Adempauze voor Hiddink en Oranje na zege op Spanje

Het gebeurde met kunst- en vliegwerk, maar Oranje won gisteravond wel van Spanje. Het volk had het nodig. De bondscoach ook.

Ajacied Davy Klaassen juicht nadat hij tegen Spanje de 2-0, tevens de eindstand, heeft gescoord. Foto Olav Kraak/ANP

In afwezigheid van wereldsterren speelde Oranje in fases van de eerste helft het beste voetbal sinds het WK en zo was in de onbevangen setting van een oefeninterland tegen Spanje de potentie te ontwaren die Oranje heus heeft. Ruim voldoende althans om de belabberde prestatiecurve naar boven te buigen, zo bleek op een avond waarop Guus Hiddink een jeugdiger en frisser Oranje dan tot dusver onder zijn leiding het veld in had gestuurd.

Eindelijk die voorsprong voor het broze Oranje, maar veel had het niet gescheeld of de symptomatische 1-0 achterstand was alweer feit zoals in zes van de voorgaande zeven interlands van Oranje waarbij de ploeg zichtbaar gebukt ging onder Hiddinks meerduidig management en het gebrek aan houvast in de ploeg zich meer dan eens wreekte. „We schieten onszelf steeds in de voet” , zei Hiddink dan, zichzelf ontziend.

Jetro Willems was het die gisteravond de rol op zich nam van naïeveling met een bijna fatale pass middendoor. En zo was de openingsscène van Hiddinks horrorshow al gespeeld volgens het scenario dat de gekwelde bondscoach al zo vaak voor zijn dugout heeft zien voltrekken. Tijdig werd echter, in de metafoor van de kapotgeschoten voet, de loop van het geweer door een onzichtbare hand opzij geduwd. Spanje verprutste de opgelegde mogelijkheid en zo kreeg de wedstrijd kans om een klein maar welkom Oranjefeestje te worden.

Het volk had het nodig, de bondscoach nog het meest. Al moet de waarde van de overwinning op de reeds onttroonde wereldkampioen niet overtrokken worden. Het was zijn eerste zege op een topland, ja zelfs de eerste overwinning op een land binnen de top-99 van de FIFA-ranglijst in de periode Hiddink II, waarin tot nu alleen Letland en Kazachstan, vlekken op de voetbalkaart, werden verslagen.

Adempauze

Een adempauze, meer niet. De vraag of Hiddink op zal stappen als Oranje er niet in slaagt om, in Letland, van Letland te winnen, zal in de vroege weken van juni, ongetwijfeld gesteld worden. Zo is het leven als falende bondscoach. Speel je 5-3-2, klinkt het: waarom niet 4-3-3? Speel je 4-3-3, is het: toch wel kwetsbaar achterin. Kies je routine, dan: waarom niet die gretige jonge gasten? Kies je jeugd, klinkt het: wel naïef zo’n Willems hè? Hiddink lachte er nu om en met een prima prestatie tegen Spanje in zijn achterzak kwam dat nu eens niet over als ontwijkend en hautain.

De geflatteerde 2-0 was voor hem geen aanleiding om nog eens kritisch terug te kijken naar het opstellen van Nigel de Jong, Ibrahim Afellay en Gregory van der Wiel in de wedstrijd afgelopen zaterdag tegen Turkije. Het is ook niets voor Hiddink om nu, op basis van deze opleving, de kredietlijn door te snijden voor dienstbare krachten en hen mee te delen dat vorm (en fitheid) voortaan leidend zijn. Dat was Louis van Gaals credo, maar Hiddink houdt iedereen stevig aan de borst, schoffeert zijn trouwe mannen nooit en werkt zo, op zijn manier, toe naar een groep loyalisten.

Koppeltjes

Intussen moet Oranje zich Hiddink-proof tonen, dat wil zeggen: autonoom genoeg om oplossingen zelf te bedenken. Als de bondscoach niet voorschrijft hoe precies de route van doel naar doel loopt – kernkwaliteit van zijn meer directieve voorganger – dan moet Oranje op eigen initiatief de stroperigheid voorbij. Profiteren van koppeltjes die aan een knikje genoeg hebben, zoals Wesley Sneijder en Klaas-Jan Huntelaar. Al leidde hun schijnbare symbiose gisteren eens niet tot kansen.

Jetro Willems en Memphis Depay trokken wel profijt van hun jongsaf ingeslepen interactie. „We voelen elkaar aan. Ik weet wat hij kan, ik weet wat hij wil, zelfs wat hij gaat doen”, zei Willems vorige week. Prettig om naar te kijken zoals ze er in slaagden hun PSV-telepathie over te hevelen naar Oranje, zoals voorafgaand aan de 2-0 van Ajacied Davy Klaassen.

Willems, nogmaals: bijna de man die in Hiddinks spreekwoordelijke voet had geschoten in de openingsfase, mocht zo uitgroeien tot bereider van de goals, drie minuten nadat hij Sneijder in de gelegenheid had gebracht tot een feilloze voorzet op Stefan de Vrij, die fraai raak kopte.

In de tweede helft, met inbreng van Spaanse toppers David Silva en later ook Andres Iniesta, ontstond een ander krachtenveld. „Spanje bracht de wedstrijd op een hoger ritme”, zei Hiddink. „We konden de bal toen niet rustig meer krijgen, vanaf dat moment vond ik het echt een internationale wedstrijd. Goed dat sommige jongens dat in de diepte hebben kunnen meemaken.”

Het zal nodig zijn, die diepte van internationale wedstrijden. Bij elk duel in de EK-kwalificatiepoule zal Oranje de druk van het dreigende noodlot moeten weerstaan, waarbij de angst mogelijk weer in de benen kruipt en de verleiding voor Hiddink om terug te vallen op gouwe ouwen zomaar weer te groot kan blijken.