‘Als jij je zwakte te veel toont, ben je een lulletje’

Dat het in de luchtvaart zo veilig is en dat de begeleiding van piloten optimaal is – allemaal mythe, zegt psycholoog en oud-piloot Willem de Kleijnen.

Psycholoog en oud-piloot Willem de Kleijnen: „Je bent [als piloot] een radertje in de complexe logistiek van een beursgenoteerde onderneming die in de eerste plaats op aarde is om winst te maken.”

Een boek vol bloedstollende verhalen heeft Willem de Kleijnen geschreven, allemaal waar gebeurd. Het heet Is vliegen gevaarlijker dan je denkt? en het antwoord is wat hem betreft een volmondig: ja.

Over de gezagvoerder die op twaalf kilometer hoogte door een kapot raam in de cockpit naar buiten wordt gezogen, maar met zijn voeten achter de stuurknuppel blijft haken. Hij overleeft het door het koelbloedige optreden van een zeer ervaren purser en de co-piloot, een beginneling nog. De een houdt de voeten van de gezagvoerder vast en de ander zet het toestel aan de grond.

En dan het verhaal over de vrachtvlieger die op staande voet wordt ontslagen omdat hij na anderhalf etmaal wachten op een militair pakketje weigert de lucht in te gaan. Niet geslapen, te veel koffie, donder en bliksem op komst, hij durft niet meer. Bij zijn aftocht scheldt de baas van het luchtvrachtbedrijf hem de huid vol.

De Kleijnen (67) maakte het zelf mee toen hij vrachtvlieger was in de Verenigde Staten, dertig jaar geleden. „Ik wist niet dat mensen zo verschrikkelijk konden vloeken”, zegt hij. „Hij bleef maar roepen: dit kost me een ton, dit kost me godverdomme een ton, en die ga jij terugbetalen, ik ga je suen.”

Hij heeft ook eens meegemaakt dat hij moest landen op Schiphol, de baan was spekglad, overal ijs. Hij durfde niet, maar ging toch en toen hij aan de grond stond, zag hij een geel busje dat naar een net geland Amerikaans vliegtuig reed. „Dat busje kon niet remmen, glijen, glijen, glijen, en bám, tegen dat toestel aan.” Het hielp niet om zich te ontspannen.

Hier in het nette Nederland, zegt hij, denken we bij betrouwbare luchtvaartmaatschappijen aan de KLM en – tot vorige week – Lufthansa. Bedrijven met regels en protocollen en vaste contracten en cursussen en check-ups en heel erg veel controle.

Maar dat is, zegt hij, in tachtig procent van de wereld niet de werkelijkheid. „En dan heb ik echt niet alleen over Afrika, waar ze vaak niet eens een verkeersleider hebben. Ik heb het ook over de prijsvechters en over de Verenigde Staten, waar die jonge jongens en meisjes die voor duur geld zo graag piloot willen worden hun stages moeten doen. Hoe die onder druk worden gezet! Nou, nou, nou, nou, nou. De werktijden! De arbeidsomstandigheden! De overbelasting! En kop dicht, hè, want anders lig je eruit. Dan kun je de rest van je leven friet gaan bakken en je ziet maar hoe je je leningen terugbetaalt.”

‘Bemoei je er niet mee, eikel’

De Kleijnen was psycholoog in de Ursula Kliniek, destijds in Wassenaar, toen hij zijn vliegbrevetten haalde. „Ik wilde boven in de blauwe lucht zijn, tussen de vogels, zweven.” Hij werd piloot op charters en in de luchtvracht. Daarnaast was hij opleider, examinator en crewtrainer bij verschillende luchtvaartmaatschappijen.

Hij leerde crews hoe ze moeten samenwerken en op elkaar moeten letten. „Hoe vertel ik die vervelende vent naast me dat hij weer eens 140 vliegt boven de landingsbaan terwijl hij maar 100 mag – dat werk. Dan zeg je dus niet: je gaat te hard, klootzak, straks schieten we van de baan, want dan zegt die ander: bemoei je er niet mee, eikel. Of in ieder geval denkt die dat. Dus wat moet je wel doen? Je zegt alleen maar volkomen neutraal en zonder enige emotie: 140. En dat oefenen we dan.”

Na de catastrofe met de Airbus 320 van Germanwings vorige week, vermoedelijk veroorzaakt door de co-piloot, zijn er volgens De Kleijnen alleen al in Nederland zeventien miljoen meningen over eerlijkheid en openheid in de cockpit, en hij is het met iedereen eens: die eerlijkheid moet, die openheid moet, cru-ci-aal.

Een piloot moet het zéggen als hij of zij zich niet goed voelt of teveel drinkt of wel eens coke snuift of anti-depressiva slikt. „Maar gebeurt dat ook? Letten ze er bij elkaar op hoe ze zich voelen en brieven ze het door aan de leiding als ze het niet vertrouwen?” Hij begint hard te lachen. „Welnee! Je wilt geen matennaaier zijn, en bovendien, misschien heb je wel ongelijk. Zo is het overal, ga maar na hoe het bij jou op je werk is. En als jij je eigen zwakte teveel toont, dan ben je een lulletje. Met name vliegers zijn dat niet graag. Speak up. Dat is de norm. No blame, no shame. Just culture. Jaja. Allemaal zeer nastrevenswaardig en we moeten het zeker blijven proberen. Maar ook hier is de werkelijkheid anders.”

Daarom, zegt hij, heeft hij dat boek geschreven. Hij wilde laten zien dat er een andere kant is aan de brave verhalen die we elkaar over de luchtvaart vertellen: dat het zo veilig is, dat er zo goed getraind wordt, dat de begeleiding van piloten optimaal is. „Nog zo’n mythe: dat vliegen spannend is. Ja, het pure vliegen in een Cessna of een Piper, dát is spannend. Maar als jij de plas over moet en weer terug, en je zit drie dagen in een donker hokje naast een vent die alleen maar over aandelen kan praten, dan vlieg je niet, dan bedien je een systeem. Je runt een transport. Je bent een radertje in de complexe logistiek van een beursgenoteerde onderneming die in de eerste plaats op aarde is om winst te maken.”

‘Haal de mens uit de cockpit’

De Kleijnen zwijgt even en zegt dan: „Weet je wat ik vroeger leuk vond? Stunten! Ik heb lesgegeven in aerobatics, maar op een gegeven moment durfde ik het niet meer. Ik zat een keer in een spin, dan ga je draaiend met je toestel naar beneden, en opeens dacht ik dat ik er niet meer uit kon komen. Ik kreeg hem niet gestopt. Je denkt: dit was het dan, ik spiraal nu als een idioot de grond in. Bleek dat hij wel gestopt was. Ik had een vertigo, dat draaien speelde zich alleen in mijn hoofd af. Daarna was ik er bang van. Van vliegen, bedoel ik. Veel vliegers hebben dat, hoor, als ze ouder worden. Hoor je ook nooit wat over.”

Wat denkt De Kleijnen na het vermoedelijk doelbewust veroorzaakte ongeluk in de Alpen? Had het voorkomen kunnen worden?

„Het is schipperen tussen moeilijk en onmogelijk”, zegt hij. „Een bepaald percentage van de bevolking zit nou eenmaal aan de coke of lijdt aan wanen, en bij piloten is het niet anders. Dus ik zeg: haal de mens uit de cockpit, want de mens blijft fouten maken en rare dingen doen, dat krijg je er nooit helemaal uit, wat je ook bedenkt. We zijn al gewend aan onbemande metro’s, we rijden straks in zelfsturende auto’s en daar komen de zelfsturende vliegtuigen dan bij. En als jij denkt: kan niet, durft niemand, dan zeg ik: als de Amerikanen bij jou, of laten we zeggen bij een of andere extremist in Pakistan, een kruisraket door de voordeur naar binnen willen laten gaan, dan lukt ze dat. Onbemand.”