CPB: arts in loondienst levert nauwelijks iets op

Het CPB-rapport Zorgkeuzes in kaart zet op een rij wat beleidsmaatregelen in de zorg kosten of opleveren. Met soms verrassende resultaten.

CPB: hogere eigen bijdragen geven lagere inkomens minder toegang tot zorg. foto ANP

Het verhogen van het eigen risico in de zorg levert wel wat op, het in loondienst brengen van medisch specialisten niet en het herinvoeren van een ziekenfondsstelsel kost honderden miljoenen per jaar.

Het rapport Zorgkeuzes in Kaart van het Centraal Planbureau (CPB), gisteren gepresenteerd, leest als een uitgebreide menukaart voor maatregelen in de zorg. Het CPB rekende voor het rapport zorgvoorstellen van tien politieke partijen door en zet op een rij wat de effecten van beleidsmaatregelen zijn op de kosten van de zorg – de grootste collectieve uitgave.

Het CPB berekende hoeveel specifieke maatregelen op korte en lange termijn opleveren, wat de effecten zijn op het gedrag van patiënten en zorgverleners, de eventuele kosten om het beleid aan te passen en of voorstellen juridisch haalbaar zijn. Daaruit komt een lange lijst met plussen en minnen voor beleidsplannen. Doorgaans hebben de doorberekeningen van het CBP veel effect op politieke beleidskeuzes.

Weinig vertrouwen in beboeten

Een van de maatregelen die volgens het CPB de grootste besparing opleveren is de verhoging van het eigen risico tot 375 euro. Het CPB berekende dat een toekomstige verhoging met 100 euro een besparing oplevert van 870 miljoen euro per jaar. Andersom betekent het dat elke verlaging van het eigen risico een zware wissel op de begroting zou trekken. Het CPB berekende dat als het eigen risico nul zou zijn, dat 3,7 miljard euro per jaar extra zou kosten. Het planbureau waarschuwt wel dat lagere inkomens minder toegang tot zorg kunnen krijgen door hogere eigen bijdragen.

Een maatregel waarmee flink bespaard kan worden is volgens het rapport de langdurige wijkverpleging. Als de zorgverzekeraar die niet meer vergoedt zou dat de overheid vooral op lange termijn veel geld schelen: na 10 jaar 950 miljoen euro per jaar.

De economen van het CPB hebben weinig vertrouwen in het beboeten van zorgverzekeraars als ze te weinig fraude opsporen. Want fraude is volgens hen moeilijk te kwantificeren. Voor het aantonen ervan is ook „aantoonbare verwijtbaarheid” vereist. Dat is juridisch moeilijk te toetsen. Daarom berekent het CPB geen opbrengsten voor de maatregel die zorgverzekeraars beboet.

Onrealistische maatregelen

Een veel bediscussieerde maatregel die weinig blijkt op te leveren, is het verplicht in loondienst brengen van medisch specialisten. Die zitten nu vaak in een maatschap en werken min of meer als zelfstandig ondernemer. Volgens het CPB werken artsen in loondienst minder hard dan in een maatschap.

Als zij voortaan in loondienst moeten bij het ziekenhuis, zou dat over 10 jaar weliswaar een besparing opleveren van 100 miljoen euro op jaarbasis. Maar in de eerste jaren zou de maatregel de schatkist zo’n 150 miljoen per jaar kosten. Wel maakt het CPB een voorbehoud bij deze berekening omdat er veel onzekere factoren zijn.

Effectiever voor de kosten zou het zijn als specialisten voortaan vallen onder de Wet normering topinkomens, die een grens stelt aan salarissen in de publieke sector. Als specialisten daaronder zouden vallen, scheelt dat op termijn 65 miljoen per jaar, zonder dat dat in de eerste jaren geld kost. Nu verdienen specialisten gemiddeld 158.000 euro per jaar.

Maatregelen met een hoog nostalgisch gehalte komen er in het rapport niet al te best vanaf. Bijvoorbeeld het herinvoeren van een systeem met publieke ziekenfondsen, zoals het in Nederland geregeld was voor de invoering van het huidige systeem met zorgverzekeraars. De drie scenario’s die het CPB doorrekende, zouden alle 660 miljoen per jaar zouden kosten.

Een aantal maatregelen weigerde het CPB door te rekenen omdat ze volgens het bureau juridisch onhaalbaar zijn. Zoals het invoeren van een norm voor overheadkosten van ziekenhuizen die stelt dat die nog maar 20 procent van de omzet mogen bedragen. Onrealistisch, zegt het CPB.