Rechter dicht lacune in sociale zekerheid zeelui

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: sociale zekerheid van zeelui en Philips’ klacht over aanpak dumping.

Bijna drie maanden werkte de Nederlandse zeeman L. Kik in 2004 op een pijpenlegger. De werkzaamheden vonden plaats in internationale wateren en boven het Amerikaanse, Britse en Nederlandse deel van het continentaal plat. Kik woonde in Nederland, het bedrijf dat de klussen uitvoerde was in Zwitserland gevestigd en het schip voer onder Panamese vlag.

Onder welk stelsel van sociale zekerheid viel Kik in die periode? Dat van vlagstaat (Panama), de woonstaat (Nederland), de vestigingsstaat van zijn werkgever (Zwitserland) of van de kuststaat van het deel van het continentaal plat waarboven hij werkte?

Voor de Nederlandse Belastingdienst was het een uitgemaakte zaak. Kik woonde en betaalde inkomstenbelasting in Nederland. Daarom lag het voor de hand dat hij in Nederland premies voor sociale verzekeringen afdroeg.

Nederlandse rechters keurden zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de premieaanslagen van de Belastingsdienst goed, maar in cassatie twijfelde de Hoge Raad. Hij legde de kwestie voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, de hoogste rechter bij de uitleg van Europese regels.

Het Hof streepte vorige week eerst de vlagstaat en de kuststaten weg, omdat het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties geen aanknopingspunten biedt om hen verantwoordelijk te maken voor sociale regelingen.

Vervolgens bepaalde het Hof dat bij dit soort reizende werknemers toepassing van de wetgeving van de woonstaat ondergeschikt is aan die van de vestigingsstaat van de werkgever. Maar het Hof spande wel een vangnet: als dit zou betekenen dat de werknemer onder een stelsel van vrijwillige verzekering belandt, of zelfs op geen enkel stelsel van sociale zekerheid kan terugvallen, dan valt hij alsnog onder het sociale regime van zijn woonland.

Voor Kik komt deze beslissing tien jaar na dato als mosterd na de maaltijd, maar voor andere zeevarenden is hiermee een lacune in hun sociale zekerheid gedicht.