Afschaffen quota is goed, maar het melkbeleid blijft halfvol

Vanaf vandaag is de rem eraf: Europese landbouwers mogen voor het eerst in 31 jaar weer zo veel melk produceren als zij willen. Dat geeft hun de mogelijkheid om zonder hinder de markten te bedienen die wereldwijd het meest groeien. En dat zijn de opkomende economieën met een talrijke, en groeiende, bevolking – of landen waar de kwaliteit van de eigen productie niet geheel wordt vertrouwd. Het in 1984 in de Europese Unie ingevoerde melkquotum maakte destijds een eind aan de overproductie in Europa en de bizarre gevolgen van het opkoopbeleid van Brussel, dat de prijzen garandeerde. De boterberg groeide en de melkplas bleef uitdijen. Maar de instelling van productieplafonds, de quota, heeft boeren gehinderd in het veroveren van een snel groeiende wereldmarkt. De Verenigde Staten zijn groot in melk. Maar het is het kleine Nieuw-Zeeland, waar de productie ongehinderd omhoog kon, dat nu een toppositie op de wereldmarkt inneemt: het Saoedi-Arabië van de melk.

Dat kan nu veranderen. In Nederland hebben melkveehouders zich al ingesteld op een productieverhoging die kan oplopen tot 20 procent. Maar er zijn niet alleen voordelen: Nederlandse veehouders kunnen, net als andere Europese boeren, te maken krijgen met grotere prijsschommelingen dan voorheen. Intensievere veehouderij kan, als dat ongebreideld gebeurt, ten koste gaan van het welzijn van de dieren. Ook is er het probleem met de afvoer en verwerking van mest: de maatregelen om de mestproductie aan een plafond te binden, kunnen de vrijheid van de melkproductie alsnog behoorlijk beperken – zij het dat zij ook kunnen dwingen tot innovaties op het gebied van de verwerking die op de langer termijn juist gunstig uitwerken.

Het grootste euvel blijft het landbouwbeleid zelf. Economische vrijheid is en blijft hier een beperkt begrip. Voedselproductie is wereldwijd nog steeds een strategisch goed, en de hang naar zelfvoorzienend zijn speelt altijd op de achtergrond mee. Het gegeven dat de opbrengst van de landbouwsector fundamenteel onzeker is door weer en ziekten heeft er van oudsher voor gezorgd dat landbouw een van de meest geregelde sectoren is.

Elk land heeft zijn eigen vormen van directe of indirecte landbouwsteun, ondanks alle handelsverdragen. Dat is tot op zekere hoogte begrijpelijk. Europese boeren genieten inkomenssteun, indien nodig. Gezien het feit dat de kostprijs van melk structureel boven de marktprijs ligt, mag worden geconcludeerd dat Europese boeren nu met impliciete subsidies de wereld verder gaan veroveren. Het is niet anders, in een sector waar de stabiliteit van bovenaf wordt opgelegd. Maar merkwaardig blijft het wel.