WRR: bescherming internet moet speerpunt buitenlandbeleid worden

Bescherming van het internet moet een speerpunt van het Nederlandse buitenlandbeleid worden. Dat stelt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in een vandaag gepubliceerd rapport.

Volgens de WRR, een onafhankelijk adviesorgaan van de regering, loopt het internet gevaar doordat staten steeds vaker ingrijpen in de technische structuur ervan, om hun eigen belangen te behartigen. Bijvoorbeeld om auteursrecht te beschermen (denk aan het verdrag ACTA), om cybercrime aan te pakken, de eigen bevolking te controleren of om censuur te plegen. Overheden zijn zich met “het reilen en zeilen van het internet gaan bemoeien”, terwijl het eerst een domein was van de “technische gemeenschap”.

Bovendien bekijken overheden internet niet meer alleen vanuit economisch perspectief, maar vooral met een blik gericht op nationale veiligheid. De WRR noemt digitale spionage en cyberaanvallen als voorbeeld.

‘Internet kan kapot gaan’

De WRR wijst op het gevaar dat informatie niet aankomt of sites onbereikbaar zijn als nationale staten morren aan de “diepere lagen” van internet, die ervoor zorgen dat het net naar behoren werkt. Gevolg is dat het vertrouwen internet afneemt.

“Dat nationale staten hun ruimte en rol opeisen op het internet kan gevolgen hebben voor de cruciale onderbouw van het internet. Het internet is gemaakt om internationaal, zonder aanzien des persoons of nationaliteit te functioneren, een basisprincipe dat ten goede komt aan alle gebruikers.”

De raad adviseert daarom internet te beschermen als “mondiaal goed”, als “collectieve infrastructuur”, vanwege het “collectieve belang van internetveiligheid”.

Drie adviezen

De WRR wil dat Nederland zich in de diplomatie op drie zaken richt: de ‘diepere laag’ van het internet moet worden aangemerkt als neutrale zone, waarin bemoeienis omwille van eigen nationale belangen niet geoorloofd is; er moet een helder onderscheid komen tussen internetveiligheid, de veiligheid van het netwerk en nationale veiligheid in relatie tot internet; en meer richten op nieuwe samenwerkingen met andere lidstaten en met internetbedrijven, ngo’s en de technische gemeenschap.

Het rapport, De publieke kern van het internet. Naar een buitenlands internetbeleid, is vandaag aan minister Koenders van Buitenlandse Zaken overhandigd.