Snel bijgepraat over de zaak rond huisarts Tromp uit Tuitjenhorn

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IzG) en een onderzoekscommissie presenteren straks twee rapporten over de zaak rond huisarts Tromp uit Tuitjenhorn, die veel in het nieuws was. Hoe zat het ook alweer? We praten je in een paar minuten bij.

ANP / Koen Suyk

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IzG) en een onderzoekscommissie presenteerden twee rapporten over de zaak rond huisarts Tromp uit Tuitjenhorn, die veel in het nieuws was. Hoe zat het ook alweer? We praten je in een paar minuten bij.

Update 16.51 uur: Het onderzoek dat het OM in 2013 startte naar huisarts Tromp uit Tuitjenhorn was terecht en is zorgvuldig verricht, oordeelt de onderzoekscommissie. In het onderzoek is “op meerdere momenten uitdrukkelijk rekening gehouden” met de persoonlijke situatie van de arts.

De zaak

De publicatie van de rapporten van onderzoekscommissie-Bleichrodt en het feitenrelaas van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IzG) zijn het sluitstuk van een zaak die al jarenlang speelt. Deze begon op 19 augustus 2013, toen huisarts Nico Tromp samen met zijn co-assistent naar een terminale patiënt in het dorp ging. De man had slokdarmkanker en was uit het ziekenhuis ontslagen om thuis te sterven. Hij lag in bed en was zeer benauwd. Zijn vrouw vroeg expliciet of haar man iets kon krijgen vanwege de benauwdheid – het was een akelig gezicht.

Tromp spoot vervolgens, na het ophalen de spullen in zijn praktijk, een gram morfine in het been van zijn patiënt. Dat is een ongebruikelijk hoge dosis die dodelijk is. Normaal gesproken dienen artsen in zo’n situatie van extreme benauwdheid bij een terminale patiënt 10 tot maximaal 50 milligram morfine toe. Tromp gaf de man, in zijn andere been, ook 350 milligram dormicum. Dat is een slaapmiddel. De man overleed binnen een half uur. Hij had ooit een euthanasieverklaring getekend, maar later aangegeven toch liever te willen sterven door palliatieve sedatie – pijnbestrijding waardoor de patiënt in zijn slaap sterft.

De discussie

Met deze behandeling op een zomerdag in 2013 zet huisarts Tromp – dan nog onwetend - één van de meest ingewikkelde discussies binnen de medische stand onder hoogspanning. Hoe autonoom is de arts, meestal de huisarts, om te kiezen tussen verschillende vormen van overlijden van terminale patiënten. En hoe hard mogen instanties verkeerde keuzes afstraffen?

De zaak-Tuitjenhorn leidde tot een enorme maatschappelijke discussie die juist die kern raakt. Na het overlijden van de patiënt maakte Tromps’ stagiair – co-assistent in het AMC – melding van deze onnatuurlijke dood. De Inspectie voor de Gezondheidszorg startte een onderzoek en schakelde justitie in. De Inspectie schorst Tromp. De huisarts wordt verhoord, raakt depressief en pleegt drie weken na de dood van zijn patiënt zelfmoord. De weduwe van de patiënt die hij ter dood bracht is echter tevreden over Tromps’ werk; ze is boos op de instanties, want zij vindt dat Tromp onterecht als verdachte is aangemerkt.

https://www.youtube.com/watch?v=YpTux89-TNU

De ophef

Dit is in eerste instantie ook de reden voor grote ophef onder artsen. Zij zijn bang dat de politie zomaar voor de deur kan staan als een van hun terminale patiënten komt te overlijden. Een paar weken na Tromps’ dood publiceert de Inspectie voor de Gezondheidszorg het ‘bevel’ dat het aan Tromp gaf. Dan pas blijkt dat de huisarts veel teveel morfine toediende. De onrust verstomt enigszins. Artsenfederatie KNMG en huisartsenvereniging LHV, eerder nog zeer kritisch, roepen op tot onafhankelijk onderzoek. Dat kwam zojuist, na twee jaar, naar buiten.

Welke vormen van sterven zijn er?

Dit verschilt per patiënt, maar we gaan uit van de situatie die huisarts Nico Tromp aantrof in Tuitjenhorn. Het gaat om een terminale kankerpatiënt, die heeft aangegeven te willen overlijden nadat hij in slaap is gebracht. Er zijn drie mogelijkheden bij de behandeling van een terminale kankerpatiënt die heel benauwd is. Deze regels gelden op hoofdlijnen voor alle patiënten die op sterven liggen.

Reguliere pijnbestrijding: de arts geeft morfine om de benauwdheid te verminderen. Het gaat dan om 10 tot 50 milligram, eventueel over langere periode herhaald. Tromp gaf 1 gram ineens – een dodelijke hoeveelheid.

Palliatieve sedatie, ofwel slapend sterven: de arts dient pijnbestrijdende middelen toe waardoor de patiënt in slaap wordt gebracht. De patiënt sterft een natuurlijke dood, maar dit kan een paar dagen duren. Dit mag als de arts inschat dat een patiënt nog maximaal twee weken te leven heeft. Een onafhankelijke collega hoeft niet te worden geraadpleegd.

Euthanasie: de meest vergaande vorm, omdat de patiënt letterlijk dood wordt gemaakt. Dit gebeurt met spierverslappers, die via een drankje of een injectie kunnen worden toegediend. Hieraan gaat een langdurige procedure vooraf. De patiënt moet “uitzichtloos en ondraaglijk lijden” en met het volle verstand de keuze hebben gemaakt te willen sterven.

Dit wordt in een verklaring vastgesteld. De arts moet een onafhankelijke collega raadplegen die moet toestemmen. Achteraf beoordeelt de toetsingscommissie euthanasie of aan alle voorwaarden is voldoen. Zo niet, dan kan de arts gestraft worden.

    • Enzo van Steenbergen