Basisinkomen: daar ga je heus niet van luieren

Illustratie Kap

Er is een wetenschappelijk verband tussen ‘gratis geld’ en minder criminaliteit, hogere economische groei, meer emancipatie, minder tienerzwangerschappen en betere schoolprestaties, weet historicus Rutger Bregman.

Het basisinkomen: een idee waarvoor de tijd is gekomen. Al meer dan twee eeuwen geleden schreef Thomas Paine erover in zijn boek Agrarian Justice (1797) – en nu lijkt het eindelijk zo ver. Het basisinkomen zou een vloer moeten zijn waarmee de armoede wordt uitgeroeid en iedereen de kans krijgt om iets van zijn leven te maken.

De publicist Sebastien Valkenberg moet er echter weinig van hebben (Opinie, 30 maart). De filosoof die, zo lezen we op zijn website, strijdt ‘tegen slordig redeneren, modieuze denkbeelden en fact free filosofie’ denkt dat het basisinkomen zowel praktisch als filosofisch onhaalbaar is. ‘Basisinkomen: wie doet dan nog het vuile werk?’, staat er boven zijn stuk. Zelfontplooiing zou zelfs leiden tot ‘narcisme’. Een nadere bestudering van zijn argumenten leert echter dat hij zelf slordig redeneert, selectief citeert en zijn huiswerk niet heeft gedaan. Zo stelt de filosoof dat het basisinkomen maar niet ‘voorbij het pilotstadium wil raken’. In werkelijkheid zijn er al tientallen landen en ontwikkelingsorganisaties die op grote schaal werken met ‘gratis geld’. Brazilië heeft Bolsa Família (bereik: 50 miljoen inwoners), Mexico heeft Oportunidades (bereik: 25 miljoen inwoners) en de organisatie GiveDirectly (de naam zegt het al) is volgens de gezaghebbende denktank GiveWell een van de vier beste liefdadigheidsinstellingen ter wereld.

Onderzoekers van de Universiteit van Manchester spreken zelfs van een ‘Development Revolution from the Global South’. Van India tot Malawi van Zuid-Afrika tot Kenia: in steeds meer landen ontstaat een geheel nieuwe verzorgingsstaat waarbij de armen niet door allerlei hoepels hoeven te springen. In talloze studies is inmiddels een verband aangetoond tussen directe cash transfers en minder criminaliteit, minder kindersterfte, minder ondervoeding, minder tienerzwangerschappen, minder spijbelen, betere schoolprestaties, hogere economische groei, meer emancipatie, en ga zo maar door. Het tweede bezwaar is zo oud als de weg naar Rome: mensen stoppen met werken zodra je ze een leven boven de armoedegrens garandeert. Zeker wie nu ‘vies, zwaar en eentonig’ werk doet, zal niet meer vooruit te branden zijn – zo vermoedt Valkenberg vanuit zijn leunstoel.

Lees verder (€)