Het beton domineert daar nu met haar veelkleurige tinten, vormen en patronen de dorpsstraten en pleinen. De steenstrijd lijkt misschien onschuldig, maar de gevechten zijn bloederig. Is een straat of een plein eenmaal ingenomen, dan verdwijnen de overwonnen materialen zonder vorm van pardon in de puinbreker. Al is in een enkele stad een bestand bereikt, van algehele vredesbesprekingen is voorlopig geen sprake. Deskundigen zeggen dat ingrijpen in het conflict zinloos is, dat het moet „uitwoeden”. Nee, de steenstrijd is in ons land nog lang niet ten einde. Wees alert. Vandaag woont u misschien nog rustig in een gebied van klei of beton, maar morgen kan ook uw straat plotseling in de vuurlinie liggen.