We zijn geobsedeerd door geld en houden van ophef

Tien jaar werkte Sabine Vandeputte voor de Vlaamse tv in Nederland. Niets mooiers dan een vrouw die Vlaams spreekt, kreeg ze te horen. Maar, zegt ze, taal is zo’n beetje het enige dat Nederlanders en Vlamingen bindt.

Nederland is toch het land van de gemakkelijke kleren, je moet er als vrouw mee op een fiets kunnen. Foto Marcel Antonisse

„Soms ben ik bang dat ik niet als leuker mens terugkeer. Ik merk aan mezelf dat ik in Nederland een grotere mond kreeg.”

In een column op de website van haar werkgever VRT, de Vlaamse publieke omroep, waarschuwt ze alvast haar vrienden en collega’s in België. Ruim tien jaar was Sabine Vandeputte de verslaggever namens de VRT in Nederland. De laatste twee jaar als vaste correspondent vanuit standplaats Den Haag. Nu is het voorbij, ze gaat weer aan de slag op haar redactie in Brussel. „Het heeft sowieso één voordeel”, zegt Vandeputte. „Ik ga mijn mooie jurkjes eindelijk weer eens uit de kast halen. Nederland is toch het land van de gemakkelijke kleren, je moet er als vrouw mee op een fiets kunnen. Praktisch, maar niet altijd even elegant.”

Hoogtepunt tijdens haar Nederlandse jaren? „Hoe Nederland afscheid nam van de MH17-slachtoffers. Imponerend.”

Haar dieptepunt past in de categorie ‘waar zijn die Hollanders nú weer mee bezig’: „De dag dat ik duiding moest geven bij de start van Adam zoekt Eva, een televisieprogramma waarin naakte Nederlanders daten.”

Past naakt daten in het beeld dat de Vlaming heeft van de Nederlander?

„Niet echt. Volgens het Vlaamse clichébeeld is een Nederlander nuchter en rationeel. Maar ik heb de Nederlandse hysterie leren kennen. Hashtag ophef, en daar gáát iedereen weer. Een zeer Nederlands fenomeen. Iedere dag is er wel ergens ophef over.”

Nederland heeft u in die zin verrast?

„Ik heb een soort schaduwmaatschappij leren kennen, waarvan ik het bestaan niet kende. Het is de wereld zoals voorgesteld in populaire, commerciële programma’s, waarin entertainmentfamilies als De Mol de smaak bepalen en hun televisieshows en magazines verkopen. Het is een systeem dat zichzelf in stand houdt. En het publiek dat dat gretig en opgewonden consumeert heeft de realiteit niet meer nodig.”

Blijkt die ‘nuchter’ veronderstelde Nederlander in de praktijk een geëxalteerde dromer?

„Maar dan wel een dromer die is geobsedeerd door geld. Toen ik naar Nederland verhuisde waarschuwde een collega: ‘Je gaat naar de Amerikanen van Europa.’ Ik heb hier inderdaad de obsessie met geld leren kennen. De vanzelfsprekendheid waarmee hier veel geld verdienen wordt geprezen. Optimistische jaarcijfers van bedrijven waarover journalisten dan oprecht euforisch verslag doen. Nederlanders zijn nog altijd boven alles koopmannen. Jullie kúnnen dingen ook echt goed verkopen. Je bent als klant koning, er wordt met je geflirt, tot je niet meer nodig bent, dan hoor je niks meer.”

Is Nederland voor Belgen nog altijd ‘gidsland’?

„Nederland blijft toch de grote broer waar Vlamingen naar verwijzen. ‘Kijk naar Nederland, daar doen ze het al’, hoor je veel Vlaamse politici zeggen. Andersom merk ik dat de grondtoon van hoe Nederlanders over België denken nog altijd dezelfde is: ‘leuk landje met rare huizen en sjoemelaars.’ Het viel me op tijdens de verslaggeving over sjoemelende politici in Limburg. Alsof die zuidelijke provincie er weinig aan kan doen, omdat ze nu eenmaal besmet is door de Belgen om de hoek. Gelukkig hebben nieuwe sjoemel-zaken aangetoond dat dat fenomeen in heel Nederland voorkomt.”

‘Niets mooiers dan een vrouw die Vlaams spreekt’, zei een Nederlandse presentator van een programma waarin u optrad. Een compliment?

„Er zit onbewust ook een denigrerend kantje aan, want je vraagt je af: doet het er nog toe wát ik zeg? Wat ik heb geleerd: we spreken weliswaar dezelfde taal, maar Vlamingen en Nederlanders onder één noemer vatten is bedrog. Vlamingen zijn meer verwant aan Walen. Wij zijn ’n zelfde soort, dat rúik je. Zelfde fysiek, zelfde opvoeding.”

‘Een grote mond hebben’, zoals u in uw VRT-column schreef: kenmerkt dat de Nederlander?

„Mij werd vroeger thuis niets gevraagd. Maar Nederlandse kinderen worden bij elke beslissing van hun ouders betrokken. Het maakt van Nederland een meningenindustrie. In de commotie rond Zwarte Piet speelde plots de vraag waarom dat in Vlaanderen, waar Zwarte Piet ook een traditie is, níet voor debat zorgde. Het ergste dat ik voorbij hoorde komen was: ‘De zwarte gemeenschap in België is kennelijk nog niet zo ver geëvolueerd als in Nederland’. Het gebrek aan besef dat er misschien mensen zijn die er gewoon ánders over denken, is zeer Nederlands.”

U noemde als hoogtepunt de rouw na de MH17-ramp.

„Als ik denk aan de beelden van die rouwstoet dan krijg ik weer kippevel. Alleen al de esthetiek gaf troost. De regie van die rouw was erg Nederlands. In zo’n korte tijd zoiets organiseren, dat is Nederlands bestuur op z’n best.”