‘97 procent vluchtelingen in de regio opgevangen’

Dat zegt VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra.

Een Syrisch kind in een kamp in Libanon met uitgedeelde hulpgoederen. Foto Ibrahim Chalhoub/AFP

De aanleiding

Het vluchtelingenplan van de VVD was echt niet zo gek, verdedigde fractievoorzitter Halbe Zijlstra zaterdag in de Volkskrant.

Er was vorige week veel te doen om het nieuwe vluchtelingenbeleid dat het VVD-Kamerlid Malik Azmani voorstelde: de VVD wilde de buitengrenzen van de Europese Unie sluiten voor vluchtelingen. Beter konden vluchtelingen ‘in de regio’ worden opgevangen. Trouwens: dat gebeurt ook al, was de argumentatie – denk aan de grote tentenkampen in Libanon en Jordanië, de toevluchtsoorden voor vele gevluchte Syriërs. Zijlstra zei in de krant: ‘Nu al wordt 97 procent van de vluchtelingen opgevangen in de regio.’ Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

Zijlstra laat weten dat het getal vorige week in Nieuwsuur werd genoemd door Dorine Manson van VluchtelingenWerk Nederland. Zij sprak daar echter alleen over 97 procent van de vluchtelingen uit Syrië die in de regio opgevangen worden.

En wat bedoelt de VVD met ‘de regio’? Het plan van Azmani werpt daarop wel enig licht. Vluchtelingen, schrijft hij, ‘kunnen zich in een land in de eigen regio gemakkelijker aanpassen aan de sociale en culturele omstandigheden dan in een (westers) land met een ander ontwikkelingsniveau’. Dus ‘de regio’ gaat niet alleen om de nabijheid van de landen, maar vooral om het ontwikkelingsniveau van het land van aankomst.

En, klopt het?

Waar vluchten vluchtelingen naartoe? De VN-organisatie voor vluchtelingen UNHCR houdt heel precieze cijfers bij van de vluchtelingenstromen over de hele wereld – al zeggen ze er wel bij dat het momentopnames zijn. De meest recente statistieken komen uit het rapport Mid-Year Trends 2014, dat vorig jaar juni verscheen.

In een van de begeleidende tabellen bij dat rapport (nummer 5) staat per land van herkomst weergegeven hoeveel vluchtelingen naar welk land van aankomst zijn gevlucht. Dat gaat om mensen die officieel als vluchteling worden aangemerkt volgens het Verdrag van Genève of die zich bevinden ‘in een vluchtelingachtige situatie’ – en de ondergrens ligt op 5.000 mensen per land. De cijfers zijn dus niet compleet, maar geven op een totaal van 12,1 miljoen vluchtelingen een goede indicatie.

Bij Afghanistan staan bijvoorbeeld twaalf landen waar gevluchte Afghanen woonden in de eerste helft van 2014: van Australië (8.368 mensen) tot het Verenigd Koninkrijk (9.166 mensen). De meeste Afghanen vluchtten naar landen ‘in de regio’. Van de 2,7 miljoen Afghaanse vluchtelingen zaten er ruim 1,6 miljoen in Pakistan en zo’n 950.000 in Iran.

Dat even ter indicatie. Op basis van deze tabel kunnen we bekijken of vluchtelingen inderdaad in bijna alle gevallen hun heil zoeken in naburige en cultureel vergelijkbare landen, zoals zou blijken uit Zijlstra’s percentage.

In sommige gevallen is het toch nattevingerwerk: wat telt nog als ‘in de regio’? Migratie van Irak naar Duitsland (40.042 mensen) is duidelijk níét binnen de regio. Maar is een vlucht van Somalië naar Zuid-Afrika (20.504 mensen) of van Eritrea naar Israël (35.214 mensen) dan wel binnen de regio? We volgen dan maar het culturele argument dat de VVD hanteert: die Somalische vluchtelingen in Zuid-Afrika bevinden zich nog net ‘in de regio’ omdat Zuid-Afrika volgens het IMF een ‘ontwikkelingseconomie’ heeft. De Eritreeërs in Israël zijn ‘buiten de regio’ opgevangen, omdat het verschil tussen die twee landen wezenlijk is.

De uitkomst van die optelsom: ruim 700.000 vluchtelingen van de 12,1 miljoen waren halverwege vorig jaar terechtgekomen in een land dat ‘buiten de regio’ lag. Dat is zo’n 6 procent – zo’n 94 procent wordt dus opgevangen ‘in de regio’.

Conclusie

Het overgrote deel van de vluchtelingen zoekt zijn toevlucht inderdaad ‘in de regio’, al is de definitie van ‘de regio’ enigszins arbitrair. Hanteren we de definitie van de VVD, dan tellen we op basis van UNHCR-cijfers dat zo’n 94 procent van de vluchtelingen ‘in de regio’ wordt opgevangen. Daarmee beoordelen we de stelling van Zijlstra als grotendeels waar.